5.762
bewerkingen
|
Dharma-Lotus is een boeddhistische organisatie met 6 vestigingen in Nederland en een | retraitecentrum (Ekãyano) in Noord-Frankrijk |
|
(Nieuwe pagina aangemaakt met '{{WIU}} '''Mahāyāna''' ("Grote voertuig") is een term voor een brede groep boeddhistische tradities, teksten , filosofieën en praktijken. Het Mahāyāna-boeddhisme ontwikkelde zich in India (ca. 1e eeuw v.Chr.) en wordt beschouwd als een van de drie belangrijkste bestaande takken van het boeddhisme; * 53% Mahāyāna boeddhisme * 06% Vajrayāna/Tibetaans boeddhisme * 36% Theravada (enqu...') |
Geen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 2: | Regel 2: | ||
'''Mahāyāna''' ("Grote voertuig") is een term voor een brede groep [[Stromingen binnen het boeddhisme|boeddhistische tradities]], teksten , filosofieën en praktijken. Het Mahāyāna-boeddhisme ontwikkelde zich in India (ca. 1e eeuw v.Chr.) en wordt beschouwd als een van de drie belangrijkste bestaande takken van het [[boeddhisme]]; | '''Mahāyāna''' ("Grote voertuig") is een term voor een brede groep [[Stromingen binnen het boeddhisme|boeddhistische tradities]], teksten , filosofieën en praktijken. Het Mahāyāna-boeddhisme ontwikkelde zich in India (ca. 1e eeuw v.Chr.) en wordt beschouwd als een van de drie belangrijkste bestaande takken van het [[boeddhisme]]; | ||
* 6% [[Tibetaans boeddhisme|Vajrayāna/Tibetaans boeddhisme]] | |||
* 5% Overige stromingen | |||
* 36% [[Theravada]] | |||
* 53% Mahāyāna boeddhisme | * 53% Mahāyāna boeddhisme | ||
Het Mahāyāna boeddhisme aanvaardt de belangrijkste geschriften en leringen van het [[Ontwikkeling van het vroege boeddhisme|vroege boeddhisme]], maar erkent ook verschillende doctrines en teksten die door het Theravada-boeddhisme niet als origineel worden aanvaard. Deze omvatten de Mahāyāna Sūtra's en de nadruk op het bodhisattva-pad en Prajñāpāramitā. | Het Mahāyāna boeddhisme aanvaardt de belangrijkste geschriften en leringen van het [[Ontwikkeling van het vroege boeddhisme|vroege boeddhisme]], maar erkent ook verschillende doctrines en teksten die door het Theravada-boeddhisme niet als origineel worden aanvaard. Deze omvatten de Mahāyāna Sūtra's en de nadruk op het bodhisattva-pad en Prajñāpāramitā. | ||
| Regel 24: | Regel 25: | ||
Het vroegste tekstuele bewijs van "Mahāyāna" komt uit sūtra's die hun oorsprong vonden rond het begin van de Christelijk jaartelling. Enkele belangrijke bewijzen voor het vroege Mahāyāna-boeddhisme komen uit de teksten die zijn vertaald door de Indoscythische monnik Lokakṣema in de 2e eeuw na Christus, die vanuit het koninkrijk Gandhāra naar China kwam. Dit zijn enkele van de vroegst bekende Mahāyāna-teksten. Studie van deze teksten toont aan dat ze het kloosterleven sterk promoten, de legitimiteit van arhatschap erkennen, toewijding aan 'hemelse' bodhisattva 's niet aanbevelen en geen enkele poging tonen om een nieuwe sekte of orde op te richten. Een paar van deze teksten leggen vaak de nadruk op ascetischbeoefeningen, wonen in het bos en diepe staten van [[meditatie|meditatieve]] concentratie (samadhi). | Het vroegste tekstuele bewijs van "Mahāyāna" komt uit sūtra's die hun oorsprong vonden rond het begin van de Christelijk jaartelling. Enkele belangrijke bewijzen voor het vroege Mahāyāna-boeddhisme komen uit de teksten die zijn vertaald door de Indoscythische monnik Lokakṣema in de 2e eeuw na Christus, die vanuit het koninkrijk Gandhāra naar China kwam. Dit zijn enkele van de vroegst bekende Mahāyāna-teksten. Studie van deze teksten toont aan dat ze het kloosterleven sterk promoten, de legitimiteit van arhatschap erkennen, toewijding aan 'hemelse' bodhisattva 's niet aanbevelen en geen enkele poging tonen om een nieuwe sekte of orde op te richten. Een paar van deze teksten leggen vaak de nadruk op ascetischbeoefeningen, wonen in het bos en diepe staten van [[meditatie|meditatieve]] concentratie (samadhi). | ||
