5.762
bewerkingen
|
Dharma-Lotus is een boeddhistische organisatie met 6 vestigingen in Nederland en een | retraitecentrum (Ekãyano) in Noord-Frankrijk |
|
| Regel 51: | Regel 51: | ||
==Gautama de asceet== | ==Gautama de asceet== | ||
Na vijf jaar studie bij leraren concludeerde Siddhartha dat hij verlichting via zelfinzicht moest vinden. Hij stak de rivier Neranjara over en arriveerde in [[Bodhgaya|Uruvela]], aan de voet van de Dangsiri-berg, waar hij besloot langdurig te mediteren in de uitgestrekte wouden en grotten. De eenzaamheid viel hem zwaar; hij voelde angst voor wilde dieren en onbehagen in de nacht. Hij herhaalde alle geleerde technieken, waaronder die van de asceten, en besloot hun extreme methoden te proberen. In plaats van dagelijks te bedelen, deed hij dit nog maar eens per week en accepteerde alleen wat in zijn hand paste. Hij stopte met scheren, trok zijn haren uit en verwaarloosde zijn lichaam, met de opmerking: “Het meeste vuil valt er vanzelf wel weer af.” Hij leefde zelfs enige tijd op lijkenvelden en at onverteerde resten uit zijn eigen ontlasting en die van runderen, wat hij later “de grote vuilconsumptie” noemde. Dit extreme ascetisme wekte respect op, en hij kreeg vijf volgelingen: Kondañña, Bhaddiya, Vappa, Mahãnãma en Assaji, allen ex-leerlingen van Uddãlaka en zonen van brahmanen. Ze spraken af dat de eerste die verlichting bereikte, de anderen zou onderwijzen. | Na vijf jaar studie bij leraren concludeerde Siddhartha dat hij verlichting via zelfinzicht moest vinden. Hij stak de rivier Neranjara over en arriveerde in [[Bodhgaya|Uruvela]], aan de voet van de Dangsiri-berg, waar hij besloot langdurig te mediteren in de uitgestrekte wouden en grotten. De eenzaamheid viel hem zwaar; hij voelde angst voor wilde dieren en onbehagen in de nacht. Hij herhaalde alle geleerde technieken, waaronder die van de asceten, en besloot hun extreme methoden te proberen. In plaats van dagelijks te bedelen, deed hij dit nog maar eens per week en accepteerde alleen wat in zijn hand paste. Hij stopte met scheren, trok zijn haren uit en verwaarloosde zijn lichaam, met de opmerking: | ||
''“Het meeste vuil valt er vanzelf wel weer af.”'' | |||
Hij leefde zelfs enige tijd op lijkenvelden en at onverteerde resten uit zijn eigen ontlasting en die van runderen, wat hij later “de grote vuilconsumptie” noemde. Dit extreme ascetisme wekte respect op, en hij kreeg vijf volgelingen: Kondañña, Bhaddiya, Vappa, Mahãnãma en [[Assaji]], allen ex-leerlingen van Uddãlaka en zonen van brahmanen. Ze spraken af dat de eerste die verlichting bereikte, de anderen zou onderwijzen. | |||
Tijdens een meditatie herinnerde Siddhartha de spontane meditatie uit zijn jeugd tijdens het ploegen. Hij besefte dat vreugde en ontspanning essentieel waren voor meditatie, en dat de ascetische methoden deze vreugde blokkeerden. Hij ontdekte dat er een andere vreugde bestaat, los van begeerte en ego, die voedend is voor lichaam en geest. Later formuleerde hij dit als volgt: | Tijdens een meditatie herinnerde Siddhartha de spontane meditatie uit zijn jeugd tijdens het ploegen. Hij besefte dat vreugde en ontspanning essentieel waren voor meditatie, en dat de ascetische methoden deze vreugde blokkeerden. Hij ontdekte dat er een andere vreugde bestaat, los van begeerte en ego, die voedend is voor lichaam en geest. Later formuleerde hij dit als volgt: | ||
Met deze methode, langs de weg, door middel van deze harde ascese bereikte ik geen bijzondere kennis en visie, de edelen waardig, die de menselijke toestand overstijgt. En waarom niet? Omdat ik dat edele inzicht (pañña) niet bereikte, dat, als men het heeft, de uitweg blijkt te zijn en voor de betrokkene al gehele vernietiging van het lijden met zich meebrengt (Majjhima Nikaya 12, I, p. 81). | |||
