Dharma-Lotus is een boeddhistische organisatie met 6 vestigingen in Nederland en een | retraitecentrum (Ekãyano) in Noord-Frankrijk | Mail.png | WA-logo.png | Abonneer op onze Nieuwsbrief

Het Boeddhisme in Indonesie: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
9.654 bytes toegevoegd ,  21 nov 2022 03:35
geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 1: Regel 1:
{{#seo:
{{#seo:
|title=Het Boeddhisme in Indonesie
|title=Het Boeddhisme in Japan
|titlemode=append
|titlemode=append
|keywords=Indonesie, boeddhisme, boeddha, boeddhistisch, Dharma, Pali-canon, Gautama, boeddhist, waarheden, soetra, sutta, Dhamma, meditatie, inzicht, Ivar Mol, Dharma-Lotus, mindfulness, India, Nepal  
|keywords=Japan, boeddhisme, boeddha, boeddhistisch, Dharma, Pali-canon, Gautama, boeddhist, waarheden, soetra, sutta, Dhamma, meditatie, inzicht, Ivar Mol, Dharma-Lotus, mindfulness, India, Nepal  
|description=de ontstaansgeschiedenis van het boeddhisme en de dagelijkse gebruiken van het boeddhisme in dit land.   
|description=de ontstaansgeschiedenis van het boeddhisme en de dagelijkse gebruiken van het boeddhisme in dit land.   
}}
}}
{{Boeddhisme per land}}
{{Boeddhisme per land}}
[[File:Religious_map_of_Indonesia.jpg|thumb|350px|Spreiding religies op Indonesië]]
[[File:Le_Grand_Bouddha_du_Kotoku-in_(Kamakura,_Japon)_(42096289494).jpg|thumb|350px|Daibutsu in Kōtoku-in, Kamakura, Japan]]
[[File:TofukujiSanmon.jpg|thumb|350px|De hoofdingang van Tōfuku-ji, de oudste sanmon in Japan.]]
[[File:Mt Koya monks.jpg|thumb|350px|Monniken bij Mt Koya]]
[[File:Japanese buddhist monk by Arashiyama cut.jpg|thumb|350px|Japanse monnik]]
==Japan==
Het [[boeddhisme]] in '''Japan''' is begin 21e eeuw onder te verdelen in met name drie hoofdstromingen:


==Indonesië==
* het Zuiver Land-boeddhisme
* het Nichiren-boeddhisme
* het [[Zen|Zen-boeddhisme]]


Het [[boeddhisme]] heeft een lange geschiedenis in '''Indonesië''' en wordt erkend als één van de zes officiële religies in Indonesië, samen met de islam, het christendom, het hindoeïsme en het confucianisme. Volgens de nationale volkstelling van 2010 was ongeveer 0,8% van de totale Indonesische bevolking boeddhist, ongeveer 1,7 miljoen mensen. De meeste boeddhisten zijn geconcentreerd in Jakarta, Riau, Riau-eilanden, Bangka Belitung, Noord-Sumatra en West-Kalimantan.​ Tegenwoordig is de meerderheid van de boeddhisten in Indonesië Chinees, maar er zijn ook kleine aantallen inheems (zoals Javanen en Sasak).
Het boeddhisme kreeg in Japan in de 6e eeuw voet de grond.


==Opkomst van het Boeddhisme==  
==Geschiedenis==


Het boeddhisme is na het hindoeïsme de op één na oudste religie in Indonesië, dat rond de tweede eeuw uit [[Het Boeddhisme in India|India]] arriveerde. De geschiedenis van het boeddhisme in Indonesië is nauw verwant aan de geschiedenis van het hindoeïsme. De komst van het boeddhisme in de Indonesische archipel begon met handelsactiviteiten, vanaf het begin van de 1e eeuw, via de maritieme zijderoute tussen Indonesië en India. De oudste boeddhistische archeologische vindplaats in Indonesië is misschien wel de Batujayastoepa's complex in Karawang, West-Java. Het oudste relikwie in Batujaya dateert naar schatting uit de 2e eeuw, terwijl het laatste uit de 12e eeuw dateert. Vervolgens werden aanzienlijke aantallen boeddhistische vindplaatsen gevonden in de provincies Jambi, Palembang en Riau op Sumatra, evenals in Midden- en Oost-Java. De Indonesische archipel is door de eeuwen heen getuige geweest van de opkomst en ondergang van machtige boeddhistische rijken, zoals de Sailendra- dynastie, de Mataram en de Srivijaya- rijken.
De Japanse geschiedenis van het boeddhisme wordt meestal ingedeeld in drie periodes:


Volgens een Chinese bron was een [[Het Boeddhisme in China|Chinese]] boeddhistische [[monnik]] I-tsing op zijn [[In de voetsporen v/d Boeddha|pelgrimsreis naar India]] getuige van het machtige maritieme rijk van Srivijaya op Sumatra in de 7e eeuw. Het rijk diende als een boeddhistisch leercentrum in de regio. Een opmerkelijke Srivijayaanse gerespecteerde boeddhistische geleerde is Dharmakirti, een Srivijayaanse prins van de Sailendra- dynastie, geboren rond de eeuwwisseling van de 7e eeuw in Sumatra.  Hij werd een gerespecteerde geleerde-monnik in Srivijaya en verhuisde naar India om leraar te worden aan de beroemde [[Rajgir|Nalanda Universiteit]]. Hij bouwde voort op en herinterpreteerde het werk van Dignaga, de pionier van de boeddhistische logica, en was zeer invloedrijk onder zowel brahmaanse logici als boeddhisten. Zijn theorieën werden normatief in Tibet en worden tot op de dag van vandaag bestudeerd als onderdeel van het basiscurriculum voor monniken.
* de Naraperiode (552 tot 794)
* de Heianperiode (794 tot 1191)
* de Kamakuraperiode (vanaf 1185)


==Verval van het Boeddhisme==
In elk van deze periodes werden er nieuwe theorieën geïntroduceerd.


In de 13e eeuw kwam de islam de archipel binnen en begon voet aan de grond te krijgen in havensteden aan de kust. De val van het hindoe-boeddhistische Majapahit-rijk aan het einde van de 15e eeuw betekende het einde van de dominantie van zowel de Hindoeïstische als de de Boeddhistische beschaving in Indonesië. Tegen het einde van de 16e eeuw had de islam het hindoeïsme en het boeddhisme verdrongen als de dominante religie van Java en Sumatra. Daarna is er gedurende 450 jaar geen significante boeddhistische aanhang en beoefening in Indonesië. Veel boeddhistische sites, stoepa's, tempels en manuscripten zijn verloren gegaan of vergeten, omdat de regio meer overwegend moslim is geworden. Tijdens dit tijdperk van verval waren er maar een klein aantal mensen die het boeddhisme beoefenden, de meesten van hen zijn Chinese immigranten die zich in Indonesië vestigden met een migratiegolf die in de 17e eeuw versnelde. Veel van de Chinese tempels in Indonesië zijn in feite een tridharma- tempel die drie religies herbergt, namelijk het boeddhisme, het confucianisme en het taoïsme.
===tijdlijn===


In 1934 bezocht Narada Thera, een missionaris-monnik uit [[Boeddhisme in Sri-Lanka|Sri-Lanka]], voor het eerst Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) als onderdeel van zijn reis om de [[Dharma]] in Zuidoost-Azië te verspreiden. Deze gelegenheid werd door enkele lokale boeddhisten aangegrepen om het boeddhisme in Indonesië nieuw leven in te blazen. Op 10 maart 1934 werd onder de zegen van Narada Thera een bodhiboomplantceremonie gehouden in de zuidoostelijke kant van Borobudur, en sommige Upasaka's werden tot monniken gewijd.
* 654: Dosho introduceert de Hosso (Faxiang, Oost-Aziatische Yogācāra)
* 736: Bodhisena introduceert de Kegon (Huayan, Avatamsaka)
* 753: Ganjin introduceert de Ritsu (Lu, Vinaya)
* 807: Saicho introduceert de Tendai (Tiantai)
* 816: Kukai sticht het Shingon (Zhenyan)
* 1175: Honen introduceert het Zuiver Land-boeddhisme
* 1191: Eisai introduceert de Rinzai (Linji)
* 1227: Dogen introduceert de Sotot (Caodong)
* 1253: Nichiren sticht het Nichiren-boeddhisme
* 1282: Nichiren-boeddhisme splitst zich op in meerdere scholen
* 1654: Ingen introduceert de Obaku (Huangbo)


