5.762
bewerkingen
|
Dharma-Lotus is een boeddhistische organisatie met 6 vestigingen in Nederland en een | retraitecentrum (Ekãyano) in Noord-Frankrijk |
|
Geen bewerkingssamenvatting |
|||
| Regel 3: | Regel 3: | ||
De tijdelijke kosmologie beschrijft de tijdspanne van de schepping en ontbinding van universums in eonen (tijdsvakken). De boeddhistische kosmologie is ook verweven met het geloof in karma en legt uit dat de wereld om ons heen het product is van acties uit het verleden met reultaten in het nu en de toekomst. Het resultaat is dat sommige tijdperken gevuld zijn met voorspoed en vrede vanwege de algemene goedheid, terwijl andere tijdperken gevuld zijn met lijden, oneerlijkheid en een korte levensduur. | De tijdelijke kosmologie beschrijft de tijdspanne van de schepping en ontbinding van universums in eonen (tijdsvakken). De boeddhistische kosmologie is ook verweven met het geloof in karma en legt uit dat de wereld om ons heen het product is van acties uit het verleden met reultaten in het nu en de toekomst. Het resultaat is dat sommige tijdperken gevuld zijn met voorspoed en vrede vanwege de algemene goedheid, terwijl andere tijdperken gevuld zijn met lijden, oneerlijkheid en een korte levensduur. | ||
==Oorsprong== | |||
De boeddhistische kosmologie zoals gepresenteerd in commentaren en werken van [[Abhidharma]] in zowel Theravāda- als Mahāyāna-tradities, is het eindproduct van een analyse en verzoening van kosmologische commentaren in de [[Pali-canon|boeddhistische sūtra- en vinaya-traditie]]. Geen enkele sūtra zet de volledige structuur van het universum uiteen, maar in verschillende sūtra's beschrijft [[Gautama de Boeddha]] andere werelden en zijnstoestanden. In verschillende sūtra's beschrijft hij het ontstaan en de vernietiging van het universum. De volgorde van de vlakken is te vinden in verschillende verhandelingen van Gautama de Boeddha in de Sutta Pitaka. In de Saleyyaka Sutta van de Majjhima Nikayade noemde Boeddha de gebieden boven het menselijke gebied in oplopende volgorde. In verschillende sutta's in de Anguttara Nikaya beschreef de Boeddha de oorzaken van wedergeboorte in deze gebieden in dezelfde volgorde. | |||
De synthese van deze gegevens tot één alomvattend systeem moet vroeg in de geschiedenis van het boeddhisme hebben plaatsgevonden, aangezien het systeem dat wordt beschreven in de Pāli Vibhajyavāda-traditie (vertegenwoordigd door de huidige Theravādins) het eens is, ondanks enkele kleine inconsistenties in de nomenclatuur, met de Sarvāstivāda- traditie die wordt bewaard door Mahāyāna-boeddhisten. | |||
==Verloop van wedergeboorte en bevrijding== | ==Verloop van wedergeboorte en bevrijding== | ||
| Regel 11: | Regel 17: | ||
Het proces waarbij voelende wezens van de ene bestaanstoestand naar de andere migreren, is afhankelijk van oorzaken en omstandigheden. De drie oorzaken zijn geven of liefdadigheid, moreel gedrag, [[meditatie|meditatieve ontwikkeling]] en hun tegenpolen. Wedergeboorte in het kamaloka (rijk van verlangen) hangt af van iemands morele gedrag en praktijk van geven. Wedergeboorte in het Rupa-loka (vormrijk) en Arupa-loka (vormloos rijk) vereist ook meditatie-ontwikkeling. Bevrijding van alle wedergeboorte vereist wijsheid naast moreel gedrag en meditatie. | Het proces waarbij voelende wezens van de ene bestaanstoestand naar de andere migreren, is afhankelijk van oorzaken en omstandigheden. De drie oorzaken zijn geven of liefdadigheid, moreel gedrag, [[meditatie|meditatieve ontwikkeling]] en hun tegenpolen. Wedergeboorte in het kamaloka (rijk van verlangen) hangt af van iemands morele gedrag en praktijk van geven. Wedergeboorte in het Rupa-loka (vormrijk) en Arupa-loka (vormloos rijk) vereist ook meditatie-ontwikkeling. Bevrijding van alle wedergeboorte vereist wijsheid naast moreel gedrag en meditatie. | ||
De ruimtelijke kosmologie toont de verschillende werelden waarin wezens herboren kunnen worden. Ruimtelijke kosmologie kan ook in twee takken worden verdeeld. De verticale kosmologie beschrijft de rangschikking van werelden in een verticaal patroon, als een soort promotie en degradatie systeem. De horizontale kosmologie daarentegen beschrijft de groepering van deze verticale werelden in groepen waarvan er ontelbaar zijn. | De ruimtelijke kosmologie toont de verschillende werelden waarin wezens herboren kunnen worden. Ruimtelijke kosmologie kan ook in twee takken worden verdeeld. De verticale kosmologie beschrijft de rangschikking van werelden in een verticaal patroon, als een soort promotie en degradatie systeem. De horizontale kosmologie daarentegen beschrijft de groepering van deze verticale werelden in groepen waarvan er ontelbaar zijn. | ||