In het vroege Mahāyāna was het | In het vroege Mahāyāna was het gebruikelijk dat Mahāyāna- en niet-Mahāyāna [[monniken]] naast elkaar in dezelfde kloosters woonden. | ||
Ondanks dat het een minderheid was in India, was de Mahāyāna een intellectueel levendige beweging, die verschillende stromingen ontwikkelde tijdens de "De gouden eeuw van de Indiase boeddhistische filosofie" (eerste millennium n.Chr. tot aan de 7e eeuw). Enkele belangrijke Mahāyāna-tradities zijn Prajñāpāramitā, Mādhyamaka, Yogācāra, Boeddha-natuur (Tathāgatagarbha), en de school van Dignaga en Dharmakirti als de laatste en meest recente. Belangrijke vroege figuren zijn Nagarjuna, Āryadeva, Aśvaghoṣa,Asanga, Vasubandhu en Dignaga. Mahāyāna-boeddhisten schijnen actief te zijn geweest in het Kushan-rijk (30–375 n.Chr.), Een periode waarin boeddhisten grote missionaire en literaire activiteiten uitvoerden. | Ondanks dat het een minderheid was in India, was de Mahāyāna een intellectueel levendige beweging, die verschillende stromingen ontwikkelde tijdens de "De gouden eeuw van de Indiase boeddhistische filosofie" (eerste millennium n.Chr. tot aan de 7e eeuw). Enkele belangrijke Mahāyāna-tradities zijn Prajñāpāramitā, Mādhyamaka, Yogācāra, Boeddha-natuur (Tathāgatagarbha), en de school van Dignaga en Dharmakirti als de laatste en meest recente. Belangrijke vroege figuren zijn Nagarjuna, Āryadeva, Aśvaghoṣa,Asanga, Vasubandhu en Dignaga. Mahāyāna-boeddhisten schijnen actief te zijn geweest in het Kushan-rijk (30–375 n.Chr.), Een periode waarin boeddhisten grote missionaire en literaire activiteiten uitvoerden. | ||
| Regel 36: | Regel 36: | ||
===uitbreiding buiten India=== | ===uitbreiding buiten India=== | ||
Na verloop van tijd bereikten Indiase Mahāyāna-teksten en -filosofie Centraal-Azië en China via handelsroutes zoals de Zijderoute, die zich later over Oost-Azië verspreidden. Na verloop van tijd werd het Centraal-Aziatische boeddhisme sterk beïnvloed door Mahāyāna en het was een belangrijke bron voor het Chinese boeddhisme. Mahāyāna-werken zijn ook gevonden in Gandhāra, wat het belang van deze regio voor de verspreiding van Mahāyāna aangeeft. Centraal-Aziatische Mahāyāna-geleerden waren erg belangrijk in de zijderoute-overdracht van het boeddhisme. Ze omvatten vertalers zoals Lokakṣema ( | Na verloop van tijd bereikten Indiase Mahāyāna-teksten en -filosofie Centraal-Azië en China via handelsroutes zoals de Zijderoute, die zich later over Oost-Azië verspreidden. Na verloop van tijd werd het Centraal-Aziatische boeddhisme sterk beïnvloed door Mahāyāna en het was een belangrijke bron voor het Chinese boeddhisme. Mahāyāna-werken zijn ook gevonden in Gandhāra, wat het belang van deze regio voor de verspreiding van Mahāyāna aangeeft. Centraal-Aziatische Mahāyāna-geleerden waren erg belangrijk in de zijderoute-overdracht van het boeddhisme. Ze omvatten vertalers zoals Lokakṣema (ca. 167-186), Dharmarakṣa (ca. 265-313),Kumārajīva (ca. 401) en Dharmakṣema (385-433). De site van Dunhuang lijkt een bijzonder belangrijke plaats te zijn geweest voor de studie van het Mahāyāna-boeddhisme. | ||