==Moderne tijden==
===Nara periode (552-794)===
Het jaar 552 - ook 538 wordt wel genoemd - wordt vaak aangeduid als het introductiejaar van het boeddhisme in Japan en als beginpunt van de Naraperiode (552-794). Dit was het jaar dat een Koreaanse afgezant verscheen voor keizer Kimmei van Japan.
Er zijn echter ook Chinese bronnen die spreken van een eerdere introductie, namelijk in de 2e eeuw via de Zijderoute vanuit het Chinees Keizerrijk. Toen waren de Japanners echter nog niet ontvankelijk voor deze religie, in tegenstelling tot keizer Kimmei die het boeddhisme in de 6e eeuw omarmde en het een fantastische doctrine noemde.


Tijdens het tijdperk van de Nieuwe Orde (1960-1970) noemde de staatsideologie van Pancasila het boeddhisme één van de vijf officiële religies van Indonesië. De nationale leider van die tijd, Soeharto, had het boeddhisme en het hindoeïsme als klassieke Indonesische religies beschouwd. ​Eens per jaar komen duizenden boeddhisten uit Indonesië en buurlanden naar Borobudur om de nationale [[Vesak]] ceremonie bij te wonen.
===Horyu-ji, gesticht in 607===
In de eerste decennia stuitte de aanwezigheid van het boeddhisme nog op verzet, totdat keizer Yomei het boeddhisme in 585 officieel erkende. Keizer Shotoku Taishi benoemde het boeddhisme tijdens zijn regering (593-621) tot officiële religie van het land en hij beval zijn onderdanen de Drie Juwelen te vereren: de Boeddha, de dharma en de sangha. De keizer schreef ook zelf enkele commentaren bij soetra's, stimuleerde boeddhistische studie en liet verschillende boeddhistische tempels bouwen.


De eerste [[Theravada]] wijding van [[Bhikkhu|bhikkhuni's]] in Indonesië na meer dan duizend jaar vond plaats in 2015 in Wisma Kusalayani in Lembang, Bandung. Bij officiële ceremonies zijn altijd vertegenwoordigers van de 5 belangrijkste religies aanwezig.
De heersende leer van deze tijd was de sanron (sanlun zong) uit de madhyamakatraditie van het mahayanaboeddhisme. In de laatste episode van de Naraperiode, van 710 tot 794, waren er inmiddels zes tradities uit China. Naast de sanron waren dat de kusha, hosso, jojitsu, ritsu en kegon, waarbij de laatste traditie van groot belang was voor de keizers in Japan. Later, in de 9e eeuw, werden deze tradities officieel erkend.


===spreiding van het Boeddhisme in Indonesië===
===Heianperiode (794-1191)===
De jaren 794 tot 1191 omvatten de Heianperiode in het Japans boeddhisme. De periode werd ingeluid in 794 toen Heian-kyo, het tegenwoordige Kioto, werd uitgeroepen tot hoofdstad van Japan. In deze tijd ontstonden er steeds nauwere banden tussen de geestelijkheid en de keizerlijke monarchie en werd het boeddhisme opnieuw de officiële religie van het land. De tendai en shingon waren de overheersende boeddhistische stromingen in Japan.


In Indonesië wordt het boeddhisme voornamelijk gevolgd door het Chinese Indonesische volk en enkele kleine inheemse groepen in Indonesië, waarbij 0,8% (inclusief taoïsme en confucianisme) van de Indonesische bevolking boeddhisten zijn. De meeste Chinese Indonesiërs wonen in stedelijke gebieden, dus de Indonesische boeddhisten wonen meestal ook in stedelijke gebieden. Top tien Indonesische provincies met een aanzienlijke boeddhistische bevolking zijn; Jakarta, Noord-Sumatra, West-Kalimantan, Banten, Riau, Riau-eilanden, West-Java, Oost-Java, Zuid-Sumatra en Centraal-Java.
Medio 10e eeuw kwam het Zuiver Land-boeddhisme op. Deze stroming vestigde zich later in de Kamakuraperiode met de tradities jodo shu en jodo shinshu.