==verticale kosmologie, de 3 werelden== | |||
De verticale kosmologie is verdeeld in drie werelden (dhātus): | De verticale kosmologie is verdeeld in drie werelden (dhātus): | ||
| Regel 31: | Regel 29: | ||
De drie werelden bevatten samen eenendertig bestaansniveaus, die elk overeenkomen met een ander type mentaliteit. Elke wereld is niet zozeer een locatie als wel de wezens die haar samenstellen; het wordt in stand gehouden door hun karma, en als de wezens in een wereld allemaal sterven of verdwijnen, verdwijnt de wereld ook. Evenzo ontstaat een wereld wanneer het eerste wezen erin wordt geboren. De fysieke scheiding is niet zo belangrijk als het verschil in mentale toestand; mensen en dieren, hoewel ze gedeeltelijk dezelfde fysieke omgeving delen, behoren nog steeds tot verschillende werelden omdat hun geest die omgevingen anders waarneemt en erop reageert.De vormloze wereld wordt voornamelijk bewoond door de Goden. Goden zijn die mensen die algemeen genomen gelukkiger leven dan de gemiddelde mens. Vaak hebben ze het goed op materieel gebied (geld, baan, carriere, uiterlijk, IQ) en hun vrienden, familie en kennissenkring lijen op hun. Ze kennen geen of nauwelijks mensen die lager staan dan zij en zo creeeren ze een eigen bubbel, een eigen wereld en voelen ze zich ook beter dan de rest, waar ze vervolgens op neerkijken. | De drie werelden bevatten samen eenendertig bestaansniveaus, die elk overeenkomen met een ander type mentaliteit. Elke wereld is niet zozeer een locatie als wel de wezens die haar samenstellen; het wordt in stand gehouden door hun karma, en als de wezens in een wereld allemaal sterven of verdwijnen, verdwijnt de wereld ook. Evenzo ontstaat een wereld wanneer het eerste wezen erin wordt geboren. De fysieke scheiding is niet zo belangrijk als het verschil in mentale toestand; mensen en dieren, hoewel ze gedeeltelijk dezelfde fysieke omgeving delen, behoren nog steeds tot verschillende werelden omdat hun geest die omgevingen anders waarneemt en erop reageert.De vormloze wereld wordt voornamelijk bewoond door de Goden. Goden zijn die mensen die algemeen genomen gelukkiger leven dan de gemiddelde mens. Vaak hebben ze het goed op materieel gebied (geld, baan, carriere, uiterlijk, IQ) en hun vrienden, familie en kennissenkring lijen op hun. Ze kennen geen of nauwelijks mensen die lager staan dan zij en zo creeeren ze een eigen bubbel, een eigen wereld en voelen ze zich ook beter dan de rest, waar ze vervolgens op neerkijken. | ||
===Vormloos wereld (Ārūpyadhātu)=== | |||
Deze wereld wordt vormloos genoemd omdat de bewoners volledig bezeten van de geest. Ze leven in een fantasiewereld waarin zij beter zijn dan de rest, maar de werkelijke (vormrijke) wereld en de mensen die daar leven niet meer zijn. Omdat ze geen fysieke vorm of locatie hebben, kunnen ze de [[Dharma|Dhamma]] leringen niet horen. De Onderverdeling van het vormloze rijk is: | Deze wereld wordt vormloos genoemd omdat de bewoners volledig bezeten van de geest. Ze leven in een fantasiewereld waarin zij beter zijn dan de rest, maar de werkelijke (vormrijke) wereld en de mensen die daar leven niet meer zijn. Omdat ze geen fysieke vorm of locatie hebben, kunnen ze de [[Dharma|Dhamma]] leringen niet horen. De Onderverdeling van het vormloze rijk is: | ||
| Regel 69: | Regel 67: | ||
* Anabhraka Anbhraka; De wereld van de "wolkenloze" deva's. De hoogte van deze wereld is 1.310.720 yojana's boven de aarde. | * Anabhraka Anbhraka; De wereld van de "wolkenloze" deva's. De hoogte van deze wereld is 1.310.720 yojana's boven de aarde. | ||
===Śubhakṛtsna-werelden (derde Jhãna)=== | ====Śubhakṛtsna-werelden (derde Jhãna)==== | ||
De mentale toestand van de deva's van deze werelden komt overeen met de derde Jhãna, en wordt gekenmerkt door een rustige vreugde. Deze deva's hebben lichamen die een constant licht uitstralen. De Śubhakṛtsna-werelden vormen de bovengrens voor de vernietiging van het universum door water aan het einde van een tijdszone, dat wil zeggen, de watervloed stijgt niet hoog genoeg om ze te bereiken. De Śubhakṛtsna-werelden zijn: | De mentale toestand van de deva's van deze werelden komt overeen met de derde Jhãna, en wordt gekenmerkt door een rustige vreugde. Deze deva's hebben lichamen die een constant licht uitstralen. De Śubhakṛtsna-werelden vormen de bovengrens voor de vernietiging van het universum door water aan het einde van een tijdszone, dat wil zeggen, de watervloed stijgt niet hoog genoeg om ze te bereiken. De Śubhakṛtsna-werelden zijn: | ||
| Regel 76: | Regel 74: | ||
* Parīttaśubha; De wereld van deva's van "beperkte schoonheid". wereld is 163.840 yojana's boven de aarde. | * Parīttaśubha; De wereld van deva's van "beperkte schoonheid". wereld is 163.840 yojana's boven de aarde. | ||
