Gautama de Boeddha: verschil tussen versies

4 bytes toegevoegd ,  21 mei 2025 10:36
Regel 112: Regel 112:
===de Sangha===
===de Sangha===


De Sangha groeide snel, met donaties van land en kloosters, zoals de mangoboomgaard van Jivaka en het park van prins Jeta, gekocht door bankier Sudatta Anãthapindika. Koning Pasenadi van Kosala steunde het boeddhisme royaal, wat kritiek opriep van zijn ministers. Gautama liet ook de onaanraakbare Sunita toe tot de Sangha, een revolutionaire daad die tot oproer leidde. Koning Pasenadi zag echter dat de dharma voor iedereen toegankelijk was.
De Sangha groeide snel, met donaties van land en kloosters, zoals de mangoboomgaard van Jivaka en het park van prins Jeta, gekocht door bankier Sudatta Anãthapindika. Koning [[Pasenadi]] van Kosala steunde het boeddhisme royaal, wat kritiek opriep van zijn ministers. Gautama liet ook de onaanraakbare Sunita toe tot de Sangha, een revolutionaire daad die tot oproer leidde. Koning Pasenadi zag echter dat de dharma voor iedereen toegankelijk was.
Vrouwen werden aanvankelijk niet toegelaten tot de Sangha. In 524 v.Chr., na Suddhodana’s dood, vroeg Pajãpati tweemaal om bhikkhuni te worden, maar Gautama weigerde. Pajãpati schoor haar hoofd, trok een pij aan en reisde met andere vrouwen naar Vesãli. Ananda pleitte voor hun toelating, en Gautama gaf toe na bevestiging dat vrouwen verlichting konden bereiken. Hij stelde echter acht extra regels op voor bhikkhuni’s, zoals het erkennen van bhikkhu’s als meerderen, om weerstand binnen en buiten de Sangha te beperken. Deze regels waren niet discriminatoir bedoeld, maar pragmatisch om de dharma acceptabel te maken in een patriarchale samenleving. Gautama voorspelde dat de dharma door de toelating van vrouwen slechts 500 in plaats van 1000 jaar zou bestaan, een twijfel die hij bleef houden.
Vrouwen werden aanvankelijk niet toegelaten tot de Sangha. In 524 v.Chr., na Suddhodana’s dood, vroeg Pajãpati tweemaal om bhikkhuni te worden, maar Gautama weigerde. Pajãpati schoor haar hoofd, trok een pij aan en reisde met andere vrouwen naar Vesãli. Ananda pleitte voor hun toelating, en Gautama gaf toe na bevestiging dat vrouwen verlichting konden bereiken. Hij stelde echter acht extra regels op voor bhikkhuni’s, zoals het erkennen van bhikkhu’s als meerderen, om weerstand binnen en buiten de Sangha te beperken. Deze regels waren niet discriminatoir bedoeld, maar pragmatisch om de dharma acceptabel te maken in een patriarchale samenleving. Gautama voorspelde dat de dharma door de toelating van vrouwen slechts 500 in plaats van 1000 jaar zou bestaan, een twijfel die hij bleef houden.
De Sangha bleef sterk groeien...
De Sangha bleef sterk groeien...