Tegenwoordig zijn er in Indonesië talloze boeddhistische scholen gevestigd. De vroegste school die in Indonesië werd opgericht, was het [[Vajrayana]] boeddhisme, dat zich ontwikkelde uit het [[stromingen binnen het boeddhisme|Mahayana]] boeddhisme en enige overeenkomsten vertoonde met het latere [[Tibetaans boeddhisme]]. Diverse tempels van het oude Java en Sumatra zijn Vajrayana. Het Chinese boeddhisme (de belangrijkste tak van het Mahayana-boeddhisme) heeft volgelingen gekregen van de Chinese Indonesische bevolking die in de 17e tot 18e eeuw begon te migreren naar de archipel. Andere opmerkelijke scholen zijn het Theravada- boeddhisme uit Sri Lanka en Thailand.
===Kamakura periode (vanaf 1191)===


==Religieuze evenementen==
Kinkaku-ji, de tempel van het Gouden Paviljoen in Kioto, gesticht in 1398
Het jaar 1191 luidt de Kamakuraperiode in met de introductie van het chanboeddhisme uit China, dat zich in Japan verder ontwikkelde als het zenboeddhisme. Tot in de 21e eeuw is dit de leidende boeddhistische traditie in Japan gebleven.


De belangrijkste boeddhistische religieuze gebeurtenis in Indonesië is Vesak (Indonesisch: Waisak). Een keer per jaar, tijdens de volle maan in mei of juni, vieren boeddhisten in Indonesië de Vesak-dag ter herdenking van de geboorte, de dood en de tijd waarop [[Gautama de Boeddha]] de hoogste wijsheid bereikte. Vesak is een officiële nationale feestdag in Indonesië en de ceremonie vindt plaats in de drie boeddhistische tempels door van Mendut naar Pawon te lopen en te eindigen bij Borobudur. Vesak wordt ook vaak gevierd in de Sewu-tempel en in talloze boeddhistische tempels in Indonesië.
Binnen het zenboeddhisme werden twee tradities dominant, de soto zen en de rinzai zen. Vervolgens werd in de 13e eeuw nog het Nichiren-boeddhisme ontwikkeld, waarna het boeddhisme zich in Japan in de eeuwen erna niet drastisch meer wijzigde. Het shintoïsme werd in de 19e eeuw uitgeroepen tot staatsreligie.


[[categorie:boeddhisme per land]]
===Tokugawa periode (vanaf 1603)===
De Edoperiode was een tijd van enorme culturele bloei; een tijd waarin de studie van wetenschappen een grote boost kreeg door het bestuderen van westerse natuurkunde en techniek, waarin Japan voor het eerst te maken kreeg met Europa en de Europese mentaliteit, waarin de schone kunsten zich steeds meer ontplooiden en dingen voortbrachten als ukiyo-e, geisha, kabuki en bunraku. Het is de tijd van het Tokugawa-Shogunaat, een regering die heel sterk in zijn schoenen stond en een streng beleid voerde, voornamelijk inzake buitenlandse politiek en religie. Ook voor het boeddhisme is er veel gebeurd tijdens deze periode.
 
==Nationalisering van het boeddhisme==
Tijdens de Edo-periode werd het boeddhisme genationaliseerd door van de religieuze inquisitie en het danka-systeem een instituut te maken, gecontroleerd door de staat. Het danka-systeem was een registratieformule waarmee een familie verbonden was aan een tempel, in feite gewoon een register om het aantal boeddhistische families bij te houden. De monniken dienden de census bij te houden als officiële monniken van de shogun.
 
===Begin van de nationalisering===
Nadat hij shogun was geworden, wenste Tokugawa Ieyasu als militair gekante leider meer controle over de boeddhistische kloosters. Zij waren immers rijk en hadden grote hoeveelheden land zodat ze legers konden huizen om zich te verdedigen; ze waren een kracht om rekening mee te houden. Hij verordonneerde controle over de tempels (ji-in shohatto), te beginnen met het 'Kooyasan tempel controle besluit' in 1601. Hij bleef de besluiten sturen naar elke invloedrijke tempel tot in juli 1615. Deze tempels werden de hoofdtempels van de respectievelijke boeddhistische sekten.
 