Tegen de vierde eeuw waren Chinese monniken zoals [[Faxian]] (ca. 337–422 | Tegen de vierde eeuw waren Chinese monniken zoals [[Faxian]] (ca. 337–422) Ook begonnen naar India te reizen om boeddhistische leringen terug te brengen, vooral Mahāyāna-werken. Deze figuren schreven ook over hun ervaringen in India en hun werk blijft van onschatbare waarde voor het begrijpen van het Indiase boeddhisme. In sommige gevallen werden Indiase Mahāyāna-tradities rechtstreeks getransplanteerd, zoals in het geval van de Oost-Aziatische Madhymaka (door Kumārajīva ) en Oost-Aziatische Yogacara (vooral door [[Hsuan-Tsang|Xuanzang]]). Later leidden nieuwe ontwikkelingen in het Chinese Mahāyāna tot nieuwe Chinese boeddhistische tradities zoals Tiantai, Huayen, Pure Land en [[Zen|Chan Boeddhisme (Zen)]]. Deze tradities zouden zich vervolgens verspreiden naar Korea, Vietnam en Japan. | ||
Vormen van het Mahāyāna-boeddhisme die voornamelijk gebaseerd zijn op de leerstellingen van de Indiase Mahāyāna-soetra's zijn nog steeds populair in het Oost-Aziatische boeddhisme , dat grotendeels wordt gedomineerd door verschillende takken van het Mahāyāna-boeddhisme. | Vormen van het Mahāyāna-boeddhisme die voornamelijk gebaseerd zijn op de leerstellingen van de Indiase Mahāyāna-soetra's zijn nog steeds populair in het Oost-Aziatische boeddhisme , dat grotendeels wordt gedomineerd door verschillende takken van het Mahāyāna-boeddhisme. | ||
| Regel 44: | Regel 44: | ||
===latere ontwikkelingen=== | ===latere ontwikkelingen=== | ||
Het gebruik van mandala 's was een nieuw kenmerk van het tantrische boeddhisme , dat ook nieuwe goden adopteerde, zoals Chakrasamvara | Het gebruik van mandala 's was een nieuw kenmerk van het tantrische boeddhisme, dat ook nieuwe goden adopteerde, zoals Chakrasamvara. | ||
Beginnend tijdens de Gupta -periode (ca. 3e eeuw | Beginnend tijdens de Gupta -periode (ca. 3e eeuw-575) begon zich een nieuwe beweging te ontwikkelen die putte uit eerdere Mahāyāna-doctrine en nieuwe pan-Indiase tantrische ideeën. Dit werd bekend onder verschillende namen, zoals Vajrayāna, Mantrayāna en Esoterisch Boeddhisme. Deze nieuwe beweging ging door tot in het Pala-tijdperk (8e eeuw - 12e eeuw), waarin het het Indiase boeddhisme begon te domineren. Mogelijk geleid door groepen zwervende tantrische yogi's genaamd mahasiddha's, ontwikkelde deze beweging nieuwe tantrische spirituele praktijken en promootte ook nieuwe teksten, de boeddhistische [[Tantra|tantra's]]. Filosofisch gezien bleef het Vajrayāna-boeddhistische denken gebaseerd op de Mahāyāna-boeddhistische ideeën van Madhyamaka, Yogacara en Boeddha-natuur. Het tantrische boeddhisme houdt zich over het algemeen bezig met nieuwe vormen van meditatie en rituelen, waarbij vaak gebruik wordt gemaakt van de visualisatie van boeddhistische godheden (waaronder boeddha's, bodhisattva's, dakini 's en [[woeste goden|woeste godheden]]) en het gebruik van mantra's. De meeste van deze praktijken zijn esoterisch en vereisen rituele initiatie of introductie door een tantrische meester (vajracarya) of goeroe. | ||
De | De nieuwe tantrische vorm van het Mahāyāna-boeddhisme werd buitengewoon invloedrijk in India, vooral in Kasjmir en in de landen van het Pala-rijk. Het verspreidde zich uiteindelijk ook naar het noorden naar Centraal-Azië, het Tibetaanse plateau en naar Oost-Azië. Vajrayāna blijft de dominante vorm van het boeddhisme in Tibet, in omliggende regio's als Bhutan en in Mongolië. Esoterische elementen zijn ook een belangrijk onderdeel van het Oost-Aziatische boeddhisme, waar het met verschillende termen naar wordt verwezen. | ||
==Wereldbeeld== | |||
