Stromingen binnen het boeddhisme: verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 128: Regel 128:
Zen (Chinees: Chán, Vietnamees: Thiền, Koreaans: Seon) is een school van het Mahayana-boeddhisme die zich in China gedurende de Tang-dynastie heeft ontwikkeld en later werd overgebracht naar Vietnam, Korea en Japan. Zen is de Japanse naam waaronder het in het Westen het meest bekend is geworden. Zoals alle andere scholen van het Boeddhisme heeft ook zen in de loop van haar geschiedenis veel kenmerken aangenomen van de omgeving waarin het wortel schoot; in China werd het bijvoorbeeld sterk beïnvloed door het Taoïsme en het Confucianisme. Maar over het algemeen wordt zen gezien als een traditie die zich vooral richt op de directe religieuze ervaring en de liefde en het mededogen dat vanuit die ervaring opgeroepen kunnen worden. Uitgangspunt daarbij is dat iedereen kan delen in de wijsheid van de Boeddha door zichzelf en de wereld te leren herkennen als een onmetelijk en naadloos geheel.
Zen (Chinees: Chán, Vietnamees: Thiền, Koreaans: Seon) is een school van het Mahayana-boeddhisme die zich in China gedurende de Tang-dynastie heeft ontwikkeld en later werd overgebracht naar Vietnam, Korea en Japan. Zen is de Japanse naam waaronder het in het Westen het meest bekend is geworden. Zoals alle andere scholen van het Boeddhisme heeft ook zen in de loop van haar geschiedenis veel kenmerken aangenomen van de omgeving waarin het wortel schoot; in China werd het bijvoorbeeld sterk beïnvloed door het Taoïsme en het Confucianisme. Maar over het algemeen wordt zen gezien als een traditie die zich vooral richt op de directe religieuze ervaring en de liefde en het mededogen dat vanuit die ervaring opgeroepen kunnen worden. Uitgangspunt daarbij is dat iedereen kan delen in de wijsheid van de Boeddha door zichzelf en de wereld te leren herkennen als een onmetelijk en naadloos geheel.


In theoretisch opzicht is zen vooral gebaseerd op Mahayana-bronnen zoals Yogacara, de Tathagatagarbha- en Avatamsaka-soetra's met hun nadruk op onze inherente boeddha-natuur en het bodhisattva-ideaal. Ook de Prajnaparamita-, Diamant-, Lankavatara-, Lotus- en Shurangama-soetra worden vaak aangehaald. In de praktijk richt zen zich echter vooral op de manier waarop de inzichten die in deze geschriften vermeld staan ervaren kunnen worden. Daarom worden de literaire bronnen wel vergeleken met vingers die naar de maan wijzen, en vaak wordt voor de overdracht van de dharma het rechtstreekse contact met een bevoegde leraar van groter belang geacht dan de studie van teksten. Ironisch genoeg heeft de zentraditie zelf een grote bijdrage geleverd aan de boeddhistische literatuur met de levensverhalen van zenmeesters waarin o.a. hun verlichtingservaring beschreven wordt. Later werden beknopte versies van deze verhalen gebundeld en gebruikt als onderwerp van [[meditatie]] (koan).
In theoretisch opzicht is zen vooral gebaseerd op Mahayana-bronnen zoals Yogacara, de Tathagatagarbha- en Avatamsaka-soetra's met hun nadruk op onze inherente boeddha-natuur en het bodhisattva-ideaal. Ook de Prajnaparamita-, Diamant-, Lankavatara-, Lotus- en Shurangama-soetra worden vaak aangehaald. In de praktijk richt zen zich echter vooral op de manier waarop de inzichten die in deze geschriften vermeld staan ervaren kunnen worden. Daarom worden de literaire bronnen wel vergeleken met vingers die naar de maan wijzen, en vaak wordt voor de overdracht van de dharma het rechtstreekse contact met een bevoegde leraar van groter belang geacht dan de studie van teksten. Ironisch genoeg heeft de zentraditie zelf een grote bijdrage geleverd aan de boeddhistische literatuur met de levensverhalen van zenmeesters waarin o.a. hun verlichtingservaring beschreven wordt. Later werden beknopte versies van deze verhalen gebundeld en gebruikt als onderwerp van [[meditatie]] ([[koan]]).


Volgens een legende die in de Chinese Tang-dynastie ontstaan is, werd de kern van zen door Shakyamuni Boeddha overgedragen op Mahakyashapa, op het moment dat de Boeddha een bloem ophield voor zijn leerlingen en Mahakyashapa als enige glimlachte. Later droeg Mahakyashapa deze mysterieuze kern op zijn beurt over aan Ananda, die het weer verder overdroeg aan een van zijn leerlingen. Daardoor ontstond het fenomeen van opvolgingslijnen die tot op heden doorgaan. In dharma-overdracht wordt de verlichtingservaring van een leerling erkend door de leraar en dit heeft de authenticiteit van de dharma door de eeuwen heen beschermd.
Volgens een legende die in de Chinese Tang-dynastie ontstaan is, werd de kern van zen door Shakyamuni Boeddha overgedragen op Mahakyashapa, op het moment dat de Boeddha een bloem ophield voor zijn leerlingen en Mahakyashapa als enige glimlachte. Later droeg Mahakyashapa deze mysterieuze kern op zijn beurt over aan Ananda, die het weer verder overdroeg aan een van zijn leerlingen. Daardoor ontstond het fenomeen van opvolgingslijnen die tot op heden doorgaan. In dharma-overdracht wordt de verlichtingservaring van een leerling erkend door de leraar en dit heeft de authenticiteit van de dharma door de eeuwen heen beschermd.