===Ābhāsvara-werelden (tweede Jhãna)=== | ====Ābhāsvara-werelden (tweede Jhãna)==== | ||
De mentale toestand van de deva's van de ābhāsvara-werelden zijn die van vreugde. Van de Ābhāsvara deva's wordt gezegd dat ze luid schreeuwen van vreugde. Deze deva's hebben lichamen die flitsende lichtstralen uitzenden zoals bliksem. Er wordt gezegd dat ze vergelijkbare lichamen hebben (aan elkaar) maar verschillende percepties. De Ābhāsvara-werelden vormen de bovengrens voor de vernietiging van het universum door vuur aan het einde van een mahākalpa (tijdsfase), dat wil zeggen, de vuurkolom stijgt niet hoog genoeg om ze te bereiken. Na de vernietiging van de wereld, aan het begin van de vivartakalpa, worden de werelden voor het eerst bevolkt door wezens die zijn herboren uit de Ābhāsvara-werelden. De Ābhāsvara-werelden zijn: | De mentale toestand van de deva's van de ābhāsvara-werelden zijn die van vreugde. Van de Ābhāsvara deva's wordt gezegd dat ze luid schreeuwen van vreugde. Deze deva's hebben lichamen die flitsende lichtstralen uitzenden zoals bliksem. Er wordt gezegd dat ze vergelijkbare lichamen hebben (aan elkaar) maar verschillende percepties. De Ābhāsvara-werelden vormen de bovengrens voor de vernietiging van het universum door vuur aan het einde van een mahākalpa (tijdsfase), dat wil zeggen, de vuurkolom stijgt niet hoog genoeg om ze te bereiken. Na de vernietiging van de wereld, aan het begin van de vivartakalpa, worden de werelden voor het eerst bevolkt door wezens die zijn herboren uit de Ābhāsvara-werelden. De Ābhāsvara-werelden zijn: | ||
| Regel 83: | Regel 81: | ||
* Parīttābh; De wereld van deva's van "beperkt licht". Deze wereld is 20.480 yojana's boven de aarde. | * Parīttābh; De wereld van deva's van "beperkt licht". Deze wereld is 20.480 yojana's boven de aarde. | ||
===Brahmā-werelden (eerste Jhãna)=== | ====Brahmā-werelden (eerste Jhãna)==== | ||
De mentale toestand van de deva's van de Brahmā-werelden komt overeen met de eerste Jhãna, en wordt gekenmerkt door observatie, reflectie, verrukking en en vreugde. De Brahmā-werelden worden samen met de andere lagere werelden van het universum vernietigd door vuur aan het einde van een mahākalpa (tijdsfase). Een manier om opnieuw geboren te worden in de brahma-wereld is meesterschap over de eerste jhana. Een andere is door middel van meditaties over liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, altruïstische vreugde en gelijkmoedigheid. De Boeddha leert de brahmaan Subha, hoe geboren te worden in de wereld van Brahma(Subha Sutta). De Brahma werelden bestaan uit: | De mentale toestand van de deva's van de Brahmā-werelden komt overeen met de eerste Jhãna, en wordt gekenmerkt door observatie, reflectie, verrukking en en vreugde. De Brahmā-werelden worden samen met de andere lagere werelden van het universum vernietigd door vuur aan het einde van een mahākalpa (tijdsfase). Een manier om opnieuw geboren te worden in de brahma-wereld is meesterschap over de eerste jhana. Een andere is door middel van meditaties over liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, altruïstische vreugde en gelijkmoedigheid. De Boeddha leert de brahmaan Subha, hoe geboren te worden in de wereld van Brahma(Subha Sutta). De Brahma werelden bestaan uit: | ||
| Regel 105: | Regel 103: | ||
====Lagere hemelen (wereld van Sumeru) ==== | ====Lagere hemelen (wereld van Sumeru) ==== | ||
De bergSumeru is een immense, vreemd gevormde piek die ontstaat in het midden van de wereld, en waar de zon en de maan omheen draaien. De basis ligt in een uitgestrekte oceaan en wordt omringd door verschillende ringen van kleinere bergketens en oceanen. De drie onderstaande werelden bevinden zich allemaal op of rond Sumeru. Sumeru en de omringende oceanen en bergen zijn niet alleen de thuisbasis van deze goden, maar ook van enorme bijeenkomsten van wezens uit de populaire mythologie die slechts zelden de menselijke wereld binnendringen. Ze zijn zelfs nog hartstochtelijker dan de hogere deva's en houden niet alleen van zichzelf, maar houden zich ook bezig met strijd en strijd. De lagere hemelen zijn: | De bergSumeru is een immense, vreemd gevormde piek die ontstaat in het midden van de wereld, en waar de zon en de maan omheen draaien. De basis ligt in een uitgestrekte oceaan en wordt omringd door verschillende ringen van kleinere bergketens en oceanen. De drie onderstaande werelden bevinden zich allemaal op of rond Sumeru. Sumeru en de omringende oceanen en bergen zijn niet alleen de thuisbasis van deze goden, maar ook van enorme bijeenkomsten van wezens uit de populaire mythologie die slechts zelden de menselijke wereld binnendringen. Ze zijn zelfs nog hartstochtelijker dan de hogere deva's en houden niet alleen van zichzelf, maar houden zich ook bezig met strijd en strijd. De lagere hemelen zijn: | ||