Over het Mahāyāna-boeddhisme in het algemeen kunnen weinig dingen met zekerheid worden gezegd, behalve dat het boeddhisme dat in China, Indonesië, Vietnam, Korea, Tibet, Mongolië en Japan wordt beoefend, het Mahāyāna-boeddhisme is. Mahāyāna kan worden beschreven als een losjes gebonden verzameling van vele leringen en praktijken (waarvan sommige ogenschijnlijk tegenstrijdig zijn). Mahāyāna vormt een alomvattende en brede reeks tradities die worden gekenmerkt door pluraliteit en de goedkeuring van een groot aantal nieuwe soetra's ideeën en filosofische verhandelingen naast andere boeddhistische teksten. | |||
In grote lijnen accepteren Mahāyāna-boeddhisten de klassieke boeddhistische doctrines die in het vroege boeddhisme worden gevonden zoals de Middenweg, [[Afhankelijk ontstaan]], de [[4 edele waarheden]], het [[8-voudige pad]], de [[3 grote waarheden]], en de bodhipakṣadharma's (hulpmiddelen bij het ontwaken). Het Mahāyāna-boeddhisme accepteert verder enkele van de ideeën die in de boeddhistische [[Abhidharma]] worden aangetroffengedachte. Mahāyāna voegt echter ook tal van Mahāyāna-teksten en doctrines toe, die als definitief en in sommige gevallen superieure leringen worden gezien. | |||
==De Boeddha's== | |||
Boeddha's en bodhisattva 's zijn centrale elementen van Mahāyāna. Mahāyāna heeft een enorm uitgebreide kosmologie en theologie , met verschillende boeddha's en krachtige bodhisattva's die in verschillende werelden en boeddhavelden verblijven. Boeddha's die uniek zijn voor Mahāyāna zijn de Boeddha's Amitābha ("Oneindig Licht"), Akṣobhya ("de onverstoorbare"), Bhaiṣajyaguru ("Medicijngoeroe") en Vairocana ("de Illuminator"). In Mahāyāna wordt een Boeddha gezien als een wezen dat de hoogste vorm van ontwaken heeft bereikt vanwege zijn superieure [[mededogen]] en wens om alle wezens te helpen. | |||
Een belangrijk kenmerk van Mahāyāna is de manier waarop het de aard van een Boeddha begrijpt, die verschilt van niet-Mahāyāna-begrippen. Mahāyāna-teksten beelden naast [[Gautama de Boeddha|Sakyamuni]] niet alleen vaak talloze Boeddha's af, maar zien ze ook als transcendentale wezens met grote krachten en enorme levens. De Witte Lotus Soetra beschrijft op beroemde wijze de levensduur van de Boeddha als onmetelijk en stelt dat hij het Boeddhaschap talloze eonen geleden heeft bereikt en de [[Dharma]] heeft onderwezen via zijn talrijke avatars gedurende een onvoorstelbare tijdsperiode. | |||
Bovendien zijn Boeddha's actief in de wereld en bedenken ze voortdurend manieren om alle levende wezens te onderwijzen en te helpen. Ze worden gezien als "een spirituele koning, die betrekking heeft op en zorgt voor de wereld", in plaats van simpelweg een leraar die na zijn dood "volledig 'verder is gegaan' dan de wereld en haar zorgen". Het leven en de dood van Boeddha Sakyamuni op aarde worden dan gewoonlijk docetisch opgevat als een "slechts uiterlijk", zijn dood is een show, terwijl hij in werkelijkheid uit mededogen blijft om alle levende wezens te helpen. Evenzo beschrijft Guang Xing de Boeddha in Mahāyāna als een almachtige en almachtige godheid ."begiftigd met talloze bovennatuurlijke eigenschappen en kwaliteiten." | |||
