Assaji: verschil tussen versies

7.122 bytes toegevoegd ,  25 mei 2025 02:42
geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 1: Regel 1:
[[File:Buddha_visiting_his_five_old_friends_Roundel_26_buddha_ivory_tusk.jpg|210px|thumb|Boeddha spreekt tot de 5 asceten waaronder Assaji]]
[[File:Buddha_visiting_his_five_old_friends_Roundel_26_buddha_ivory_tusk.jpg|210px|thumb|Boeddha spreekt tot de 5 asceten waaronder Assaji]]
{{Personen uit de Pali-canon}}
{{Personen uit de Pali-canon}}
'''Assaji''' (Assaji Thera) behoorde tot de eerste [[monnik|monniken]] die toetrad tot de [[Sangha]] en kwam uit de streek Uttar Pradesh en Bihar in noord-oost India. Hij was afkomstig uit de Brahmanen kaste en zijn vader was een belangrijk priester die door Suddhodana, de vader van Siddhartha (zoals [[Gautama de Boeddha]] wordt genoemd voor zijn [[verlichting]]) was uitgenodigd om een voorspelling te doen over zijn pas geboren zoon. De priesters voorspelde dat de jongen of een groot krijger, of een groot leraar zou gaan worden.
'''Assaji''' ([[Pali]]: Assaji; [[Sanskriet]]: Aśvajit, omstreeks 560-495 v. Chr.) was een van de eerste leerlingen van [[Gautama de Boeddha]] en een belangrijke figuur in de vroege boeddhisme|boeddhistische]] [[sangha]] (gemeenschap). Hij behoorde tot de groep van vijf asceten (pañcavaggiya) die de [[Boeddha]] vergezelden tijdens zijn jaren van strenge ascese vóór zijn [[verlichting]] en die later de eersten waren die zijn leer, de [[Dhamma]], hoorden. Assaji speelt een cruciale rol in de boeddhistische traditie, met name vanwege zijn ontmoeting met [[Sariputta]] (een van de belangrijkste discipelen van de Boeddha), waarbij hij een korte maar diepgaande samenvatting van de Dhamma gaf die Sāriputta tot bekering bracht. Zijn leven wordt beschreven in [[Pali-canon|boeddhistische geschriften]] zoals de Pali Canon (met name de Vinaya Pitaka en de Mahāvagga), de Mahāvastu, en andere vroege teksten.  


Nadat Siddhartha op 29 jarige leeftijd koos monnik te worden sloot hij zich achtereenvolgens aan bij 2 leraren. Nadat hij van beiden enige tijd les had gehad besloot hij het spirituele pad zonder leraar verder te volgen en asceet te worden. 5 anderen sloten zich bij hem aan te weten: Kaundinya Bhaddiya, Vappa, Mahanama en Assaji. Gezamenlijk leefden zij gedurende 6 jaar nabij de knekelvelden in de Dungheswari grot in de Pragbodhiheuvels nabij [[Bodhgaya]]. Toen Siddhartha door kreeg dat ascetisme geen manier is om de verlichting te bereiken ging hij weer eten. Eenmaal aangesterkt trok hij naar de bossen in Bodhgaya en middels meditatie bereikte hij vervolgens wel de verlichting.
==Afkomst en vroege leven==


7 weken heeft hij nadien het gehele spirituele proces doorlopen om na te gaan of er geen hiaten in zaten. Vervolgens ging hij op zoek naar zijn 5 vrienden om hen het pad naar verlichting te onderwijzen. Hij vond hen nabij het hertenkamp in Sarnath nabij Varanasi en zij waren de eersten die toetraden tot de Sangha en de eersten die lezingen kregen zoals de 4 edele waarheden en Dhammacakkappavattana Soetras. Alle 5 hebben ze toen toevlucht genomen tot de [[Sangha]] en werden de eerste leerlingen van Gautama de Boeddha. Assaji was de laatste van de 5 die de verlichting bereikte.
Over Assaji’s afkomst is weinig bekend, omdat boeddhistische teksten zich meestal richten op spirituele prestaties in plaats van persoonlijke achtergronden. Hij was waarschijnlijk een brahmaan, gezien de vermelding in de Pali Canon dat de vijf asceten (pañcavaggiya) afkomstig waren uit de hogere kasten, en hun namen (zoals Assaji, wat “paardenmeester” betekent, en andere Sanskrietachtige namen) suggereren een brahmaanse achtergrond. Assaji werd geboren in de 6e eeuw v.Chr., waarschijnlijk rond dezelfde tijd als Siddhārtha Gautama (ca. 563 v.Chr. in de traditionele chronologie of ca. 480 v.Chr. in de kortere chronologie), in de regio van Magadha, een welvarend koninkrijk in het noordoosten van het huidige [[Het Boeddhisme in india|India]].


