Mahayana boeddhisme: verschil tussen versies

21.134 bytes verwijderd ,  3 okt 2023 02:41
geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
 
(7 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
{{WIU}}
{{Boeddhistische stromingen}}
[[File:Buddhist_sects.png|thumb|350px|Verdeling van de grote boeddhistische stromingen]]
==Mahayana boeddhisme==
'''Mahāyāna''' ("Grote voertuig") is een term voor een brede groep [[Stromingen binnen het boeddhisme|boeddhistische tradities]], teksten , filosofieën en praktijken. Het Mahāyāna-boeddhisme ontwikkelde zich in India (ca. 1e eeuw v.Chr.) en wordt beschouwd als een van de drie belangrijkste bestaande takken van het [[boeddhisme]];  
'''Mahāyāna''' ("Grote voertuig") is een term voor een brede groep [[Stromingen binnen het boeddhisme|boeddhistische tradities]], teksten , filosofieën en praktijken. Het Mahāyāna-boeddhisme ontwikkelde zich in India (ca. 1e eeuw v.Chr.) en wordt beschouwd als een van de drie belangrijkste bestaande takken van het [[boeddhisme]];  


Regel 52: Regel 54:
Over het Mahāyāna-boeddhisme in het algemeen kunnen weinig dingen met zekerheid worden gezegd, behalve dat het boeddhisme dat in China, Indonesië, Vietnam, Korea, Tibet, Mongolië en Japan wordt beoefend, het Mahāyāna-boeddhisme is. Mahāyāna kan worden beschreven als een losjes gebonden verzameling van vele leringen en praktijken (waarvan sommige ogenschijnlijk tegenstrijdig zijn). Mahāyāna vormt een alomvattende en brede reeks tradities die worden gekenmerkt door pluraliteit en de goedkeuring van een groot aantal nieuwe soetra's  ideeën en filosofische verhandelingen naast andere boeddhistische teksten.
Over het Mahāyāna-boeddhisme in het algemeen kunnen weinig dingen met zekerheid worden gezegd, behalve dat het boeddhisme dat in China, Indonesië, Vietnam, Korea, Tibet, Mongolië en Japan wordt beoefend, het Mahāyāna-boeddhisme is. Mahāyāna kan worden beschreven als een losjes gebonden verzameling van vele leringen en praktijken (waarvan sommige ogenschijnlijk tegenstrijdig zijn). Mahāyāna vormt een alomvattende en brede reeks tradities die worden gekenmerkt door pluraliteit en de goedkeuring van een groot aantal nieuwe soetra's  ideeën en filosofische verhandelingen naast andere boeddhistische teksten.


In grote lijnen accepteren Mahāyāna-boeddhisten de klassieke boeddhistische doctrines die in het vroege boeddhisme worden gevonden zoals de Middenweg, [[Afhankelijk ontstaan]], de [[4 edele waarheden]], het [[8-voudige pad]], de [[3 grote waarheden]], en de bodhipakṣadharma's (hulpmiddelen bij het ontwaken). Het Mahāyāna-boeddhisme accepteert verder enkele van de ideeën die in de boeddhistische [[Abhidharma]] worden aangetroffengedachte. Mahāyāna voegt echter ook tal van Mahāyāna-teksten en doctrines toe, die als definitief en in sommige gevallen superieure leringen worden gezien.
In grote lijnen accepteren Mahāyāna-boeddhisten de klassieke boeddhistische doctrines die in het vroege boeddhisme worden gevonden zoals de Middenweg, [[Afhankelijk ontstaan]], de [[4 edele waarheden]], het [[8-voudige pad]], de [[3 grote waarheden]], en de bodhipakṣadharma's (hulpmiddelen bij het ontwaken). Het Mahāyāna-boeddhisme accepteert verder enkele van de ideeën die in de boeddhistische [[Abhidhamma]] worden aangetroffengedachte. Mahāyāna voegt echter ook tal van Mahāyāna-teksten en doctrines toe, die als definitief en in sommige gevallen superieure leringen worden gezien.