| Regel 116: | Regel 113: | ||
===Aardse werelden=== | ===Aardse werelden=== | ||
Manuṣyaloka | Er bestaan 3 Aardse werelden: | ||
Jambudvīpa | |||
Pūrvavideha | * Manuṣyaloka; Dit is de wereld van mensen en mensachtige wezens die op het aardoppervlak leven. Geboorte op dit gebied is het resultaat van geven en morele discipline van middelmatige kwaliteit. Dit is het gebied van morele keuze waar het lot kan worden geleid. De Khana Sutta zei dat dit vlak een uniek evenwicht is tussen plezier en pijn. Het vergemakkelijkt de ontwikkeling van deugd en wijsheid om jezelf te bevrijden van de hele cyclus of wedergeboorten. Om deze reden wordt wedergeboorte als mens volgens de Chiggala Sutta als kostbaar beschouwd. De bergringen die Soemeru omringen, zijn omgeven door een uitgestrekte oceaan, die het grootste deel van de wereld vult. De oceaan wordt op zijn beurt omringd door een cirkelvormige bergwand genaamd Cakravāḍa wat de horizontale grens van de wereld markeert. In deze oceaan bevinden zich vier continenten die er relatief gezien kleine eilanden in zijn. Vanwege de immensiteit van de oceaan kunnen ze niet van elkaar worden bereikt door gewone zeilschepen, hoewel in het verleden, toen de cakravartin-koningen regeerden, communicatie tussen de continenten mogelijk was door middel van de schat genaamd de cakraratna, waarmee een cakravartijnse koning en zijn gevolg door de lucht tussen de continenten konden vliegen. | ||
Aparagodānīya | |||
Uttarakuru | De Manuṣyaloka wereld heeft 4 continenten: | ||
TiryGyoni | |||
** Jambudvīpa; ligt in het zuiden en is de woonplaats van gewone mensen. Er wordt gezegd dat het de vorm heeft van "een kar", of liever een stompe neusdriehoek met de punt naar het zuiden gericht. (Deze beschrijving weerspiegelt waarschijnlijk de vorm van de kustlijn van Zuid-India.) Het is 10.000 yojana's in omvang waaraan de zuidelijke kust van slechts 3,5 yojana's kan worden toegevoegd lengte. Het continent ontleent zijn naam aan een gigantische Jambu-boom, 100 yojana's hoog, die in het midden van het continent groeit. Elk continent heeft een van deze gigantische bomen. Alle Boeddha's verschijnen in Jambudvīpa. De mensen hier zijn 1,5 tot 1,80 meter lang en hun levensduur varieert tussen de 10 en ongeveer 10.140 jaar. | |||
hel | ** Pūrvavideha; gelegen in het oosten en is gevormd als een halve cirkel met de platte kant naar het westen gericht (richting Sumeru). Het is 7.000 yojana's in omvang waarvan de platte kant 2.000 yojana's lang is. De boom is de acacia. De mensen hier zijn ongeveer 3,7 meter lang en leven 700 jaar. Hun belangrijkste werk is het verhandelen en kopen van materialen. | ||
** Aparagodānīya; is gelegen in het westen, en heeft de vorm van een cirkel met een omtrek van ongeveer 7.500 yojana's (Sarvāstivāda-traditie). De boom van dit continent is een reusachtige Kadamba-boom ( Anthocephalus chinensis ). De menselijke bewoners van dit continent wonen niet in huizen maar slapen op de grond. Hun belangrijkste transportmiddel is een ossenkar . Ze zijn ongeveer 24 voet (7,3 m) lang en ze leven 500 jaar. | |||
Naraka | ** Uttarakuru; bevindt zich in het noorden als een vierkant. Het heeft een omtrek van 8.000 yojana's, zijnde 2.000 yojana's aan elke kant. De boom van dit continent wordt een kalpavṛkṣa genoemd, omdat hij de hele kalpa duurt. De inwoners van Uttarakuru laten steden in de lucht bouwen. Er wordt gezegd dat ze buitengewoon rijk zijn, niet hoeven te werken voor de kost - aangezien hun voedsel vanzelf groeit - en geen privébezit hebben. Ze zijn ongeveer 15 meter lang en leven 1000 jaar, en ze staan onder de bescherming van Vaiśravaṇa. | ||
* TiryGyoni; bevat alle dieren en is in staat het lijden van allen te voelen. Het dierenrijk omvat dieren, insecten, vissen, vogels, wormen, enz. | |||
* Pretalok; naar hun mentale toestand waarnemen ze het heel anders dan mensen. Ze leven voor het grootste deel in woestijnen en woestenijen. Dit is het rijk waar geesten en ongelukkige geesten tevergeefs ronddwalen, hopeloos op zoek naar sensuele bevrediging. | |||
===De hel=== | |||
Naraka is de naam die wordt gegeven aan de werelden met het grootste lijden, meestal s vertaald als "hel" of "vagevuur". Dit zijn rijken van extreem lijden. Net als bij de andere rijken wordt een wezen in een van deze werelden geboren als gevolg van zijn karma, en verblijft daar voor een eindige tijd totdat zijn karma zijn volledige resultaat heeft bereikt, waarna hij zal worden herboren in een van de hogere werelden als resultaat van een eerder karma dat nog niet was gerijpt. De mentaliteit van een wezen in de hel komt overeen met toestanden van extreme angst en hulpeloze angst bij mensen. Fysiek wordt Naraka gezien als een reeks lagen die zich onder Jambudvīpa in de aarde uitstrekken. Er zijn verschillende schema's om deze Naraka's te tellen en hun kwellingen op te sommen. Een van de meest voorkomende is die van de Acht Koude Naraka's en Acht Hete Naraka's. | |||