==Ontmoeting met Sāriputta==
Als brahmaan zou Assaji zijn opgegroeid in een omgeving van religieuze studie en rituelen, met kennis van de Veda’s en andere brahmaanse tradities. Net als veel jonge mannen uit zijn sociale klasse in die tijd, voelde hij waarschijnlijk een spirituele onrust die kenmerkend was voor de śramaṇa-beweging, een verzamelnaam voor ascetische tradities die de orthodoxe brahmaanse praktijken uitdaagden. Deze onrust bracht hem ertoe het wereldlijke leven op te geven en een zwervend ascetisch bestaan te leiden, op zoek naar spirituele bevrijding.


Een kleine daad met een enorme invloed n.l. zijn ontmoeting met [[Sāriputta]] is essentieel voor het [[boeddhisme]] geweest. Sāriputta was samen met [[Maha Moggallana]] de belangrijkste 2 leerlingen van Gautama de Boeddha en waren zeer belangrijk voor de Sangha. Beiden zaten ze in een sangha van een andere rondtrekkende, monnik: Sañjaya. Zij waren echter ontevreden met zijn leer en spraken met elkaar af dat wanneer een van hen de ware leer tegenkwam hij het de ander zou vertellen. Op een dag liep Sāriputta in de stad Rajagaha (het huidige Rajgir, India) en zag daar de monnik Assaji lopen die een zeer serene indruk op hem maakte en zichzelf voorbeeldig gedroeg. Hij ging naar hem toe en vroeg hem wie zijn leraar was en wat de leer van zijn leraar was. Het antwoord dat Assaji hierop gaf is nu één van de meest beroemde verzen in het Boeddhisme:
==Ontmoeting met Siddhārtha Gautama==


Assaji’s leven werd nauw verbonden met Siddhārtha Gautama toen hij een van de vijf asceten werd die Siddhārtha vergezelden tijdens zijn zes jaar van extreme ascese (ca. 534-528 v.Chr. of ca. 451-445 v.Chr.). Deze groep, bestaande uit Assaji, Koṇḍañña (Aññā Koṇḍañña), Bhaddiya, Vappa en Mahānāma, had Siddhārtha ontmoet in de vroege stadia van zijn zoektocht naar verlichting, waarschijnlijk in Rajagaha (het huidige Rajgir, Bihar). Ze waren onder de indruk van Siddhārtha’s vastberadenheid en sloten zich bij hem aan, in de overtuiging dat hij de weg naar bevrijding zou vinden.
Tijdens deze periode praktiseerden Assaji en de anderen extreme vormen van zelfkastijding, zoals vasten en meditatie in barre omstandigheden, in de hoop dat dit hen zou leiden tot spirituele bevrijding. Ze leefden in de bossen rond Uruvelā (het huidige [[Bodhgaya]]), waar Siddhārtha zijn meest rigoureuze ascetische praktijken uitvoerde. Volgens de Pali Canon waren de vijf asceten initially toegewijd aan Siddhārtha, maar toen hij besloot de Middenweg te volgen – een pad dat zowel extreme ascese als hedonisme vermeed – verloren ze hun vertrouwen in hem. Ze zagen zijn beslissing om voedsel (een rijstmelk-offer van Sujātā) te accepteren als een teken van zwakte en verlieten hem.
==De eerste leerrede en verlichting==
Na Siddhārtha’s verlichting onder de Bodhiboom in Bodh Gaya (ca. 528 v.Chr. of ca. 445 v.Chr.), waarbij hij de Boeddha werd, zocht hij de vijf asceten op om zijn nieuw verworven inzichten te delen. Hij vond hen in het Hertenpark (Migadāya) in Sarnath, nabij Varanasi. Daar hield de Boeddha zijn eerste leerrede, de [[Dhammacakkappavattana Sutta]] (de Leerrede over het in Beweging Zetten van het Wiel van de Dhamma), waarin hij de [[4 Edele waarheden]] en het [[8-voudige pad]] uiteenzette.
Assaji was een van de vijf asceten die deze leerrede hoorden. Volgens de Mahāvagga in de Vinaya Pitaka was Koṇḍañña de eerste die inzicht verwierf en de staat van sotāpanna (stroombetreder) bereikte, maar kort daarna bereikten ook Assaji en de andere drie asceten dit stadium van spirituele vooruitgang. Binnen enkele dagen, na verdere onderrichtingen van de Boeddha, bereikte Assaji de staat van arhat, een volledig verlichte persoon die bevrijd is van de cyclus van wedergeboorte (saṃsāra). Dit markeerde zijn transformatie van een asceet naar een van de eerste volledig verlichte discipelen van de Boeddha.
==De ontmoeting met Sāriputta==
Assaji’s meest bekende bijdrage aan de boeddhistische traditie is zijn ontmoeting met Sāriputta (Pali: Sāriputta; Sanskriet: Śāriputra), die later een van de twee voornaamste discipelen van de Boeddha zou worden (samen met Moggallāna). Deze episode, beschreven in de Vinaya Pitaka (Mahāvagga) en andere bronnen, vond plaats kort na de Boeddha’s eerste leerrede, in Rajagaha.
Sāriputta, toen nog een zwervende asceet genaamd Upatissa, zag Assaji terwijl hij aalmoezen verzamelde in Rajagaha. Hij was getroffen door Assaji’s kalme en waardige houding, een kenmerk van zijn verlichte staat. Sāriputta benaderde Assaji en vroeg hem wie zijn leraar was en welke leer hij volgde. Assaji antwoordde bescheiden dat hij een discipel was van de Boeddha, en in plaats van een lange uiteenzetting te geven, vatte hij de kern van de Boeddha’s leer samen in een beroemde strofe:
''“Ye dhammā hetuppabhavā, tesaṃ hetuṃ tathāgato āha; tesañca yo nirodho, evaṃ vādī mahāsamaṇo.”''</br>
''Van alle dingen die door een oorzaak ontstaan,''<br/>
''Van alle dingen die door een oorzaak ontstaan,''<br/>
''De Tathagata (Boeddha) heeft de oorzaak ervan uiteengezet;''<br/>
''De Tathagata (Boeddha) heeft de oorzaak ervan uiteengezet;''<br/>
Regel 17: Regel 31:
(Vin.i.39ff)
(Vin.i.39ff)