De inhoud van elke ordonnantie verschilde per tempel. Het meest voorkomend waren de intrekking van het recht van de tempel om militaire aanwezigheid te weigeren. Voordien konden tempels aan elke militaire bevelhebber (shugo, landheren of gouverneurs die het militaire bevel voerden in een provincie) de toegang weigeren tot hun domeinen; dit was dus niet langer het geval. Ook werden de kloosters geherdefinieerd als leeromgevingen, er ontstonden ook kleine tempelschooltjes waar landlieden konden leren lezen, dit hielp de alfabetiseringsgraad van Japan enorm omhoog.
 
Deze besluiten zorgden dat geleerde monniken zich konden aansluiten bij historische tempels en hun leven weiden aan de studie en propagatie van het boeddhisme; dingen die vandaag de dag niet meer dan normaal lijken voor een religieuze instelling, maar in die tijd hadden de tempels Enrakuji, Kofukuji en Koyasan en enkele kleinere anderen grote groepen gewapende monniken. Tokugawa Ieyasu probeerde hen te ontwapenen, in te zetten voor de studie van de boeddhistische leer en de verspreiding ervan en op hetzelfde moment trachtte hij hen onder controle van het shogunaat te stellen: ze waren een machtsmiddel en tegelijk een bedreiging. Elk besluit had ook een individuele naam per sekte, zoals de "shingon-sekte controle ordonnantie" wat ook zorgde voor meer samenhang tussen de hoofdtempel en de zijtempels van elke sekte, hetgeen een sterkere consolidatie van het boeddhisme in het algemeen teweegbracht.
 
De beleidsregels van het Edo shogunaat herstructureerden de boeddhistische sekten en fundeerden de Shingon-, Jodo- en Nichiren-sekten, die vandaag de dag nog steeds bestaan.
 
==Suden en tenkai==
De 2 monniken Suden en Tenkai waren tijdens hun leven grote promotors van de Tokugawa clan en hun visie op het boeddhisme, ze zorgden eigenhandig voor de verdere verspreiding van de macht en faam van de Tokugawa als voor de consolidatie van het boeddhisme.
 
===Suden===
Suden's volledige naam was Ishin Suden, hij werd echter ook Konichi-in Suden of Denchooroo genoemd. Hij werd geboren als tweede zoon van Isshiki Hidekatsu in kii (nu wakayama. Zijn vader stierf op jonge leeftijd, en Suden ging in het Nanzenji-klooster in Kyoto, waar hij Rinzai-Zen boeddhisme studeerde. Later diende hij als hogepriester in het Kenchoji in Kamakura en ook in het Nanzenji. In 1608 werd hij uitgenodigd door Tokugawa Ieyasu naar diens geboortestad Sumpu (nu Shizoka) waar hij de Kinchi-in tempel oprichtte en daar woonde.
 
Na de dood van Ieyasu, verhuisde hij naar Edo. Gezien hij een vertrouweling was van Ieyasu, maakte het shogunaat hem hoofdverantwoordelijke voor het opstellen van beleidsregels voor tempels en diplomatieke administratie.
Toen Toyotomi Hideyori (豊臣秀頼) het Boeddhabeeld in Hokoji liet restaureren, liet hij een inscriptie graveren op de bel: "moge de staat vredig en welvarend zijn, in het oosten groet ze de bleke maan, in het westen de opgaande zon". Suden klaagde dat dit zeer beledigend was voor de Tokugawa, gezien zij hun macht vooral in het oosten hadden en de inscriptie insinueerde dat hun macht al voorbij was en in de nacht lag. Dit was de aanzet voor de latere Ōsaka no Jin, een serie gevechten van de Tokugawa tegen Hideyori waarbij de macht van de Toyotomi compleet werd verpulverd.
 