* Koude hel | |||
** Arbuda; de "blaar" Naraka | |||
** Nirarbuda Nirrabbud; de "gesprongen blaar" Naraka | |||
** Ataṭa atat; de Naraka van het rillen | |||
** Hahava; de Naraka van klaagzang | |||
** Huhuva; de Naraka van klapperende tanden | |||
** Utpala; de Naraka van de huid die blauw wordt als een blauwe lotus | |||
** Padma; de Naraka van de gebarsten huid | |||
** Mahāpadma; de Naraka van totale bevroren lichamen die uit elkaar vallen | |||
Elk leven in deze Naraka's is twintig keer zo lang als het vorige | |||
* Hete hel | |||
** Sañjīva; de "herlevende" Naraka. Het leven in deze Naraka duurt 162×10<sup>10</sup> jaar. | |||
** Kālasūtra; de "zwarte draad" Naraka. Het leven in deze Naraka is 1296×10<sup>10</sup> jaar lang. | |||
** Saṃghāta; de "verpletterende" Naraka. Het leven in deze Naraka duurt 10,368×10<sup>10</sup> jaar. | |||
** Raurava; de "schreeuwende" Naraka. Het leven in deze Naraka duurt 82,944×10<sup>10</sup> jaar. | |||
** Mahāraurava; de "grote schreeuwende" Naraka. Het leven in deze Naraka is 663,552×10<sup>10</sup> jaar. | |||
** Tāpana; de "verwarmende" Naraka. Het leven in deze Naraka duurt 5,308,416×10<sup>10</sup> jaar. | |||
** Mahātāpana; de "grote verwarming" Naraka. Het leven in deze Naraka is 42,467,328×10<sup>10</sup> jaar lang. | |||
** Avīci; ononderbroken" Naraka. Het leven in deze Naraka is 339,738,624×10<sup>10</sup> jaar lang. | |||
Elk leven in deze Naraka's is acht keer zo lang als het vorige. | Elk leven in deze Naraka's is acht keer zo lang als het vorige. | ||
Horizontale kosmologie - Sahasra | ==Horizontale kosmologie - Sahasra kosmologie== | ||
Sahasra betekent "duizend". Alle vlakken, | |||
Sahasra betekent "duizend". Alle vlakken, in modern taalgebruik zou het een 'universum' of 'zonnestelsel' worden genoemd. Een verzameling van duizend zonnestelsels wordt een "duizendvoudig klein wereldsysteem" genoemd. Een verzameling van 1000 maal 1000 wereldsystemen is een "duizendvoudig tot op de tweede macht gemiddeld wereldsysteem". | |||
De grootste groepering bestaat uit duizend in blokjes gesneden wereldsystemen. Gauta,a de Boeddha, als hij dat wenste, zijn stem door een grote trichiliokosmos laten klinken. Hij doet dit door de trichiliocosm te overspoelen met zijn uitstraling, op welk punt de bewoners van dat wereldsysteem dit licht zullen waarnemen, en gaat vervolgens verder met het verspreiden van zijn stem door dat rijk. | |||
==Tijd en tijdsperioden== | |||
Boeddhistische tijdelijke kosmologie beschrijft hoe het universum tot stand komt en wordt opgelost. Net als andere Indiase kosmologieën gaat het uit van een oneindige tijdspanne en is het cyclisch. Dit betekent niet dat dezelfde gebeurtenissen in elke cyclus in identieke vorm voorkomen, maar alleen dat, net als bij de cycli van dag en nacht of zomer en winter, bepaalde natuurlijke gebeurtenissen keer op keer voorkomen om enige structuur aan de tijd te geven. | Boeddhistische tijdelijke kosmologie beschrijft hoe het universum tot stand komt en wordt opgelost. Net als andere Indiase kosmologieën gaat het uit van een oneindige tijdspanne en is het cyclisch. Dit betekent niet dat dezelfde gebeurtenissen in elke cyclus in identieke vorm voorkomen, maar alleen dat, net als bij de cycli van dag en nacht of zomer en winter, bepaalde natuurlijke gebeurtenissen keer op keer voorkomen om enige structuur aan de tijd te geven. | ||
De basiseenheid van tijdmeting is de mahākalpa of "Grote Eon" | De basiseenheid van tijdmeting is de mahākalpa of "Grote Eon". De lengte van deze tijd in menselijke jaren is nooit exact gedefinieerd, maar het is de bedoeling dat het erg lang is, gemeten in miljarden jaren, zo niet langer. | ||
Het woord kalpa betekent 'moment'. Een maha kalpa bestaat uit vier momenten (kalpa), waarvan de eerste creatie is. Het scheppingsmoment bestaat uit de creatie van de "vergaarbak", en de afdaling van wezens uit hogere rijken naar grovere vormen van bestaan. Tijdens de rest van het scheppingsmoment is de wereld bevolkt. Mensen die op dit punt bestaan, hebben geen limiet op hun levensduur. Het tweede moment is het duurmoment, het begin van dit moment wordt aangegeven door het eerste bewuste wezen dat de hel (niraya) binnengaat, de hellen en niraya's die vóór dit moment niet bestonden of leeg waren. Het duurmoment bestaat uit twintig "tussenliggende" momenten, die zich ontvouwen in een drama van de menselijke levensduur die afdaalt van 80.000 jaar naar 10, en dan weer terug naar 80.000 jaar. | |||