==De Boeddha's==  
==De Boeddha's==  


Boeddha's en bodhisattva 's zijn centrale elementen van Mahāyāna. Mahāyāna heeft een enorm uitgebreide kosmologie en theologie , met verschillende boeddha's en krachtige bodhisattva's die in verschillende werelden en boeddhavelden verblijven. Boeddha's die uniek zijn voor Mahāyāna zijn de Boeddha's Amitābha ("Oneindig Licht"), Akṣobhya ("de onverstoorbare"), Bhaiṣajyaguru ("Medicijngoeroe") en Vairocana ("de Illuminator"). In Mahāyāna wordt een Boeddha gezien als een wezen dat de hoogste vorm van ontwaken heeft bereikt vanwege zijn superieure [[mededogen]] en wens om alle wezens te helpen.
Boeddha's en bodhisattva 's zijn centrale elementen van Mahāyāna. Mahāyāna heeft een enorm uitgebreide kosmologie en theologie , met verschillende boeddha's en krachtige bodhisattva's die in verschillende werelden en boeddhavelden verblijven. Boeddha's die uniek zijn voor Mahāyāna zijn de Boeddha's Amitābha ("Oneindig Licht"), Akṣobhya ("de onverstoorbare"), Bhaiṣajyaguru ("Medicijngoeroe") en Vairocana ("de Illuminator"). In Mahāyāna wordt een Boeddha gezien als een wezen dat de hoogste vorm van ontwaken heeft bereikt vanwege zijn superieure [[liefde|mededogen]] en wens om alle wezens te helpen.


Een belangrijk kenmerk van Mahāyāna is de manier waarop het de aard van een Boeddha begrijpt, die verschilt van niet-Mahāyāna-begrippen. Mahāyāna-teksten beelden naast [[Gautama de Boeddha|Sakyamuni]] niet alleen vaak talloze Boeddha's af, maar zien ze ook als transcendentale wezens met grote krachten en enorme levens. De Witte Lotus Soetra beschrijft op beroemde wijze de levensduur van de Boeddha als onmetelijk en stelt dat hij het Boeddhaschap talloze eonen geleden heeft bereikt en de [[Dharma]] heeft onderwezen via zijn talrijke avatars gedurende een onvoorstelbare tijdsperiode.
Een belangrijk kenmerk van Mahāyāna is de manier waarop het de aard van een Boeddha begrijpt, die verschilt van niet-Mahāyāna-begrippen. Mahāyāna-teksten beelden naast [[Gautama de Boeddha|Sakyamuni]] niet alleen vaak talloze Boeddha's af, maar zien ze ook als transcendentale wezens met grote krachten en enorme levens. De Witte Lotus Soetra beschrijft op beroemde wijze de levensduur van de Boeddha als onmetelijk en stelt dat hij het Boeddhaschap talloze eonen geleden heeft bereikt en de [[Dharma]] heeft onderwezen via zijn talrijke avatars gedurende een onvoorstelbare tijdsperiode.
Regel 169: Regel 171:
==Meditatie==  
==Meditatie==  


Het Mahāyāna-boeddhisme leert een breed scala aan meditatiepraktijken. Deze omvatten meditaties die worden gedeeld met de vroege boeddhistische tradities, waaronder opmerkzaamheid van de ademhaling; aandacht voor de onaantrekkelijkheden van het lichaam  liefdevolle vriendelijkheid; de contemplatie van afhankelijk ontstaan; en mindfulness van de Boeddha. In het Chinese boeddhisme staan ​​deze vijf praktijken bekend als de "vijf methoden om de geest tot rust te brengen of tot rust te brengen" en ondersteunen ze de ontwikkeling van de stadia van dhyana.
Het Mahāyāna-boeddhisme leert een breed scala aan meditatiepraktijken. Deze omvatten meditaties die worden gedeeld met de vroege boeddhistische tradities, waaronder opmerkzaamheid van de ademhaling; aandacht voor de onaantrekkelijkheden van het lichaam  liefdevolle vriendelijkheid; de contemplatie van afhankelijk ontstaan; en mindfulness van de Boeddha. In het Chinese boeddhisme staan ​​deze vijf praktijken bekend als de "vijf methoden om de geest tot rust te brengen of tot rust te brengen" en ondersteunen ze de ontwikkeling van de stadia van Jhãna.