Sāriputta en en Moggallana traden beiden toe tot de Sangha en werden Boeddha's voornaamste leerlingen. Hun invloed is tot de dag van vandaag aanwezig binnen de boeddhistische gemeenschap.
Deze korte samenvatting van de leer van oorzaak en gevolg (het principe van afhankelijk ontstaan, paṭiccasamuppāda) was zo krachtig dat Sāriputta onmiddellijk het “Dhamma-oog” verwierf, een eerste glimp van verlichting (sotāpanna). Sāriputta deelde deze ontmoeting met zijn vriend Moggallāna, die eveneens tot inzicht kwam. Beiden zochten vervolgens de Boeddha op en werden zijn discipelen, wat een cruciale stap was in de groei van de vroege sangha.
 
==Overlijden==
==Rol in de sangha==
 
Na zijn verlichting en zijn ontmoeting met Sāriputta bleef Assaji een actieve monnik in de boeddhistische sangha. Hoewel hij minder prominent was dan figuren zoals Sāriputta, Moggallāna of Ānanda, was hij een gerespecteerde arhat en een voorbeeld van de Boeddha’s leer in actie. Zijn bescheidenheid en eenvoud, zoals getoond in zijn interactie met Sāriputta, weerspiegelen de boeddhistische waarden van nederigheid en focus op de Dhamma boven persoonlijke roem.
Assaji wordt in de Pali Canon soms genoemd in verband met de discipline van de sangha. In de Vinaya wordt hij bijvoorbeeld genoemd in een verhaal waarin hij ziek was en de Boeddha hem bezocht, wat aantoont dat Assaji een gewaardeerd lid van de gemeenschap was. Zijn rol als een van de vijf oorspronkelijke discipelen gaf hem een bijzondere status, en hij diende waarschijnlijk als leraar en voorbeeld voor latere [[monnik|monniken]].
 