Het woord kalpa betekent 'moment'. Een maha kalpa bestaat uit vier momenten (kalpa), waarvan de eerste creatie is. Het scheppingsmoment bestaat uit de creatie van de "vergaarbak", en de afdaling van wezens uit hogere rijken naar grovere vormen van bestaan. Tijdens de rest van het scheppingsmoment is de wereld bevolkt. Mensen die op dit punt bestaan, hebben geen limiet op hun levensduur. Het tweede moment is het duurmoment, het begin van dit moment wordt aangegeven door het eerste bewuste wezen dat de hel (niraya) binnengaat, de hellen en niraya's die vóór dit moment niet bestonden of leeg waren. Het duurmoment bestaat uit twintig "tussenliggende" momenten | |||
Binnen de duur 'moment' lijkt deze zuiverings- en herhalingscyclus ongeveer 18 keer te gebeuren, waarbij het eerste "tussenliggende" moment alleen bestaat uit de afdaling vanaf 80.000 - het tweede tussenliggende moment bestaat uit een stijging en daling, en het laatste bestaat alleen uit een beklimming. | Binnen de duur 'moment' lijkt deze zuiverings- en herhalingscyclus ongeveer 18 keer te gebeuren, waarbij het eerste "tussenliggende" moment alleen bestaat uit de afdaling vanaf 80.000 - het tweede tussenliggende moment bestaat uit een stijging en daling, en het laatste bestaat alleen uit een beklimming. | ||
Nadat de duur 'moment' het ontbindingsmoment is, zullen de hellen langzamerhand geleegd worden, evenals alle grovere bestaansvormen. De wezens zullen samenstromen naar de vormrijken | Nadat de duur 'moment' het ontbindingsmoment is, zullen de hellen langzamerhand geleegd worden, evenals alle grovere bestaansvormen. De wezens zullen samenstromen naar de vormrijken, er vindt een vernietiging van vuur plaats, waardoor alles wordt gespaard van de rijken van de 'stralende' goden en hoger. | ||
Na 7 van deze vernietigingen door 'vuur', vindt een vernietiging door water plaats, en alles uit de rijken van de 'aangename' goden en daarboven wordt gespaard. | |||
Na | Na 64 van deze vernietigingen door vuur en water, dat wil zeggen - 56 vernietigingen door vuur en 7 door water - vindt een vernietiging door wind plaats, dit elimineert alles onder de rijken van de 'vruchtbare' deva's. De zuivere verblijfplaatsen, worden nooit vernietigd. Hoewel zonder de verschijning van een Boeddha, kunnen deze rijken lange tijd leeg blijven. De bewoners van deze rijken hebben een buitengewoon lange levensduur. | ||
De vormloze rijken worden nooit vernietigd omdat ze niet uit vorm bestaan. De reden dat de wereld wordt vernietigd door vuur, water en wind, en niet de aarde, is omdat de aarde de 'vergaarbak' is. | |||
Na het ontbindingsmoment blijft dit specifieke wereldsysteem lange tijd ontbonden, dit wordt het 'lege' moment genoemd, maar een meer accurate term zou "de staat van ontbinding" zijn. De wezens die vroeger in dit rijk woonden, zullen naar andere wereldsystemen migreren en misschien terugkeren als hun reizen hier weer naartoe leiden. | |||
Een mahākalpa is verdeeld in vier kalpa's of eeuwen, elk onderscheiden van de andere door het stadium van evolutie van het universum tijdens die kalpa. De vier afwerkingen zijn: | |||
* Vivartakalpa; "Eon van evolutie" – tijdens deze kalpa ontstaat het universum. | |||
* Vivartasthāyikalpa; "Eon van evolutieduur" - tijdens deze kalpa blijft het universum in een stabiele toestand bestaan. | |||
* Saṃvartakalpa; "Eon of dissolution" - tijdens deze kalpa lost het universum op. | |||
* Saṃvartasthāyikalpa; "Eon van ontbinding-duur" - tijdens deze kalpa blijft het universum in een staat van leegte. | |||
Elk van deze kalpa's is verdeeld in twintig antarakalpa's elk ongeveer even lang. Voor de Samvartasthāyikalpa is deze indeling slechts nominaal, aangezien er niets verandert van de ene antarakalpa naar de andere; maar voor de andere drie kalpa's markeert het een innerlijke cyclus binnen de kalpa. | |||
Elk van deze kalpa's is verdeeld in twintig antarakalpa's | |||
Vivartakalpa | ===Vivartakalpa=== | ||
De Vivartakalpa begint met het opkomen van de oerwind, die het proces begint van het opbouwen van de structuren van het universum die aan het einde van de laatste mahākalpa waren vernietigd. Aangezien de omvang van de vernietiging kan variëren, kan de aard van deze evolutie ook variëren, maar het neemt altijd de vorm aan van wezens uit een hogere wereld die geboren worden in een lagere wereld. Het voorbeeld van een Mahābrahmā die de wedergeboorte is van een overleden Ābhāsvara-deva is slechts één voorbeeld hiervan, dat doorgaat in de Vivartakalpa totdat alle werelden zijn gevuld vanuit de Brahmaloka .naar Naraka. Tijdens de Vivartakalpa verschijnen de eerste mensen; ze zijn niet zoals de huidige mensen, maar zijn wezens die schijnen in hun eigen licht, in staat zijn om zonder mechanische hulp door de lucht te bewegen, heel lang leven en geen voedsel nodig hebben; ze lijken meer op een soort lagere godheid dan de huidige mens. | |||