Het idee dat boeddha's toegankelijk blijven, is buitengewoon invloedrijk in Mahāyāna en maakt het ook mogelijk om een wederzijdse relatie met een Boeddha te hebben door middel van gebed, visioenen, toewijding en openbaringen. Door het gebruik van verschillende praktijken kan een Mahāyāna-toegewijde ernaar streven herboren te worden in het zuivere land of boeddhaveld van een Boeddha (buddhakṣetra), waar ze kunnen streven naar Boeddhaschap in de best mogelijke omstandigheden. Afhankelijk van de sekte kan bevrijding in een boeddhaveld worden verkregen door geloof, meditatie of soms zelfs door de naam van Boeddha te herhalen. Op geloof gebaseerde devotionele praktijken gericht op wedergeboorte in zuivere landen zijn gebruikelijk in het Oost-Aziatische Pure Land-boeddhisme. | |||
Het invloedrijke Mahāyāna-concept van de drie lichamen (trikāya) van een Boeddha ontwikkelde zich om de transcendentale aard van de Boeddha te begrijpen. Deze leer stelt dat de "lichamen van magische transformatie" (nirmāṇakāya's) en de "genotslichamen" (saṃbhogakāya) emanaties zijn van het ultieme Boeddha-lichaam, de Dharmakaya, die niets anders is dan de ultieme realiteit zelf, dwz leegte. | |||
==De Bodhisattva's== | |||
Het Mahāyāna bodhisattva-pad wordt door Mahāyānisten gezien als het superieure spirituele pad, bovenop de paden van degenen die arhatschap of 'eenzame boeddhaschap' zoeken voor hun eigen bestwil. Mahāyāna-boeddhisten zijn over het algemeen van mening dat het nastreven van alleen de persoonlijke bevrijding van lijden, dwz nirvāṇa, een kleiner of inferieur streven is (genaamd "hinayana"), omdat het de wens en vastberadenheid mist om alle andere levende wezens te bevrijden van saṃsāra (de ronde van [[reincarnatie|wedergeboorte]] door een Arhat te worden. | |||
Deze wens om anderen te helpen wordt bodhicitta genoemd. Iemand die dit pad bewandelt om boeddhaschap te voltooien, wordt een bodhisattva genoemd. Bodhisattva's van hoog niveau worden gezien als buitengewoon machtige bovenaardse wezens die in de hele Mahāyāna-landen objecten van toewijding en gebed zijn. Populaire bodhisattva's die in heel Mahāyāna worden vereerd, zijn Avalokiteshvara, Manjushri, Tara en Maitreya. Bodhisattva's konden het persoonlijke nirvana van de arhats bereiken, maar ze wijzen dit doel af en blijven in saṃsāra om anderen uit mededogen te helpen. | |||
Er zijn twee modellen voor de aard van de bodhisattva's, die te zien zijn in de verschillende Mahāyāna-teksten | |||
* Een daarvan is het idee dat een bodhisattva zijn ontwaken moet uitstellen totdat Boeddhaschap is bereikt. Dit kan eeuwen duren en in de tussentijd zullen ze talloze wezens helpen. Nadat ze het boeddhaschap hebben bereikt, gaan ze over naar nirvāṇa. | |||
* Het tweede model is het idee dat er twee soorten nirvāṇa zijn, de nirvāṇa van een arhat en een superieur type nirvāṇa genaamd apratiṣṭhita (niet-blijvend, niet gevestigd) waarmee een Boeddha voor altijd betrokken kan blijven bij de wereld. | |||
===Het Bodhisattva-pad=== | |||
Het | |||
In de meeste klassieke Mahāyāna-bronnen (evenals in niet-Mahāyāna-bronnen over het onderwerp), wordt gezegd dat het bodhisattva-pad drie of vier asaṃkheyya's ("ontelbare eonen") in beslag neemt, wat een enorm aantal levens van oefening vereist. Bepaalde praktijken worden echter soms beschouwd als kortere wegen naar Boeddhaschap (deze variëren sterk per traditie). Volgens de Bodhipathapradīpa (Een lamp voor het pad naar ontwaken) van de Indiase meester Atiśa, is het centrale bepalende kenmerk van het pad van een bodhisattva het universele streven om een einde te maken aan het lijden voor zichzelf en alle andere wezens, dwz bodhicitta. | |||
In de meeste klassieke Mahāyāna-bronnen (evenals in niet-Mahāyāna-bronnen over het onderwerp), wordt gezegd dat het bodhisattva-pad drie of vier asaṃkheyya's ("ontelbare eonen") in beslag neemt, wat een enorm aantal levens van oefening vereist. | |||