''Met deze methode, langs de weg, door middel van deze harde ascese bereikte ik geen bijzondere kennis en visie, de edelen waardig, die de menselijke toestand overstijgt. En waarom niet? Omdat ik dat edele inzicht (pañña) niet bereikte, dat, als men het heeft, de uitweg blijkt te zijn en voor de betrokkene al gehele vernietiging van het lijden met zich meebrengt''.</br> | |||
(Majjhima Nikaya 12, I, p. 81). | |||
Na zes jaar ascese besloot hij weer normaal te eten en een samana te worden. Een gezonde geest in een gezond lichaam was nodig om te mediteren. Met de technieken van Ãlãra en Uddãlaka bracht hij zijn geest tot rust, en hij systematiseerde dit proces als de “vier fasen van verzinking”. Wat zijn leraren als eindpunt zagen, zag hij als beginpunt. Vanuit deze rust ging hij op zoek naar de bronnen van onrust, wat hij later “het drie weten” noemde, bereikt onder een Bodhi-boom tijdens drie nachtelijke meditatiesessies. | Na zes jaar ascese besloot hij weer normaal te eten en een samana te worden. Een gezonde geest in een gezond lichaam was nodig om te mediteren. Met de technieken van Ãlãra en Uddãlaka bracht hij zijn geest tot rust, en hij systematiseerde dit proces als de “vier fasen van verzinking”. Wat zijn leraren als eindpunt zagen, zag hij als beginpunt. Vanuit deze rust ging hij op zoek naar de bronnen van onrust, wat hij later “het drie weten” noemde, bereikt onder een Bodhi-boom tijdens drie nachtelijke meditatiesessies. | ||
| Regel 60: | Regel 66: | ||
===de 3 waken (het 3 weten)=== | ===de 3 waken (het 3 weten)=== | ||
* Eerste nachtwake: Siddhartha zag de wereld van verschijnselen, inclusief zijn eigen vorige levens. Hij zag een blad aan een boom, gevoed door water en aarde, dat viel en weer grondstof werd. Hij besefte dat geboorte en dood geen afzonderlijke gebeurtenissen zijn, maar deel uitmaken van onderlinge afhankelijkheid en zelfloosheid. Dit inzicht noemde hij vijiã. | * Eerste nachtwake: Siddhartha zag de wereld van verschijnselen, inclusief zijn eigen vorige levens. Hij zag een blad aan een boom, gevoed door water en aarde, dat viel en weer grondstof werd. Hij besefte dat geboorte en dood geen afzonderlijke gebeurtenissen zijn, maar deel uitmaken van [[Afhankelijk ontstaan|onderlinge afhankelijkheid]] en [[Anatta|zelfloosheid]]. Dit inzicht noemde hij vijiã. | ||
* Tweede nachtwake: Hij zag dat lijden voortkomt uit het geloof in een blijvend zelf en bestendigheid. Dit inzicht noemde hij kamma (karma). | * Tweede nachtwake: Hij zag dat lijden voortkomt uit het geloof in een blijvend zelf en bestendigheid. Dit inzicht noemde hij [[karma|kamma (karma)]]. | ||
* Derde nachtwake: Hij zag dat karma het lijden veroorzaakt, dat dit lijden een oorzaak heeft, en dat deze oorzaak kan worden opgeheven via het | * Derde nachtwake: Hij zag dat karma het lijden veroorzaakt, dat dit lijden een oorzaak heeft, en dat deze oorzaak kan worden opgeheven via het [[8-voudige pad]]: juist spreken, handelen, levensonderhoud, inspanning, opmerkzaamheid, concentratie, gedachte en begrijpen. | ||
Na deze inzichten realiseerde hij: | Na deze inzichten realiseerde hij: | ||
''Verzekerd ben ik van mijn verlossing, dit is mijn laatste geboorte, opnieuw ontstaan zal ik niet meer!'' (Majjhima Nikaya 26, I, p. 167) | |||
''Verzekerd ben ik van mijn verlossing, dit is mijn laatste geboorte, opnieuw ontstaan zal ik niet meer!''</br> | |||
(Majjhima Nikaya 26, I, p. 167) | |||
Hij begreep dat onwetendheid als een cipier het leven gevangen houdt in de cyclus van verschijnselen. Op 35-jarige leeftijd had hij verlichting bereikt en werd hij Gautama de Boeddha. | Hij begreep dat onwetendheid als een cipier het leven gevangen houdt in de cyclus van verschijnselen. Op 35-jarige leeftijd had hij verlichting bereikt en werd hij Gautama de Boeddha. | ||