Toyotomi Hideyori schreef ook de Ikoku Nikki (kroniek van het buitenland) en de Honkō Kokushi Nikki (kronieken van meester Honko), twee werken die van groot belang zijn als bronnen over de diplomatieke betrekkingen in die tijd en specifieke gebeurtenissen.
 
===Tenkai===
Tenkai is geboren in Aizu (in het huidige prefectuur Fukushima), noch zijn geboortejaar, noch zijn familie is bekend. In 1590 begon hij boeddhisme te studeren onder Gokai in de Kawagoe Kitain-tempel. Hij woonde in Nanko-in in Hieizan Enryakuji in 1607. Het volgende jaar had hij de eer om Ieyasu te ontmoeten en verwierf zijn gratie. Hij deed veel moeite om de kloosters Enryakuji te restaureren en om Nikkōsan (Tochigi) te ontwikkelen.
 
Na de dood van Ieyasu confronteerde Tenkai Suden over diens postume titel. Volgens Suden moest die Daimyojin worden (grote goede godheid), terwijl Tenkai Toshogongen opperde (Tosho-incarnatie van de Bodhisattva (boeddha)). Tenkai won het pleit en Ieyasu kreeg van de keizer de titel Toshonongen en het graf van Ieyasu werd verhuisd van Kunosan naar Nikko.
Met de steun van Tokugawa Iemitsu (1604-51) bouwde hij Toeizan Kan-eiji in Ueno, edo, in 1625. Daar publiceerde hij Issai-kyo, de complete collectie van 6323 boeddhistische geschriften. Deze collectie was al vaak gepubliceerd in Korea, maar in Japan was de collectie van Tenkai de eerste. De publicatie duurde 12 jaar, van 1637 tot 1649. Tenkai stierf vijf jaar voor de voltooiing van zijn werk.
 
==Incident van het purperen habijt==
In 1613 verordonneerde de Shogun dat het niet langer mogelijk was voor de keizer om de hogepriester van een tempel aan te wijzen zonder het shogunaat daarin te betrekken. Alle aanvragen om een hogepriesterschap toe te kennen moesten eerst passeren langs de Shogun alvorens ze konden worden goedgekeurd. Een serieuze slag voor de keizer, voor wie dit een grote bron van inkomsten was, gezien de monniken nogal wat moesten betalen voor hun titel. Daarenboven versloeg het Tokugawa-shogunaat Toyotomi Hideyori in 1615 en sprak de Wet over de militaire diensten, de Wet voor het keizerlijk hof en de Wet voor de hoofdtempel en de sekten uit om zijn macht over de alle militaire, keizerlijke en religieuze activiteiten nog te verstevigen.
 
Hierbij was een regeling voor Daitokuji, een Rinzai-zen tempel, opgericht door Sōhō myōchō (1282-1337), het werd een tempel die bad voor het keizerlijke goed. Ze werd half vernietigd tijdens de Onin en Bunmei-oorlogen, maar werd gerestaureerd door Ikkyu Sojun. In 1582 werd de begrafenis van Nobunaga daar gehouden door Hideyoshi. Belangrijk aan deze tempel was dat ze onder de autoriteit van het hof viel, en niet onder die van het shogunaat. Deze regeling stelde dat om hogepriester te worden van Deitokuji, de monnik 30 jaar training moest ondergaan en 1700 opdrachten moest vervullen om verlichting te bereiken en men een heel aantal mentors gehad moest hebben.
 
In plaats van zich te houden aan deze regeling, schreef men niet naar de shogun, maar naar de keizer in verband met de aanbevelingen voor hogepriester die deze volgde en de hogepriester aanstelde. In 1628 echter draait het shogunaat deze beslissing terug.
 
De priesters van Daitokuji schreven ook een brief naar de Shogun dat ze het niet eens zijn met zijn verordonnering over het bereiken van verlichting. Dit zinde de Shogun echter niet en hij verbande hen naar Dewa kaminoyama. Dit bevel ging duidelijk in tegen keizer Go-Mizunō (1596-1680) en deze zag zich genoodzaakt af te treden. Dit wordt "het incident met het purperen habijt" genoemd omdat de hogepriesters in die tijd een purperen habijt droegen.
 
