Sobhita Boeddha

Versie door Admin (overleg | bijdragen) op 4 dec 2022 om 14:22 (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Boeddhistische Goden}} '''Sobhita''' is de 9e van de zevenentwintig boeddha's die volgens het Mahayana boeddhisme en het Tibetaans boeddhisme voorafgingen aan de historische Gautama de Boeddha. Hij was de voorloper van Anomadassi Boeddha. ==Biografie== Sobhita Boeddha Hij werd geboren in de stad Sudhamma, zijn vader is de krijger (khattiya) Sudhamma en zijn moeder Sudhammā. Negenduizend jaar lang leefde hij als huishouder in d...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Categorie indeling
Home
Boeddhisme
Goden binnen het Boeddhisme
Goden binnen het Boeddhisme
Adi Boeddha
Algemene info
Boeddhistische kosmologie
Boeddhistische mythologie
Historische Gautama de Boeddha
De mythologische Boeddha's en Goden
Adi-Boeddha
Alle Boeddha's beschreven
Tara's
De Bodhisattva's
De 4 hemelde koningen
De Woeste Goden
Wiki-goden.jpg

Sobhita is de 9e van de zevenentwintig boeddha's die volgens het Mahayana boeddhisme en het Tibetaans boeddhisme voorafgingen aan de historische Gautama de Boeddha. Hij was de voorloper van Anomadassi Boeddha.

Biografie

Sobhita Boeddha Hij werd geboren in de stad Sudhamma, zijn vader is de krijger (khattiya) Sudhamma en zijn moeder Sudhammā. Negenduizend jaar lang leefde hij als huishouder in drie paleizen; Kumuda, Nalira en Paduma.

Zijn vrouw is Samangī en zijn zoon Sīha. Hij ging het kloosterleven binnen in het paleis zelf en bereikte daar het 4e jhāna's. Zijn vrouw gaf hem een maaltijd van melkrijst. Na slechts zeven dagen ascetisme te hebben beoefend, bereikte hij de Verlichting aan de voet van een Naga-boom in de paleistuin, waar hij met zijn hele gevolg door de lucht ging. Hij leerde zijn eerste toespraak aan zijn stiefbroers, Asama en Sunetta - die later zijn belangrijkste discipelen werden.

Anuma was zijn constante begeleider. Zijn belangrijkste discipelen onder de nonnen waren Nakulā en Sujātā. Ramma en Sudatta waren zijn belangrijkste beschermheren onder de mannen en Nakulā en Cittā onder de vrouwen.

Zijn lengte was achtenvijftig handen. Hij leefde negentigduizend jaar en stierf in de Sīhārāma. De Bodhisatta was een brahmaan genaamd Sujāta.