De Yogācārabhūmi-Śāstra (samengesteld rond de 4e eeuw), de meest uitgebreide Indiase verhandeling over Mahāyāna-beoefening, bespreekt klassieke boeddhistische talrijke meditatiemethoden en -onderwerpen, waaronder de vier dhyāna's , de verschillende soorten samādhi , de ontwikkeling van inzicht ( vipaśyanā ) en rust ( śamatha ), de vier fundamenten van opmerkzaamheid ( smṛtyupasthāna ), de vijf hindernissen ( nivaraṇa ), en klassieke boeddhistische meditaties zoals de contemplatie van onaantrekkelijkheid, vergankelijkheid ( anitya ), lijden ( duḥkha ) en contemplatie van de dood ( maraṇasaṃjñā).[169]
De Yogācārabhūmi-Śāstra (samengesteld rond de 4e eeuw), de meest uitgebreide Indiase verhandeling over Mahāyāna-beoefening, bespreekt klassieke boeddhistische talrijke meditatiemethoden en -onderwerpen, waaronder de vier Jhãna's, de verschillende soorten samādhi, de ontwikkeling van inzicht ([[Vipassana]]) en rust (śamatha), [[4 grondslagen van oplettendheid]], [[5 hindernissen van meditatie]] en klassieke boeddhistische meditaties en [[Mindfulness]].


Andere werken van de Yogācāra - school, zoals Asaṅga 's Abhidharmasamuccaya , en Vasubandhu's Madhyāntavibhāga - bhāsya bespreken ook meditatieonderwerpen zoals mindfulness , smṛtyupasthāna , de 37 vleugels voor ontwaken en samadhi . [170]
Een zeer populaire Mahāyāna-praktijk uit zeer vroege tijden omvatte de visualisatie van een Boeddha terwijl het beoefenen van mindfulness van een Boeddha samen met hun Pure Land. Deze praktijk kon de mediteerder het gevoel geven dat hij in de aanwezigheid van de Boeddha was en in sommige gevallen werd aangenomen dat het kon leiden tot visioenen van de Boeddha's, waardoor men leringen van hen kon ontvangen.
Deze meditatie wordt onderwezen in talloze Mahāyāna-sūtra's, zoals de Pure Land-sutra's, de Akṣobhya-vyūha en de Pratyutpanna Samādhi. De Pratyutpanna stelt dat men door opmerkzaamheid van de Boeddha-meditatie deze Boeddha in een visioen of een droom kan ontmoeten en van hen kan leren.


Een zeer populaire Mahāyāna-praktijk uit zeer vroege tijden omvatte de visualisatie van een Boeddha terwijl het beoefenen van mindfulness van een Boeddha ( buddhānusmṛti ) samen met hun Pure Land. Deze praktijk kon de mediteerder het gevoel geven dat hij in de aanwezigheid van de Boeddha was en in sommige gevallen werd aangenomen dat het kon leiden tot visioenen van de Boeddha's, waardoor men leringen van hen kon ontvangen. [171]
In het Oost-Aziatische Mahāyāna-boeddhisme ontwikkelde ook tal van unieke meditatiemethoden, waaronder de [[Zen|Chan (Zen)]] praktijken van huatou, koan-meditatie en stille verlichting. Het Tibetaans boeddhisme omvat ook tal van unieke vormen van contemplatie, zoals [[Tonglen]] en lojong.


