Maha Moggallana: verschil tussen versies

7.957 bytes toegevoegd ,  25 mei 2025 04:47
 
(Een tussenliggende versie door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
[[File:Buddha mit Mogallana und Sariputta.JPG|thumb|Gautama de Boeddha, Sãriputta en Maha Mogallana]]
[[File:Buddha mit Mogallana und Sariputta.JPG|thumb|Gautama de Boeddha, Sãriputta en Maha Mogallana]]
{{Personen uit de Pali-canon}}
{{Personen uit de Pali-canon}}
'''Maha Mogallana''' (568-484 v.Chr.) was na [[Sariputta]] de voornaamste leerling van [[Gautama de Boeddha]]. Zijn geboortenaam was Kolita en zijn moeders naam was Moggallani (of Moggali). Toen hij monnik werd kreeg hij eveneens de naam Moggallana. Hij werd geboren in het dorpje Kolitagama vlakbij de stad Rajagaha ([[Rajgir]], India) en was een jeugdvriend van Sariputta.
'''Mahā Moggallāna''' (Pali: Mahāmoggallāna; Sanskriet: Mahāmaudgalyāyana, 568-484 v.Chr.) was na [[Sariputta]] de voornaamste leerling van [[Gautama de Boeddha]]. Zijn geboortenaam was Kolita en zijn moeders naam was Moggallani (of Moggali). Toen hij [[monnik]] werd kreeg hij eveneens de naam Moggallana. Hij werd geboren in het dorpje Kolitagama vlakbij de stad Rajagaha ([[Rajgir]], [[Het Boeddhisme in India|India]]) en was een jeugdvriend van Sariputta.


Voor hij Gautama de Boeddha ontmoette was Maha Moggallana samen met [[Sariputta]] een [[monnik]] in een andere traditie n.l. die van Sañjaya. Zij waren echter ontevreden met zijn leer en spraken met elkaar af dat wanneer een van hen de ware leer tegenkwam, hij het de ander zou vertellen. Op een dag liep Sāriputta in de stad Rajagaha (het huidige Rajgir, India) en zag daar monnik Assaji lopen die een zeer serene indruk op hem maakte en zichzelf voorbeeldig gedroeg. Hij ging naar hem toe en vroeg wie zijn leraar was en wat de leer van zijn leraar was. Het antwoord dat Assaji hierop gaf is nu één van de meest beroemde verzen in het [[Boeddhisme]]:
Mahā Moggallāna was een van de twee voornaamste discipelen van Gautama de Boeddha, naast Sāriputta, en wordt in de boeddhistische traditie geprezen als de “voornaamste in bovennatuurlijke krachten” (iddhi) volgens de Aṅguttara Nikāya. Zijn uitzonderlijke spirituele vermogens, diepe toewijding aan de [[Dhamma]], en nauwe vriendschap met Sāriputta maakten hem een centrale figuur in de vroege boeddhistische sangha. Zijn leven wordt beschreven in de [[Pali-Canon]] (zoals de Vinaya Pitaka, Majjhima Nikāya, Saṃyutta Nikāya, en Theragāthā), de Mahāvastu, de Lalitavistara Sūtra, en latere commentariële werken zoals de Dhammapada Atthakatha. Hoewel sommige verhalen over zijn bovennatuurlijke krachten legendarisch zijn, bieden deze bronnen een gedetailleerd beeld van zijn leven, spirituele reis, en nalatenschap. Hieronder volgt een uitgebreide biografie van Mahā Moggallāna, met aandacht voor zijn afkomst, bekering, rol in de [[sangha]], en betekenis in de boeddhistische traditie, inclusief geschatte levensdata en plaatsen zoals gevraagd in je eerdere verzoeken.


