|
Dharma-Lotus is een boeddhistische organisatie met 6 vestigingen in Nederland en een | retraitecentrum (Ekãyano) in Noord-Frankrijk |
|
Saddha
Het Boeddhistisch woordenboek
In het boeddhisme worden veel termen uit het Pali of Sanskriet gebruikt. Sommige zijn onbekend en vertalen naar het Nederlands is vaak moeilijk, omdat bestaande woorden al een andere betekenis hebben. Op deze wiki vind je een woordenboek met de meest voorkomende boeddhistische termen (in Pali, Sanskriet of Nederlandse vertaling), inclusief uitleg. Vaak bevat een term ook een link naar een uitgebreider artikel.
Saddhã
Saddhã betekent 'vertrouwen' en is één van de Universeel mooie factoren (Sobhana Cetasika), menselijke eigenschappen die we nodig hebben om de mentale vergiften (blokkades) op te kunnen lossen middels meditatie en mindfulness.
Binnen de metta-ji is vertrouwen het allereerste dat aanwezig dient te zijn om in contact te komen met elkaar en vandaar uit een verbinding aan te gaan. Zonder vertrouwen is er geen openheid, waardering, geloof of verbinding mogelijk. Een boeddhist die geen vertrouwen heeft in de boeddhistische filosofie (dharma) is geen boeddhist en alles blijft bij het oude. Wil je nieuwe wegen bewandelen en wil je loskomen van je blokkades en inzichten dan is vertrouwen (in de dharma) het allereerste noodzakelijk. De karakteristiek van vertrouwen is geloof (in iets of iemand).
Universeel mooie factoren
Alle Universeel mooie factoren, met hun tegenpool en hun karakteristiek zijn:
| mooie factoren | tegenpool | karakteristiek |
| vertrouwen | twijfel | geloof (in iets of iemand) |
| opmerkzaamheid | afleiding en verwarring | niet wankelen |
| morele schaamte | onzuiverheid | walging (voor onzuiverheid) |
| morele onbevreesdheid | bevreesdheid | bevreesdheid (voor onzuiverheid) |
| niet-verlangen | verlangen | afwezigheid (van verlangen) |
| niet-haat | haat | gebrek aan felheid en geen tegenstand bieden |
| neutraliteit van geest | partijdigheid | evenwicht (van bewustzijn en de mentale factoren) |
| sereniteit* | rusteloosheid en wroeging | het kalmeren van verstoringen |
| lichtheid* | dufheid en traagheid | het verminderen van zwaarte |
| buigzaamheid* | onjuiste zienswijzen en hoogmoed | het verminderen van stijfheid en rigiditeit |
| plooibaarheid* | overige hindernissen (leidend tot starheid) | tegengaan van starheid |
| vaardigheid* | ziekte | de gezondheid te verhogen |
| oprechtheid* | schijnheiligheid en bedrog | rechtschapenheid |
| * van de mentale factoren en van bewustzijn. Bron: (Bron: Abhidhamma-pitaka (II, § 5). | ||
| Mooie factoren | Tegenpool | karakter | ||
|---|---|---|---|---|
| vertrouwen (zintuiglijk) | twijfel | geloof (in iets of iemand) | ||
| opmerkzaamheid | afleiding en verwarring | niet wankelen | ||
| morele schaamte | onzuiverheid | walging (voor onzuiverheid) | ||
| morele onbevreesdheid | bevreesdheid | bevreesdheid (voor onzuiverheid) | ||
| niet-verlangen | verlangen | afwezigheid (van verlangen) | ||
| niet-haat | haat | gebrek aan felheid en geen tegenstand bieden | ||
| neutraliteit van geest | partijdigheid | evenwicht (van bewustzijn en de mentale factoren) | ||
| sereniteit * | rusteloosheid en wroeging | het kalmeren van verstoringen | ||
| lichtheid * | dufheid en traagheid | het verminderen van zwaarte | ||
| buigzaamheid * | onjuiste zienswijzen en hoogmoed | het verminderen van stijfheid en rigiditeit | ||
| plooibaarheid * | overige hindernissen (leidend tot starheid) | tegengaan van starheid | ||
| vaardigheid * | ziekte | de gezondheid te verhogen | ||
| oprechtheid * | schijnheiligheid en bedrog | rechtschapenheid | ||
| * van de mentale factoren en van bewustzijn (Bron: Abhidhamma-pitaka (II, § 5) | ||||