Deze meditatie wordt onderwezen in talloze Mahāyāna-sūtra's, zoals de Pure Land-sutra's , de Akṣobhya-vyūha en de Pratyutpanna Samādhi . [172] [173] De Pratyutpanna stelt dat men door opmerkzaamheid van de Boeddha-meditatie deze Boeddha in een visioen of een droom kan ontmoeten en van hen kan leren. [174]
==3 wendingen van Gautama de Boeddha==


Evenzo stelt de Samādhirāja Sūtra voor dat: [175]
Binnen de Mahayana gaan ze ervan uit dat [[Gautama de Boeddha]] 3 verschillende scholen creerde aan leerlingen die daartoe geschikt waren:


Degenen die zich tijdens het lopen, zitten, staan ​​of slapen de maanachtige Boeddha herinneren, zullen altijd in Boeddha's aanwezigheid zijn en het enorme nirvāṇa bereiken. Zijn pure lichaam heeft de kleur van goud, mooi is de beschermer van de wereld. Wie hem zo visualiseert, beoefent de meditatie van de bodhisattva's.
* In de eerste wending onderwees de Boeddha de vier edele waarheden in [[Sarnath]] voor degenen in de Theravada. Het wordt beschreven als geweldig en wonderbaarlijk, maar vereist interpretatie en veroorzaakt controverse. De doctrines van de eerste wending worden geïllustreerd in de Dharmacakra Pravartana Sūtra. Deze ommekeer vertegenwoordigt de vroegste fase van de boeddhistische leer en de vroegste periode in de geschiedenis van het boeddhisme.


* In de tweede wending onderwees de Boeddha de Mahāyāna-leringen aan de bodhisattva's, waarbij hij leerde dat alle verschijnselen geen essentie hebben, niet ontstaan, niet vergaan, oorspronkelijk in rust zijn en in wezen ophouden. Deze wending wordt ook beschreven als wonderbaarlijk en wonderbaarlijk, maar vereist interpretatie en veroorzaakt controverse. De leer van de tweede wending is vastgelegd in de Prajñāpāramitā-leringen, die voor het eerst rond 100 vGT op schrift werden gesteld. In Indiase filosofische scholen wordt het geïllustreerd door de Mādhyamaka-school van Nāgārjuna.


Een 18e-eeuwse Mongoolse miniatuur die een monnik afbeeldt die een tantrische visualisatie genereert
* In de derde wending onderwees de Boeddha soortgelijke leringen als in de tweede wending, maar voor iedereen in de drie voertuigen, inclusief alle śravaka's, pratyekabuddha's en bodhisattva's. Deze waren bedoeld als volledig expliciete leringen in hun volledige detail, waarvoor interpretaties niet nodig zouden zijn en er geen controverse zou ontstaan. Deze leringen werden al in de 1e of 2e eeuw n.Chr. Vastgesteld door de Saṃdhinirmocana Sūtra. In de Indiase filosofische scholen wordt de derde wending geïllustreerd door de Yogācāra -school van Asaṅga en Vasubandhu.
In het geval van het Pure Land-boeddhisme wordt algemeen aangenomen dat het reciteren van de naam van de Boeddha ( nianfo genoemd in het Chinees en nembutsu in het Japans) kan leiden tot wedergeboorte in het Pure Land van een Boeddha, evenals andere positieve resultaten. In het Oost-Aziatische boeddhisme is Amitabha de meest populaire Boeddha die voor deze beoefening wordt gebruikt. [171] [176]


Het Oost-Aziatische Mahāyāna-boeddhisme ontwikkelde ook tal van unieke meditatiemethoden, waaronder de Chan (Zen) praktijken van huatou , koan-meditatie en stille verlichting (Jp. Shikantaza ). Het Tibetaans boeddhisme omvat ook tal van unieke vormen van contemplatie, zoals tonglen ("zenden en ontvangen") en lojong ( "geesttraining" ).
Sommige tradities van het Tibetaans boeddhisme beschouwen de leer van het esoterisch boeddhisme en Vajrayāna als de derde omwenteling van het Dharmawiel. Tibetaanse leraren, met name van de Gelugpa- school, beschouwen de tweede wending als de hoogste leer, vanwege hun specifieke interpretatie van de Yogācāra-doctrine. De leringen van de Boeddhanatuur worden normaal gesproken opgenomen in de derde omwenteling van het wiel.


