Gautama de Boeddha: verschil tussen versies

69 bytes verwijderd ,  13 jun 2023 14:14
Label: Ongedaan gemaakt
Regel 11: Regel 11:
==Siddharta Gautama==
==Siddharta Gautama==


Deze Sakya-clan was een samenwerkingsverband van meerdere nederzettingen waarvan [[Kapilavastu]] het bestuurs- en handelscentrum was. Deze stad telde in de tijd dat Siddhartha geboren werd ongeveer 8.000 inwoners en de gehele clan telde ongeveer 180.000 inwoners. Zijn vader, Suddhodana, was dus geen grote en rijke koning met paleizen en vele bedienden zoals wel eens voorgesteld wordt. In meerdere biografieën over de Boeddha wordt verteld dat hij een zoon van een koning was en dit is dus  onjuist. De Sakya-clan was een republiek en onderdeel van een koninkrijk. Het had een eigen raadsvergadering en de leden kozen uit hun midden op democratische wijze een radja en dat was Suddhodana, de vader van Siddhartha.
De Sakya-clan was een samenwerkingsverband van verschillende nederzettingen, waarvan Kapilavastu het bestuurs- en handelscentrum was. In de tijd dat Siddhartha werd geboren, telde deze stad ongeveer 8.000 inwoners, en de hele clan had ongeveer 180.000 inwoners. Siddhartha's vader, Suddhodana, was dus geen grote en rijke koning met paleizen en veel bedienden, zoals soms wordt gesuggereerd. In meerdere biografieën van de Boeddha wordt vermeld dat hij de zoon van een koning was, maar dit is onjuist. De Sakya-clan was een republiek en maakte deel uit van een koninkrijk. Ze hadden een eigen raadsvergadering en de leden kozen democratisch een radja uit hun midden, en dat was Suddhodana, de vader van Siddhartha.


Suddhodana was met 2 zusters getrouwd die tevens zijn nichten waren en uit Devadaha (Sakiya-clan) kwamen. Mãyã Mahamãyã was de oudste zuster en tevens zijn eerste vrouw en de moeder van Siddhartha. [[Pajāpatī Gotamī|Pajãpati (Mahapajãpati, Gotami)]] was zijn tweede vrouw die het leven schonk aan 2 kinderen n.l. zoon Nanda en dochter Sundarinandã. In die tijd was het gebruikelijk dat een vrouw in haar ouderlijk huis beviel en zodoende vertrok Mãyã hoogzwanger naar Devadaha. Zij is daar echter nooit aangekomen omdat halverwege de reis haar vliezen braken en de bevalling plaats vond net buiten [[Lumbini]]. We mogen aannemen dat zij niet alléén de meerdaagse reis van Kapilavastu naar Devadaha ondernam. Een veronderstelling welke bekrachtigd wordt omdat haar zus eveneens hoogzwanger was en dus ook de reis naar haar ouderlijk huis diende te maken. Logisch dat ze samen en met hun gevolg deze reis hebben ondernomen. Of in hun gevolg ook een vroedvrouw aanwezig was is onduidelijk maar bekend is dat de bevalling uitermate zwaar was en dat Mãyã direct na de bevalling terug is gegaan naar Kapilavastu.  
Suddhodana was getrouwd met twee zussen, die ook zijn nichten waren, en ze kwamen uit Devadaha (Sakiya-clan). Mãyã Mahamãyã was de oudste zus en tevens zijn eerste vrouw, en zij was de moeder van Siddhartha. Pajãpati (Mahapajãpati, Gotami) was zijn tweede vrouw, die twee kinderen ter wereld bracht, namelijk zoon Nanda en dochter Sundarinandã. In die tijd was het gebruikelijk dat een vrouw beviel in het huis van haar ouders, dus Mãyã vertrok hoogzwanger naar Devadaha. Ze is echter nooit aangekomen, omdat haar vliezen halverwege de reis braken en ze net buiten Lumbini beviel. We kunnen aannemen dat ze niet alleen de meerdaagse reis van Kapilavastu naar Devadaha heeft gemaakt. Het is logisch dat ze samen met hun gevolg deze reis hebben ondernomen, aangezien haar zus ook hoogzwanger was en naar haar ouderlijk huis moest reizen. Het is onduidelijk of er ook een vroedvrouw in hun gevolg aanwezig was, maar het is bekend dat de bevalling zeer zwaar was en dat Mãyã direct na de bevalling terugkeerde naar Kapilavastu..  