==Afkomst en vroege leven==
Mahā Moggallāna werd geboren als Kolita in een brahmaanse familie in de 6e eeuw v.Chr., waarschijnlijk rond dezelfde tijd als Siddhārtha Gautama (ca. 563 v.Chr. in de traditionele chronologie of ca. 480 v.Chr. in de kortere chronologie). Hij groeide op in het dorp Kolita of een nabijgelegen gebied nabij Nālaka (mogelijk Nālandā, bij Rajgir, Bihar, India), in het koninkrijk Magadha. Zijn familie was welgesteld en behoorde tot de brahmaanse kaste, wat hem toegang gaf tot een gedegen opleiding in de Veda’s en andere religieuze tradities. Zijn naam, Moggallāna, is afgeleid van de clan of familienaam, terwijl “Mahā” (groot) later werd toegevoegd om zijn spirituele statuur te benadrukken.
Van jongs af aan was Kolita bevriend met Upatissa, die later Sāriputta zou worden. De twee deelden een diepe spirituele nieuwsgierigheid en waren ontevreden met de wereldlijke genoegens en de brahmaanse rituelen van hun tijd. Geïnspireerd door de śramaṇa-bewegingen, die traditionele opvattingen uitdaagden, besloten ze het wereldlijke leven op te geven om zwervende asceten te worden. Volgens de Mahāvagga in de Vinaya Pitaka sloten ze zich aan bij Sañjaya Belatthiputta, een sceptische leraar die een populaire śramaṇa-groep leidde in Rajagaha. Hoewel Sañjaya’s leringen hen aanvankelijk aanspraken, vonden ze zijn filosofie ontoereikend voor echte bevrijding. Ze maakten een pact om elkaar te informeren als een van hen een leraar vond die de weg naar verlichting kon wijzen.
==Bekering tot het boeddhisme==
Moggallāna’s leven veranderde toen zijn vriend Sāriputta een ontmoeting had met [[Assaji]], een van de vijf oorspronkelijke discipelen van de Boeddha, in [[Rajgir|Rajagaha]] (ca. 528 v.Chr. of ca. 445 v.Chr.). Assaji deelde een korte samenvatting van de Dhamma, gebaseerd op het principe van afhankelijk ontstaan (paṭiccasamuppāda):
''“Ye dhammā hetuppabhavā, tesaṃ hetuṃ tathāgato āha; tesañca yo nirodho, evaṃ vādī mahāsamaṇo.”''</br>
''Van alle dingen die door een oorzaak ontstaan,''<br/>
''Van alle dingen die door een oorzaak ontstaan,''<br/>
''De Tathagata (Boeddha) heeft de oorzaak ervan uiteengezet;''<br/>
''De Tathagata (Boeddha) heeft de oorzaak ervan uiteengezet;''<br/>
''En hoe ze tot hun einde komen, dat vertelt hij ook,''<br/>
''En hoe ze tot hun einde komen, dat vertelt hij ook,''<br/>
''Dit is de leer van de Grote leraar.''
''Dit is de leer van de Grote leraar.''<br/>
(Vin.i.39ff)


Zoals beloofd vertelde Sãriputta aan Moggallana wat er gebeurd was en gezamenlijk gingen ze naar Gautama de Boeddha om toe te treden tot de Sangha.
Toen Sāriputta deze strofe met Moggallāna deelde, bereikte Moggallāna onmiddellijk het stadium van sotāpanna (stroombetreder), het eerste niveau van spirituele realisatie. Overweldigd door dit inzicht zochten ze samen de Boeddha op in het Bamboebos (Veṇuvana) in Rajagaha, waar ze formeel toetraden tot de sangha als monniken. Volgens de traditie bereikte Moggallāna binnen een week na zijn inwijding de staat van arhat, een volledig verlichte persoon, na intense meditatie in een dorp genaamd Kallavāla. Zijn snelle verlichting weerspiegelt zijn uitzonderlijke spirituele aanleg en meditatieve kracht.
Bovennatuurlijke krachten en spirituele prestaties
Moggallāna werd door de Boeddha geprezen als de “voornaamste in bovennatuurlijke krachten” (iddhi) onder zijn discipelen (Aṅguttara Nikāya, Ekaka Nipāta). Deze krachten, die voortkomen uit diepe meditatieve concentratie ([[samadhi]]), omvatten vermogens zoals:


==Karakter==
==Karakter==
Regel 28: Regel 42:
Mogallana droeg vaak zorg voor het ontwerp en de bouw van nieuwe kloosters. Verscheidene keren vroeg de Boeddha hem om op een bepaalde locatie een klooster van de grond af op te bouwen.
Mogallana droeg vaak zorg voor het ontwerp en de bouw van nieuwe kloosters. Verscheidene keren vroeg de Boeddha hem om op een bepaalde locatie een klooster van de grond af op te bouwen.


==overlijden==
Zijn bovennatuurlijke krachten maakten hem een complementaire figuur naast Sāriputta, die uitblonk in wijsheid (paññā). Samen vormden ze een perfect duo: Sāriputta organiseerde en onderwees de Dhamma intellectueel, terwijl Moggallāna de spirituele diepte en mystieke aspecten van de leer belichaamde.
 
==Rol in de sangha==
 
Moggallāna speelde een belangrijke rol in de vroege boeddhistische sangha:
 
* Leraar en mentor: Hij onderwees monniken en leken, hoewel hij minder toespraken hield dan Sāriputta. Zijn leringen, zoals de Moggallāna Saṃyutta in de Saṃyutta Nikāya, richten zich vaak op meditatie, karma, en de realiteit van wedergeboorte.
 
* Beschermer van de sangha: Moggallāna gebruikte zijn bovennatuurlijke krachten om de sangha te beschermen tegen externe en interne bedreigingen, zoals de invloed van Māra of verdeeldheid onder monniken.
 
* Vriendschap met Sāriputta: Hun diepe vriendschap, die begon in hun jeugd, bleef een voorbeeld van spirituele kameraadschap. Ze steunden elkaar in hun beoefening en werkten samen om de sangha te versterken. De Boeddha prees hun harmonieuze relatie als een model voor andere monniken.
 
* Discipline en nederigheid: Ondanks zijn krachten bleef Moggallāna bescheiden en trouw aan de Vinaya-regels. Hij leefde een eenvoudig leven, afhankelijk van aalmoezen, en vermeed wereldlijke eer.
 
==Dood en nalatenschap==
 
Moggallāna’s dood, beschreven in de Pali Canon (bijvoorbeeld de Dhammapada Atthakatha en de Vinaya), was tragisch en dramatisch. Volgens de traditie werd hij in 483 v.Chr. (of ca. 400 v.Chr. in de kortere chronologie), kort na Sāriputta’s dood en vlak voor de Boeddha’s parinirvāṇa, vermoord door bandieten in een grot nabij Rajagaha. De commentaren suggereren dat deze aanval werd geïnstigeerd door rivaliserende asceten, mogelijk jaloers op de groeiende invloed van het boeddhisme. Moggallāna, die zijn dood voorzag dankzij zijn helderziendheid, aanvaardde zijn lot als gevolg van karma uit een vorig leven (waarin hij volgens de Jātaka-verhalen zijn ouders had mishandeld).
 
Ondanks pogingen van de bandieten om hem te doden, gebruikte Moggallāna aanvankelijk zijn bovennatuurlijke krachten om te ontsnappen. Uiteindelijk liet hij zijn leven los, wetende dat zijn karma onvermijdelijk was. Zijn lichaam werd gecremeerd, en zijn relieken werden naar de Boeddha gebracht in Kusinārā, waar ze later werden vereerd in stoepa’s. Zijn dood, zo kort na die van Sāriputta, was een zware slag voor de sangha, zoals blijkt uit de emoties van Ānanda en andere monniken.
 