Na verloop van tijd krijgen ze een voorliefde voor fysieke voeding, en naarmate ze het consumeren, wordt hun lichaam zwaarder en gaat het meer op een menselijk lichaam lijken; ze verliezen hun vermogen om te schitteren en beginnen verschillen in hun uiterlijk te krijgen, en hun levensduur neemt af. Ze onderscheiden zich in twee geslachten en beginnen seksueel actief te worden. Dan ontstaan hebzucht, diefstal en geweld onder hen, en ze vestigen sociale verschillen en regering en kiezen een koning om over hen te regeren, genaamd Mahāsammata "de grote aangestelde". Sommigen van hen beginnen te jagen en eten het vlees van dieren, die inmiddels zijn ontstaan. | |||
De | ====Eerste Antarakalpa==== | ||
De Vivartasthāyikalpa begint wanneer het eerste wezen in Naraka wordt geboren, waardoor het hele universum met wezens wordt gevuld. Tijdens de eerste antarakalpa van deze eon neemt de duur van mensenlevens af van een enorm maar onbepaald aantal jaren (maar in ieder geval enkele tienduizenden jaren) naar de moderne levensduur van minder dan 100 jaar. Aan het begin van de antarakalpa zijn mensen over het algemeen nog steeds gelukkig. Ze leven onder de heerschappij van een universele monarch of "koning die het wiel draait", die verduidelijking nodig had. De Mahāsudassana-sutta (DN.17) vertelt over het leven van een cakravartin-koning, Mahāsudassana (Sanskriet: Mahāsudarśana), die 336.000 jaar leefde. De Cakkavatti-sīhanāda-sutta (DN.26) vertelt over een latere dynastie van cakravartins, Daḷhanemi en vijf van zijn nakomelingen, die een levensduur hadden van meer dan 80.000 jaar. De zevende van deze reeks cakravartins brak met de tradities van zijn voorvaderen en weigerde op een bepaalde leeftijd afstand te doen van zijn positie, de troon door te geven aan zijn zoon en het leven van een śramaṇa in te gaan.. Als gevolg van zijn latere wanbestuur nam de armoede toe; als gevolg van armoede begon diefstal; als gevolg van diefstal werd de doodstraf ingesteld; en als gevolg van deze minachting voor het leven werden moorden en andere misdaden hoogtij. | |||
De levensduur van de mens nam nu snel af van 80.000 tot 100 jaar, blijkbaar met ongeveer de helft afgenomen met elke generatie (dit is misschien niet letterlijk te nemen), terwijl met elke generatie andere misdaden en kwaad toenamen: liegen, hebzucht, haat, seksueel wangedrag, gebrek aan respect voor ouderen. Gedurende deze periode leefden volgens de Mahāpadāna-sutta (DN.14) drie van de vier Boeddha's van deze antarakalpa: [[Kakusandha Boeddha]], in de tijd dat de levensduur 40.000 jaar was; [[Kanakamuni Boeddha]] toen de levensduur 30.000 jaar was; en [[Kasyapa Boeddha]] toen de levensduur 20.000 jaar was. | |||
Onze huidige tijd is tegen het einde van de eerste antarakalpa van deze Vivartasthāyikalpa, wanneer de levensduur minder dan 100 jaar is, na het leven van Gautama de Boeddha, die 80 jaar oud werd. | |||
Er wordt geprofeteerd dat de rest van de antarakalpa ellendig zal zijn: de levensduur zal blijven afnemen en alle kwade neigingen uit het verleden zullen hun ultieme destructiviteit bereiken. Mensen leven niet langer dan tien jaar en trouwen als ze vijf zijn; voedsel zal arm en smakeloos zijn; geen enkele vorm van moraliteit zal worden erkend. De meest minachtende en hatelijke mensen zullen de heersers worden. Incest zal hoogtij vieren. Haat tussen mensen, zelfs leden van dezelfde familie, zal groeien totdat mensen aan elkaar gaan denken zoals jagers aan hun prooi doen. | |||
Tweede antarakalpa | Uiteindelijk zal er een grote oorlog volgen, waarin de meest vijandige en agressieve mensen zich zullen bewapenen met zwaarden in hun handen en eropuit zullen gaan om elkaar te doden. De minder agressieve zullen zich verstoppen in bossen en andere geheime plekken terwijl de oorlog woedt. Deze oorlog markeert het einde van de eerste antarakalpa. | ||
Aan het einde van de oorlog zullen de overlevenden uit hun schuilplaatsen tevoorschijn komen en berouw tonen voor hun slechte gewoonten. Naarmate ze goed beginnen te doen, neemt hun levensduur toe, en daarmee ook de gezondheid en het welzijn van de mensheid. Na een lange tijd zullen de afstammelingen van degenen met een levensduur van 10 jaar 80.000 jaar leven, en op dat moment zal er een cakravartin-koning zijn genaamd Saṅkha शंख . Tijdens zijn regering zal de huidige bodhisattva in de Tuṣita- hemel neerdalen en herboren worden onder de naam Ajita अजित. Hij zal het leven van een śramaṇa binnengaan en zal volmaakte verlichting bereiken als een Boeddha; en hij zal dan bekend staan onder de naam Maitreya | |||