==De Shimabara-opstand en het Danka-systeem==
Van oktober 1635 tot maart 1638 gebeurde er een incident dat nogal een impact had op het religieuze beleid van het shogunaat: de Shimabara-opstand. Mensen op het schiereiland van Shimabara in de Hizen provincie (nu Nagasaki) en op het eiland van Amakusa in de Higo provincie (nu Kumamoto) verenigden zich met christenen in de regio in een opstand met Amakusa Shiro Tokisada (天草四郎時貞) als leider. Deze regio was zeer christelijk gezind en als vanzelfsprekend was er een diepe ontevredenheid jegens het anti-christelijk beleid van het shogunaat. De kasteelheer van Shimabara, Matsukura Katsuie (松倉勝家) (1597-1639) legde ook veel te zware belastingen op aan zijn volk. De boeren revolteerden en versloegen de troepen van Matsukura, het shogunaat mobiliseerde ongeveer 124.000 man en spendeerde zo'n 38.000 ryô aan het neerslaan van de opstand. Nadien stelde het shogunaat de hoofden van 4 leiders tentoon aan het kasteel in Nagasaki, alsmede de hoofden van 14.000 vermoorde christenen.
 
Deze opstand zorgde ervoor dat het shogunaat zich zorgen maakte over het verband tussen de christelijke invloed en de revolte van de boeren en verstrakte zijn anti-Christelijke houding en beleid.
 
Op hetzelfde moment verstevigde het zijn eigen religieuze inquisitie en Danka-systeem. De inquisitie moest christenen opsporen en was een nationaal gegeven. De religieus inquisiteur was Inoue Masashige (井上政重). Mensen die als christen werden ontmaskerd werden naar hem gestuurd en hij oordeelde dan. Er was ook een tempelregister, ingevuld door boeddhistische monniken: het diende om na te gaan of iemand een geregistreerd boeddhist was. Later werd deze taak overgedragen van de monniken naar het dorpshoofd, waar het ook het officiële bevolkingsregister werd.
 
Om aan te geven dat iemand geen Christen was, moest men nu een terauke bezitten: een officieel certificaat dat men tot een bepaalde tempel behoorde; dit stond bekend als het Danka-systeem. Het bestond voordien ook al. Families waren verbonden aan boeddhistische tempels door middel van dit systeem, maar nu was het een vereiste geworden. Op deze manier, dankzij het striktere Danka-systeem en de strengere vervolging van het christendom, werd het boeddhisme nog versterkt als religie. De monniken werden als het ware ambtenaren van het shogunaat.
 
Als gevolg van dit Danka-systeem deden de monniken echter nog weinig moeite om nog mensen te lokken naar hun tempel: zij zaten er toch al aan vast en engageerden zich voornamelijk nog in begrafenisceremonies. Vanaf dat moment verscheen het beeld van de Japanse monnik die zich enkel bezighoudt met begrafenissen.
 
==Boeddhisme en de Edo-Cultuur==
In de Edo-periode kreeg het boeddhisme zijn status als staatsreligie en oefende het een invloed uit op vele aspecten van de pre-moderne maatschappij. Het was een belangrijke bron van cultuur, zeker ook voor toneel en entertainment. Rakugo bv, een komische verhaalvertelling. Ook Koodan, een andere vorm van verhaalvertellen heeft zijn oorsprong bij de propagatie van boeddhisme aan de gewone man. Men neemt aan dat traditionele mondelinge literatuur is voortgekomen uit het prediken van soetra's en de leer van Boeddha aan het gewone volk. In de Edo-periode veranderde vertellen van een traditioneel boeddhistisch gegeven in een aparte kunstvorm. In deze zin was het boeddhisme de bron van cultuur in het Edo-tijdperk.
 
==Hedendaagse stromingen==
Na de Tweede Wereldoorlog in Azië stond het boeddhisme in Japan in het teken van hervormingstreven en aanpassing aan de moderne tijd. Nieuwe volksbewegingen als de Soka Gakkai, Kai Risshō Kōsei Kai en Nipponzan-Myōhōji-Daisanga kwamen op en er was sprake van een toenemende interesse voor het boeddhisme in het land.
 
 
[[categorie: boeddhisme per land]]

Navigatiemenu