Traditioneel wordt aangenomen dat het spirituele pad van de bodhisattva begint met de revolutionaire gebeurtenis die het "ontwaken van de ontwakende geest" (bodhicittotpāda) wordt genoemd, wat de wens is om een Boeddha te worden om alle wezens te helpen. Dit wordt op verschillende manieren bereikt, zoals de meditatie onderwezen door de Indiase meester Shantideva in zijn Bodhicaryavatara genaamd "zelf en anderen gelijk maken en zelf en anderen uitwisselen". Andere Indiase meesters zoals Atisha en Kamalashila onderwijzen ook een meditatie waarin we nadenken over hoe alle wezens onze naaste verwanten of vrienden zijn geweest in vorige levens. Deze contemplatie leidt tot het ontstaan van diepe liefde (maitrī) en mededogen (karuṇā) voor anderen, en zo wordt bodhicitta gegenereerd. Volgens de Indiase filosoof Shantideva, wanneer groot mededogen en bodhicitta in het hart van een persoon opkomen, houden ze op een gewoon persoon te zijn en worden ze een "zoon of dochter van de Boeddha's". | |||
Traditioneel wordt aangenomen dat het spirituele pad van de bodhisattva begint met de revolutionaire gebeurtenis die het "ontwaken van de ontwakende geest" ( bodhicittotpāda ) wordt genoemd, wat de wens is om een Boeddha te worden om alle wezens te helpen. | |||
===de Bodhisattva buiten het Mahayana boeddhisme=== | |||
Het idee van de bodhisattva is niet uniek voor het Mahāyāna-boeddhisme en wordt gevonden in Theravada en andere vroege boeddhistische scholen. Deze scholen waren echter van mening dat om een bodhisattva te worden een voorspelling van iemands toekomstige boeddhaschap in aanwezigheid van een levende boeddha vereist was. In Mahāyāna is een bodhisattva van toepassing op elke persoon vanaf het moment dat ze van plan zijn een Boeddha te worden (dwz het ontstaan van bodhicitta) en zonder de vereiste van een levende Boeddha. Sommige Mahāyāna-sūtra's, zoals de Lotus Sutra, promoten het bodhisattva-pad als universeel en open voor iedereen. Andere teksten zijn het daar niet mee eens. | |||
De generatie van bodhicitta kan dan worden gevolgd door het afleggen van de bodhisattva-geloften om 'de hele onmetelijke wereld van wezens naar nirvana te leiden', zoals de Prajñaparamita sutra's stellen. Deze compassievolle toewijding om anderen te helpen is het centrale kenmerk van de Mahāyāna bodhisattva. Deze geloften kunnen gepaard gaan met bepaalde ethische richtlijnen of bodhisattva-voorschriften. Talrijke soetra's stellen ook dat een belangrijk onderdeel van het bodhisattva-pad de beoefening is van een reeks deugden die pāramitā's (transcendente of allerhoogste deugden) worden genoemd. Soms worden er zes geschetst: geven, ethische discipline, geduldig uithoudingsvermogen, ijver, meditatie en transcendente wijsheid. Andere soetra's (zoals de Daśabhūmika) geven een lijst van tien, met de toevoeging van upāya (bekwame middelen), praṇidhāna (gelofte, besluit), Bala (spirituele kracht) en [[Jhana|Jñāna]] (kennis). [[Prana|Prajñā]] (transcendente kennis of wijsheid) is misschien wel de belangrijkste deugd van de bodhisattva. Dit verwijst naar een begrip van de leegte van alle verschijnselen, voortkomend uit studie, diepe overweging en meditatie. | |||
De Daśabhūmika Sūtra en andere teksten schetsen ook een reeks bodhisattva-niveaus of spirituele stadia ( bhūmis ) op het pad naar Boeddhaschap. De verschillende teksten zijn het echter niet eens over het aantal stadia, de Daśabhūmika geeft er bijvoorbeeld tien (en brengt ze allemaal in kaart met de tien paramita's), de Bodhisattvabhūmi geeft zeven en dertien en de Avatamsaka schetst 40 stadia. | ===Bodhisattva-niveaus=== | ||