====Tweede antarakalpa==== | |||
Aan het einde van de oorlog zullen de overlevenden uit hun schuilplaatsen tevoorschijn komen en berouw tonen voor hun slechte gewoonten. Naarmate ze goed beginnen te doen, neemt hun levensduur toe, en daarmee ook de gezondheid en het welzijn van de mensheid. Na een lange tijd zullen de afstammelingen van degenen met een levensduur van 10 jaar 80.000 jaar leven, en op dat moment zal er een cakravartin-koning zijn genaamd Saṅkha शंख . Tijdens zijn regering zal de huidige bodhisattva in de Tuṣita- hemel neerdalen en herboren worden onder de naam Ajita अजित. Hij zal het leven van een śramaṇa binnengaan en zal volmaakte verlichting bereiken als een Boeddha; en hij zal dan bekend staan onder de naam [[Maitreya Boeddha]]. | |||
Na Maitreya's tijd zal de wereld weer verslechteren en zal de levensduur geleidelijk afnemen van 80.000 jaar naar weer 10 jaar, waarbij elke antarakalpa van de volgende wordt gescheiden door verwoestende oorlog, met pieken van hoge beschaving en moraliteit in het midden. Na de 19e antarakalpa zal de levensduur toenemen tot 80.000 en daarna niet afnemen, omdat de Vivartasthāyikalpa ten einde is. | Na Maitreya's tijd zal de wereld weer verslechteren en zal de levensduur geleidelijk afnemen van 80.000 jaar naar weer 10 jaar, waarbij elke antarakalpa van de volgende wordt gescheiden door verwoestende oorlog, met pieken van hoge beschaving en moraliteit in het midden. Na de 19e antarakalpa zal de levensduur toenemen tot 80.000 en daarna niet afnemen, omdat de Vivartasthāyikalpa ten einde is. | ||
Samvartakalpa | ===Samvartakalpa=== | ||
De Samvartakalpa begint wanneer er geen wezens meer geboren worden in Naraka. Dit stoppen van geboorte gaat dan in omgekeerde volgorde omhoog in de verticale kosmologie, dwz preta's stoppen dan met geboren worden, dan dieren, dan mensen, enzovoort tot aan de rijken van de goden. | De Samvartakalpa begint wanneer er geen wezens meer geboren worden in Naraka. Dit stoppen van geboorte gaat dan in omgekeerde volgorde omhoog in de verticale kosmologie, dwz preta's stoppen dan met geboren worden, dan dieren, dan mensen, enzovoort tot aan de rijken van de goden. | ||
Wanneer deze werelden tot aan de Brahmaloka verstoken zijn van inwoners, verteert een groot vuur de hele fysieke structuur van de wereld. Het verbrandt alle werelden onder de Ābhāsvara-werelden. Wanneer ze zijn vernietigd, begint de Samvartasthāyikalpa . | Wanneer deze werelden tot aan de Brahmaloka verstoken zijn van inwoners, verteert een groot vuur de hele fysieke structuur van de wereld. Het verbrandt alle werelden onder de Ābhāsvara-werelden. Wanneer ze zijn vernietigd, begint de Samvartasthāyikalpa. | ||
Samvartasthāyikalpa | ===Samvartasthāyikalpa=== | ||
Er valt niets te zeggen over de Samvartasthāyikalpa , aangezien er niets in gebeurt onder de Ābhāsvara-werelden. Het eindigt wanneer de oerwind begint te waaien en de structuur van de werelden weer opbouwt. | Er valt niets te zeggen over de Samvartasthāyikalpa, aangezien er niets in gebeurt onder de Ābhāsvara-werelden. Het eindigt wanneer de oerwind begint te waaien en de structuur van de werelden weer opbouwt. | ||
Andere vernietigingen | ===Andere vernietigingen=== | ||
De vernietiging door vuur is het normale type vernietiging dat plaatsvindt aan het einde van de Samvartakalpa . Maar elke achtste mahākalpa, na zeven vernietigingen door vuur, is er een vernietiging door water. Dit is verwoestender, omdat het niet alleen de Brahma-werelden elimineert, maar ook de Ābhāsvara-werelden. | De vernietiging door vuur is het normale type vernietiging dat plaatsvindt aan het einde van de Samvartakalpa . Maar elke achtste mahākalpa, na zeven vernietigingen door vuur, is er een vernietiging door water. Dit is verwoestender, omdat het niet alleen de Brahma-werelden elimineert, maar ook de Ābhāsvara-werelden. | ||
Elke vierenzestigste mahākalpa, na zesenvijftig vernietigingen door vuur en zeven vernietigingen door water, is er een vernietiging door wind. Dit is de meest verwoestende van allemaal, omdat het ook de Śubhakṛtsna- werelden vernietigt. De hogere werelden worden nooit vernietigd. | Elke vierenzestigste mahākalpa, na zesenvijftig vernietigingen door vuur en zeven vernietigingen door water, is er een vernietiging door wind. Dit is de meest verwoestende van allemaal, omdat het ook de Śubhakṛtsna- werelden vernietigt. De hogere werelden worden nooit vernietigd. | ||
[[Categorie: Boeddhisme]] | |||