===jeugdjaren===
===jeugdjaren===
[[File:SriLanka BuddhistStatue (pixinn.net).jpg|thumb|Boeddhabeeld uit Sri-Lanka]]
[[File:SriLanka BuddhistStatue (pixinn.net).jpg|thumb|Boeddhabeeld uit Sri-Lanka]]
Eenmaal weer thuis was het priester Asita Kaladevela die het 3 dagen oude kind als eerste een bijzondere toekomst voorspelde. De legende is dat Asita tranen in de ogen kreeg toen hij het kind zag omdat hij wist dat het kind uit zou groeien tot een bijzondere spirituele leraar en hij nooit zo lang zou leven om zijn lessen te kunnen volgen. Hoewel Asita wist dat Siddhartha een groot spiritueel leraar zou gaan worden zei hij tegen zijn vader dat de jongen een groot leider zal gaan worden: “op aards dan wel spiritueel niveau”. 2 dagen later voltrokken 8 brahmaanse priesters de naamgevingceremonie, de jongste van deze priesters heette Kondañña en zou 30 jaar later één van Boeddha's vaste volgelingen worden. Het einde van deze ceremonie was op de 6e dag na de geboorte, een dag later stierf Mãyã en Siddhartha werd verder opgevoed door zijn tante Pajãpati die zojuist was bevallen van een zoon genaamd Nanda.
Na zijn terugkeer thuis voorspelde priester Asita Kaladevela als eerste een bijzondere toekomst voor het pasgeboren kind, dat toen drie dagen oud was. Volgens de legende kreeg Asita tranen in zijn ogen toen hij het kind zag, omdat hij wist dat het zou uitgroeien tot een bijzondere spirituele leraar. Hij besefte echter ook dat hij niet lang genoeg zou leven om de lessen van het kind te kunnen volgen. Hoewel Asita wist dat Siddhartha een groot spiritueel leraar zou worden, vertelde hij aan zijn vader dat de jongen een groot leider zou worden, zowel op aards als spiritueel niveau. Twee dagen later voerden acht brahmaanse priesters de naamgevingsceremonie uit, waarbij de jongste van hen, Kondañña genaamd, dertig jaar later een van Boeddha's vaste volgelingen zou worden. Op de zesde dag na de geboorte, een dag na de ceremonie, stierf Mãyã en Siddhartha werd verder opgevoed door zijn tante Pajãpati, die zojuist een zoon genaamd Nanda had gekregen.


De eerste keer dat Siddhartha tot [[meditatie]] kwam was toen hij 9 jaar oud was en samen met enkele vrienden bij het ceremoniële eerste ploegen van het jaar mocht zijn. Hier werd door de radja het eerste stuk grond van het jaar geploegd en de ceremonie was bedoeld om een goede en rijke oogst te waarborgen. De plechtigheid waartoe Siddhartha ook aanwezig moest zijn bestond uit het voorlezen van vedische geschriften en de jongen wist van voorgaande keren dat dit een langdurige plechtigheid was. Hij vroeg zijn moeder waarom dat nodig was waarop zij antwoordde dat de vedische geschriften heilig waren en door de schepper zelf aan de brahmaanse priesters waren overgedragen. Op zijn vraag waarom zijn vader de geschriften niet voorlas antwoordde ze dat alleen degenen die in de Brahmaanse kaste waren geboren de geschriften mochten reciteren. Zelfs heel machtige koningen moeten voor priesterlijke taken een beroep doen op de diensten van de brahmanen.  
De eerste keer dat Siddhartha in aanraking kwam met meditatie was toen hij negen jaar oud was. Samen met enkele vrienden mocht hij getuige zijn van de ceremoniële eerste ploeging van het jaar, uitgevoerd door de radja. Deze ceremonie was bedoeld om een goede en rijke oogst te waarborgen. De plechtigheid waar Siddhartha ook aanwezig moest zijn, omvatte het voorlezen van vedische geschriften. De jongen wist uit eerdere keren dat dit een langdurige plechtigheid was en vroeg zijn moeder waarom dit nodig was. Zij antwoordde dat de vedische geschriften heilig waren en door de schepper zelf aan de brahmaanse priesters waren overgedragen. Op zijn vraag waarom zijn vader de geschriften niet voorlas, legde ze uit dat alleen degenen die in de brahmaanse kaste waren geboren de geschriften mochten reciteren. Zelfs machtige koningen moesten voor priesterlijke taken een beroep doen op de diensten van de brahmanen.


De jongen kreeg het voor elkaar om vrij te krijgen en ging op een afstand naar het ploegen kijken. Siddhartha zag dat de ploeg door de aarde sneed en zo strakke voren trok. Hij zag echter ook dat wormen en ander grondleven doormidden werden gesneden en kronkelend achterbleven en hoe deze diertjes werden opgepikt door kleine vogels en hoe een grote roofvogel een klein musje uit de lucht greep die net een worm had opgepikt. Hij ging vervolgens in de schaduw van een djamboeboom zitten, kruiste zijn benen en verzonk als vanzelf in een meditatie. Hij overzag de ploeg, het grondleven, de mus en de roofvogel en merkte op dat hij als gevolg van de brandende zon in de schaduw was gaan zitten. Toen hij uit zijn meditatie kwam zei hij tegen zijn moeder: Moeder, de wormen en de vogels hebben er niets aan dat wij de geschriften reciteren.
De jongen slaagde erin vrij te krijgen en ging op een afstand naar het ploegen kijken. Siddhartha zag hoe de ploeg door de aarde sneed en strakke voren trok. Hij merkte echter ook op hoe wormen en ander bodemleven doormidden werden gesneden en kronkelend achterbleven, en hoe deze wezens werden opgepikt door kleine vogels. Hij zag ook hoe een grote roofvogel een klein musje uit de lucht greep, net nadat het een worm had opgepikt. Vervolgens ging hij onder de schaduw van een djamboeboom zitten, kruiste zijn benen en raakte als vanzelf in een meditatieve staat. Hij aanschouwde de ploeg, het bodemleven, de mus en de roofvogel en merkte op dat hij, als gevolg van de brandende zon, in de schaduw was gaan zitten. Toen hij uit zijn meditatie ontwaakte, zei hij tegen zijn moeder: "Moeder, de wormen en vogels hebben er niets aan dat wij de geschriften reciteren."


==puberjaren==
==puberjaren==