Verschillende teksten associëren het begin van de bodhisattva-oefening met wat het "pad van accumulatie" of uitrusting ( saṃbhāra-mārga ) wordt genoemd, het eerste pad van het klassieke schema met vijf paden. De Daśabhūmika Sūtra en andere teksten schetsen ook een reeks bodhisattva-niveaus of spirituele stadia (bhūmis) op het pad naar Boeddhaschap. De verschillende teksten zijn het echter niet eens over het aantal stadia, de Daśabhūmika geeft er bijvoorbeeld tien (en brengt ze allemaal in kaart met de tien paramita's), de Bodhisattvabhūmi geeft zeven en dertien en de Avatamsaka schetst 40 stadia. | |||
===Bekwame middelen en het ene voertuig=== | |||
Bekwame middelen of geschikte technieken (Skt. Upāya) is een andere belangrijke deugd en doctrine in het Mahāyāna-boeddhisme. [109] Het idee is het beroemdst uiteengezet in de Witte Lotus Soetra en verwijst naar elke effectieve methode of techniek die bevorderlijk is voor spirituele groei en die wezens naar ontwaken en nirvana leidt . Deze doctrine stelt dat de Boeddha zijn leer aanpast aan degene aan wie hij onderwijst uit mededogen. Hierdoor is het mogelijk dat de Boeddha schijnbaar tegenstrijdige dingen aan verschillende mensen leert. Dit idee wordt ook gebruikt om het uitgebreide tekstcorpus in Mahāyāna uit te leggen. [110] | |||
Bekwame middelen of geschikte technieken (Skt. Upāya ) is een andere belangrijke deugd en doctrine in het Mahāyāna-boeddhisme. [109] Het idee is het beroemdst uiteengezet in de Witte Lotus Soetra en verwijst naar elke effectieve methode of techniek die bevorderlijk is voor spirituele groei en die wezens naar ontwaken en nirvana leidt . Deze doctrine stelt dat de Boeddha zijn leer aanpast aan degene aan wie hij onderwijst uit mededogen. Hierdoor is het mogelijk dat de Boeddha schijnbaar tegenstrijdige dingen aan verschillende mensen leert. Dit idee wordt ook gebruikt om het uitgebreide tekstcorpus in Mahāyāna uit te leggen. [110] | |||
Een nauw verwante leer is de leer van het Ene Voertuig ( ekayāna ). Deze leer stelt dat hoewel de Boeddha drie voertuigen zou hebben onderwezen (het voertuig van de discipelen , het voertuig van de eenzame boeddha's en het bodhisattva-voertuig, die door alle vroege boeddhistische scholen worden aanvaard), dit in feite allemaal bekwame middelen zijn die leiden tot dezelfde plaats: Boeddhaschap. Daarom zijn er niet drie voertuigen in ultieme zin, maar één voertuig, het allerhoogste voertuig van de boeddha's, dat op verschillende manieren wordt onderwezen, afhankelijk van de vermogens van individuen. Zelfs die wezens die denken dat ze het pad (dwz de arhats ) hebben voltooid, zijn in feite nog niet klaar en zullen uiteindelijk het boeddhaschap bereiken. [110] | Een nauw verwante leer is de leer van het Ene Voertuig ( ekayāna ). Deze leer stelt dat hoewel de Boeddha drie voertuigen zou hebben onderwezen (het voertuig van de discipelen , het voertuig van de eenzame boeddha's en het bodhisattva-voertuig, die door alle vroege boeddhistische scholen worden aanvaard), dit in feite allemaal bekwame middelen zijn die leiden tot dezelfde plaats: Boeddhaschap. Daarom zijn er niet drie voertuigen in ultieme zin, maar één voertuig, het allerhoogste voertuig van de boeddha's, dat op verschillende manieren wordt onderwezen, afhankelijk van de vermogens van individuen. Zelfs die wezens die denken dat ze het pad (dwz de arhats ) hebben voltooid, zijn in feite nog niet klaar en zullen uiteindelijk het boeddhaschap bereiken. [110] | ||