==Latere leven en dood==
 
Er is weinig informatie over Assaji’s latere leven of zijn dood. Boeddhistische teksten vermelden geen specifieke sterfdatum of -plaats, wat gebruikelijk is voor veel vroege discipelen, omdat de nadruk ligt op hun spirituele prestaties in plaats van persoonlijke details. Als arhat wordt aangenomen dat Assaji bij zijn dood parinirvāṇa bereikte, de definitieve bevrijding van de cyclus van wedergeboorte.
Gebaseerd op de chronologie van Siddhārtha’s leven, kunnen we schatten dat Assaji, die waarschijnlijk rond dezelfde tijd geboren was (ca. 563 of 480 v.Chr.), nog enkele decennia leefde na de oprichting van de sangha. Als hij een vergelijkbare leeftijd bereikte als de Boeddha (die stierf rond 483 v.Chr. of ca. 400 v.Chr. op ongeveer 80-jarige leeftijd), is het mogelijk dat Assaji leefde tot in zijn 60s of 70s, wat overeenkomt met ca. 500-490 v.Chr. (of ca. 420-410 v.Chr. in de kortere chronologie). Zijn dood vond waarschijnlijk plaats in een kloostergemeenschap in Magadha, mogelijk in Rajagaha of een andere belangrijke boeddhistische locatie zoals [[Sarnath]].
 
==Culturele en religieuze betekenis==
 
Assaji’s betekenis in de boeddhistische traditie ligt vooral in zijn rol als een van de eerste discipelen en zijn invloed op de bekering van Sāriputta, een sleutelfiguur in het boeddhisme. Zijn korte maar krachtige samenvatting van de Dhamma – het principe van afhankelijk ontstaan – wordt nog steeds geciteerd als een voorbeeld van hoe de kern van de Boeddha’s leer in eenvoudige bewoordingen kan worden overgebracht. Dit moment onderstreept de kracht van de Dhamma en de impact van een verlichte discipel, zelfs zonder uitgebreide toespraken.
In boeddhistische kunst en literatuur wordt Assaji minder prominent afgebeeld dan figuren zoals Sāriputta of Ānanda, maar zijn rol in de Mahāvagga en andere teksten maakt hem een symbool van bescheidenheid en spirituele zuiverheid. Zijn status als arhat benadrukt de toegankelijkheid van verlichting voor degenen die de leer volgen, ongeacht hun achtergrond.
 
==Historische en legendarische context==


Over de dood van Assaji is niets bekend. Wel wordt in de [[Pali-canon|Samyutta Nikāya]] (S.iii.124ff) verhaalt dat Gautama de Boeddha Assaji opzoekt omdat deze ziek is. Assaji heeft moeite met ademhalen en is bedroefd omdat hij nu niet zijn ademhaling neutraal kan observeren ([[Mindfulness|Ãnãpãnasati]]) en daardoor geen balans ervaart. Gautama de Boeddha verteld hem om ook dit proces van lastig ademhalen te observeren en van daaruit naar de [[meditatie]] over tijdelijkheid en het niet-zelf te gaan.
Historisch gezien is het waarschijnlijk dat Assaji een echte persoon was, een brahmaanse asceet die zich aansloot bij Siddhārtha en later een van zijn eerste discipelen werd. De details over zijn ontmoeting met Sāriputta en zijn verlichting worden ondersteund door consistente verhalen in de Pali Canon en andere vroege teksten, wat wijst op een historische kern. De legendarische elementen, zoals de bovennatuurlijke kalmte die Sāriputta opmerkte, dienen om zijn spirituele status te benadrukken.
Uit dit gesprek blijkt dat Assaji hier nog niet de verlichting had bereikt dus heeft dit ver voor zijn overlijden plaatsgevonden.
Archeologische vondsten in Sarnath en Rajagaha bevestigen de vroege aanwezigheid van boeddhistische gemeenschappen in deze regio’s, maar bieden geen directe informatie over Assaji zelf. Zijn verhaal is voornamelijk overgeleverd via religieuze teksten, die de nadruk leggen op zijn rol in de verspreiding van de Dhamma.


==Luisterboek (Podcast)==
==Conclusie==
Assaji was een van de eerste discipelen van de Boeddha, een lid van de vijf asceten die de eerste leerrede hoorden en een arhat die een cruciale rol speelde in de bekering van Sāriputta. Zijn leven weerspiegelt de vroege ontwikkeling van de boeddhistische sangha en de kracht van de Dhamma, zelfs in zijn meest beknopte vorm. Hoewel details over zijn persoonlijke leven schaars zijn, maken zijn bescheidenheid, spirituele prestaties en historische impact hem een belangrijke figuur in de boeddhistische traditie. Voor verdere studie kunnen de Mahāvagga in de Vinaya Pitaka, de Dhammapada Atthakatha of andere Pali-teksten worden geraadpleegd.


<youtube service="youtube">https://youtu.be/L9A-sodD7jA"</youtube>


[[categorie: personen uit de Pali-canon]]
[[categorie: personen uit de Pali-canon]]