Vispassi Boeddha: verschil tussen versies

1 byte verwijderd ,  5 dec 2022 18:18
geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
 
(2 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 6: Regel 6:
}}
}}
{{Boeddhistische Goden}}
{{Boeddhistische Goden}}
In de boeddhistische traditie is Vipassī de tweeëntwintigste van de achtentwintig [[Boeddha|Boeddha's]] die worden beschreven in hoofdstuk 27 van de Buddhavaṃsa. De Buddhavamsa is een boeddhistische tekst die het leven beschrijft van [[Gautama de Boeddha]] en de zevenentwintig Boeddha's die hem voorgingen. Het is het veertiende boek van de Khuddaka Nikāya, die op zijn beurt deel uitmaakt van de Sutta Piṭaka. De Sutta Piṭaka is een van de drie pitaka's (hoofdsecties) die samen de [[Pali-canon|Tripiṭaka of Pāli Canon]] vormen van het [[Theravada|Theravada-boeddhisme]].
In de boeddhistische traditie is Vipassī de tweeëntwintigste van de achtentwintig [[Boeddha|Boeddha's]] die worden beschreven in hoofdstuk 27 van de [[Buddhavamsa]]. De Buddhavamsa is een boeddhistische tekst die het leven beschrijft van [[Gautama de Boeddha]] en de zevenentwintig Boeddha's die hem voorgingen. Het is het veertiende boek van de Khuddaka Nikāya, die op zijn beurt deel uitmaakt van de Sutta Piṭaka. De Sutta Piṭaka is een van de drie pitaka's (hoofdsecties) die samen de [[Pali-canon|Tripiṭaka of Pāli Canon]] vormen van het [[Theravada|Theravada-boeddhisme]].


==Etymologie==
==Etymologie==
Regel 28: Regel 28:
Zijn twee belangrijkste mannelijke discipelen waren Khanda en Tissa en zijn twee belangrijkste vrouwelijke discipelen waren Candâ en Candamittâ. Asoka was zijn persoonlijke assistent. Zijn goede donateurs waren Punabbasummitta en Naga bij de leken, Sirimâ en Uttarâ bij de lekenvrouwen. Mendaki (toen nog Avaroja geheten) bouwde voor hem het Gandhakuti (geurend paviljoen). Hij deed de uposatha eens in de zeven jaar en de [[sangha]] hield zich perfect aan de discipline.
Zijn twee belangrijkste mannelijke discipelen waren Khanda en Tissa en zijn twee belangrijkste vrouwelijke discipelen waren Candâ en Candamittâ. Asoka was zijn persoonlijke assistent. Zijn goede donateurs waren Punabbasummitta en Naga bij de leken, Sirimâ en Uttarâ bij de lekenvrouwen. Mendaki (toen nog Avaroja geheten) bouwde voor hem het Gandhakuti (geurend paviljoen). Hij deed de uposatha eens in de zeven jaar en de [[sangha]] hield zich perfect aan de discipline.


{{Boeddhisme volgorde}}
{{boeddha volgorde}}


[[Categorie: Goden binnen het Boeddhisme]]
[[Categorie: Goden binnen het Boeddhisme]]