Gautama de Boeddha: verschil tussen versies

11 bytes toegevoegd ,  24 mei 2025 03:03
Regel 43: Regel 43:


Na dertien jaar huwelijk kregen Siddhartha en Bhaddakaccãnã op 29-jarige leeftijd een zoon; [[Rahula]]. Enkele weken tot maanden na diens geboorte verliet Siddhartha, met steun van zijn jeugdvriend Channa, zijn gezin om een samana te worden. De legende vertelt dat hij stiekem wegsloop, maar de Majjhima Nikaya weerlegt dit:  
Na dertien jaar huwelijk kregen Siddhartha en Bhaddakaccãnã op 29-jarige leeftijd een zoon; [[Rahula]]. Enkele weken tot maanden na diens geboorte verliet Siddhartha, met steun van zijn jeugdvriend Channa, zijn gezin om een samana te worden. De legende vertelt dat hij stiekem wegsloop, maar de Majjhima Nikaya weerlegt dit:  
Toen ik nog Bodhisattva was, kreeg ik een gedachte: “Een benauwenis is het huiselijk leven, een stoffig pad, het samanaschap is de vrije hemel. Het is niet makkelijk voor iemand die thuis woont om de volmaakte volledige reine levenswandel der heiligheid te volvoeren. Als ik mij nu eens haar en baard zou afscheren, de gele gewaden zou omleggen en uit het huiselijk leven de thuisloosheid in zou trekken?” En ik, die nog jong was, een knaap met zwart haar, die in gezegende jeugd verkeerde, in de kracht van mijn leven, schoor mij, hoewel mijn ouders het er niet mee eens waren en tranen in de ogen hadden en weenden, haar en baard af, legde de gele gewaden om en trok uit het huis weg de huisloosheid in (Majjhima Nikaya 36, I, p.240).
 
''Toen ik nog Bodhisattva was, kreeg ik een gedachte: “Een benauwenis is het huiselijk leven, een stoffig pad, het samanaschap is de vrije hemel. Het is niet makkelijk voor iemand die thuis woont om de volmaakte volledige reine levenswandel der heiligheid te volvoeren. Als ik mij nu eens haar en baard zou afscheren, de gele gewaden zou omleggen en uit het huiselijk leven de thuisloosheid in zou trekken?” En ik, die nog jong was, een knaap met zwart haar, die in gezegende jeugd verkeerde, in de kracht van mijn leven, schoor mij, hoewel mijn ouders het er niet mee eens waren en tranen in de ogen hadden en weenden, haar en baard af, legde de gele gewaden om en trok uit het huis weg de huisloosheid in.</br>
(Majjhima Nikaya 36, I, p.240).''


Siddhartha reisde eerst naar Anupiyã, waar hij een week verbleef, en vervolgens naar Rãjagaha, waar hij koning Bimbisara ontmoette, die later een trouw volgeling en vriend zou worden. Kort daarna zocht hij de leraar Ãlãra Kãlãma op, al is onduidelijk of dit bewust was of toevallig. Ãlãra onderwees een yoga-achtige meditatie gericht op het bereiken van “de toestand van onbegrensde ruimte” en uiteindelijk “de toestand van de leegte”, waarin de geest de bron van alle verschijnselen wordt gezien. Siddhartha bereikte deze stadia binnen een maand, tot verbazing van Ãlãra, die hem voorstelde samen zijn gemeenschap te leiden. Siddhartha zag echter dat deze meditatietoestanden geen blijvende oplossing boden voor het lijden van ouderdom, ziekte en dood. Hij verliet Ãlãra en trok de Ganges over naar Magadha, een koninkrijk bekend om zijn diverse spirituele leraren. Hier ontmoette hij asceten die naakt leefden, hun lichaam verwaarloosden en alleen van bosproducten aten, omdat zij het lichaam als deel van het ego zagen. Siddhartha vond deze methode te extreem, omdat verlichting voor iedereen toegankelijk moest zijn zonder zulke ontberingen. Drie jaar lang zwierf hij rond en leerde kortstondig bij verschillende leraren, totdat hij Uddãlaka Ãruni ontmoette. Uddãlaka’s leer, geërfd van zijn vader Rãma, leidde tot de toestand van “zonder waarnemen noch niet-waarnemen”. Siddhartha bereikte dit stadium in vijftien dagen, maar merkte dat deze vredige meditatie het lijden buiten de meditatie niet oploste. Hij weigerde Uddãlaka’s aanbod om zijn gemeenschap te leiden.
Siddhartha reisde eerst naar Anupiyã, waar hij een week verbleef, en vervolgens naar Rãjagaha, waar hij koning Bimbisara ontmoette, die later een trouw volgeling en vriend zou worden. Kort daarna zocht hij de leraar Ãlãra Kãlãma op, al is onduidelijk of dit bewust was of toevallig. Ãlãra onderwees een yoga-achtige meditatie gericht op het bereiken van “de toestand van onbegrensde ruimte” en uiteindelijk “de toestand van de leegte”, waarin de geest de bron van alle verschijnselen wordt gezien. Siddhartha bereikte deze stadia binnen een maand, tot verbazing van Ãlãra, die hem voorstelde samen zijn gemeenschap te leiden. Siddhartha zag echter dat deze meditatietoestanden geen blijvende oplossing boden voor het lijden van ouderdom, ziekte en dood. Hij verliet Ãlãra en trok de Ganges over naar Magadha, een koninkrijk bekend om zijn diverse spirituele leraren. Hier ontmoette hij asceten die naakt leefden, hun lichaam verwaarloosden en alleen van bosproducten aten, omdat zij het lichaam als deel van het ego zagen. Siddhartha vond deze methode te extreem, omdat verlichting voor iedereen toegankelijk moest zijn zonder zulke ontberingen. Drie jaar lang zwierf hij rond en leerde kortstondig bij verschillende leraren, totdat hij Uddãlaka Ãruni ontmoette. Uddãlaka’s leer, geërfd van zijn vader Rãma, leidde tot de toestand van “zonder waarnemen noch niet-waarnemen”. Siddhartha bereikte dit stadium in vijftien dagen, maar merkte dat deze vredige meditatie het lijden buiten de meditatie niet oploste. Hij weigerde Uddãlaka’s aanbod om zijn gemeenschap te leiden.