==Culturele en religieuze betekenis==
 
Moggallāna’s nalatenschap in het boeddhisme is diepgaand. Als de “voornaamste in bovennatuurlijke krachten” symboliseert hij de mystieke en meditatieve aspecten van de Dhamma, in contrast met Sāriputta’s intellectuele wijsheid. Zijn verhalen over iddhi, zoals het bezoeken van hemelse rijken of het overwinnen van Māra, inspireren boeddhisten om de kracht van meditatie en spirituele discipline te erkennen. Zijn tragische dood onderstreept het boeddhistische concept van karma, dat zelfs een arhat niet kan ontlopen.
In boeddhistische kunst wordt Moggallāna vaak afgebeeld aan de linkerkant van de Boeddha (met Sāriputta aan de rechterkant), wat zijn status als voornaamste discipel benadrukt. In de Mahāyāna-traditie, zoals in de Lotus Sūtra en Vimalakīrti Sūtra, wordt hij soms voorgesteld als een bodhisattva, hoewel zijn rol als arhat centraler is in de Theravāda. Zijn verzen in de Theragāthā weerspiegelen zijn vreugde in bevrijding en zijn toewijding aan de Boeddha.
Moggallāna’s vriendschap met Sāriputta blijft een krachtig symbool van spirituele samenwerking en wederzijdse steun, en zijn leven illustreert hoe toewijding en meditatie tot de hoogste spirituele realisaties kunnen leiden.
 
==Historische en legendarische context==
 
Historisch gezien is het zeer waarschijnlijk dat Moggallāna een echte persoon was, een brahmaanse asceet die een sleutelfiguur werd in de vroege sangha. Zijn bekering door Sāriputta en zijn rol in de sangha worden consistent beschreven in vroege teksten, wat wijst op een historische kern. De verhalen over zijn bovennatuurlijke krachten en dramatische dood zijn mogelijk legendarisch, bedoeld om zijn spirituele statuur en de werking van karma te benadrukken.
Archeologische vondsten in Rajagaha, Sāvatthī, en andere boeddhistische centra bevestigen de historische context van Moggallāna’s leven, hoewel directe bewijzen over hem ontbreken. Zijn nalatenschap leeft voort in de boeddhistische geschriften en de stoepa’s die zijn relieken bewaarden.
 
==Conclusie==


Moggallana stierf kort na Sariputta en kort voor Gautama de Boeddha. Volgens de commentaren op de geschriften in het Pali-canon stierf Moggalana een gewelddadige dood. De Niganthas (Jain religie) stuurden huurmoordenaars op hem af en deze vermoorden hem in zijn hutje. Volgens deze geschriften was zijn gewelddadige dood een gevolg van slecht karma dat Mogallana in een vorig leven begaan had toen zijn vrouw hem overhaalde om zijn ouders te vermoorden. Gautama de Boeddha liet in Rajgir, in het Veluvana park, een stoepa oprichten boven de relieken van Maha Moggallana.
Mahā Moggallāna was een uitzonderlijke discipel van de Boeddha, wiens bovennatuurlijke krachten, diepe meditatie, en toewijding aan de Dhamma hem tot een van de meest gerespecteerde figuren in de vroege sangha maakten. Zijn vriendschap met Sāriputta, zijn rol als leraar en beschermer, en zijn tragische dood benadrukken zijn spirituele diepgang en menselijkheid. Als symbool van de kracht van meditatie blijft Moggallāna een inspiratie voor boeddhisten wereldwijd. Voor verdere studie kunnen de Moggallāna Saṃyutta, de Theragāthā, en de Vinaya Pitaka worden geraadpleegd, evenals commentariële werken zoals de Dhammapada Atthakatha.  


==Luisterboek (Podcast)==


<youtube service="youtube">https://youtu.be/tDKMozcvsms"</youtube>






[[categorie: personen uit de Pali-canon]]
[[categorie: personen uit de Pali-canon]]