Er zijn ook tal van meditatieve praktijken die over het algemeen worden beschouwd als onderdeel van een aparte categorie in plaats van algemene of reguliere Mahāyāna-meditatie. Dit zijn de verschillende praktijken die verband houden met Vajrayāna (ook wel Mantrayāna, Geheime Mantra, Boeddhistische Tantra en Esoterisch Boeddhisme genoemd). Deze familie van praktijken, waaronder uiteenlopende vormen als Godheidsyoga , Dzogchen , Mahamudra , de Zes Dharma's van Nāropa , het reciteren van mantra's en dharanis , en het gebruik van mudra 's en mandala 's, is erg belangrijk in het Tibetaans boeddhisme evenals in sommige vormen van Oost-Aziatisch boeddhisme (zoals Shingonen Tendai ).
==Verdeling per land==
Er zijn meerdere landen waar het Mahayana boeddhisme de voornaamste stroming is, en in elk land wordt het weer anders beleidt;


Schrift
===Chinees===


Astasahasrika Prajñaparamita- manuscript. Prajñaparamita en scènes uit het leven van de Boeddha (boven), Maitreya en scènes uit het leven van de Boeddha (onder), ca. 1075
Hedendaags Chinees Mahāyāna-boeddhisme (ook bekend als Han -boeddhisme) wordt beoefend door middel van vele verschillende vormen, zoals Chan, Pure land, Tiantai, Huayan en mantrapraktijken. Deze groep is de grootste populatie boeddhisten ter wereld. Er zijn tussen de 228 en 239 miljoen Mahāyāna-boeddhisten in de Volksrepubliek China (exclusief de Tibetaanse en Mongoolse boeddhisten die het Tibetaans boeddhisme beoefenen).


Frontispice van de Chinese Vajracchedikā Prajñāpāramitā Sūtra , het oudst bekende gedateerde gedrukte boek ter wereld
===Koreaans===
Het Mahāyāna-boeddhisme neemt de basisleringen van de Boeddha, zoals vastgelegd in vroege geschriften , als het uitgangspunt van zijn leringen, zoals die over karma en wedergeboorte , anātman , leegte , afhankelijke oorsprong en de vier edele waarheden . Mahāyāna-boeddhisten in Oost-Azië hebben deze leringen traditioneel bestudeerd in de Agama's die bewaard zijn gebleven in de Chinese boeddhistische canon . "Āgama" is de term die wordt gebruikt door die traditionele boeddhistische scholen in India die Sanskriet gebruikten voor hun basiscanon. Deze komen overeen met de Nikaya'sgebruikt door de Theravāda-school. De overgebleven Agama's in Chinese vertaling behoren tot ten minste twee scholen. De meeste Agama's zijn nooit vertaald in de Tibetaanse canon , die volgens Hirakawa slechts enkele vertalingen bevat van vroege soetra's die overeenkomen met de Nikāya's of Agama's. [177] Deze basisdoctrines zijn echter vervat in Tibetaanse vertalingen van latere werken zoals de Abhidharmakośa en de Yogācārabhūmi-Śāstra .
Het Koreaanse boeddhisme bestaat grotendeels uit de Koreaanse Seon - school (dwz Zen), voornamelijk vertegenwoordigd door de Jogye-orde en de Taego-orde. Koreaanse Seon bevat ook wat Pure Land-oefeningen. Het wordt voornamelijk beoefend in Zuid-Korea , met een ruwe bevolking van ongeveer 10,9 miljoen boeddhisten. Er zijn ook enkele kleinere scholen, zoals de Cheontae (dwz Koreaanse Tiantai), en de esoterische Jingak- en Chinŏn-scholen.


Mahāyāna Sutra's
===Japans===
Hoofd artikel: Mahayana sutra's
Het Japanse boeddhisme is verdeeld in talloze tradities, waaronder verschillende sekten van het Pure Land-boeddhisme, Tendai, [[Nichiren]]-boeddhisme, Shingon en Zen. Er zijn ook verschillende Mahāyāna-georiënteerde Japanse nieuwe religies die in de naoorlogse periode zijn ontstaan . Veel van deze nieuwe religies zijn lekenbewegingen zoals Sōka Gakkai en Agon Shū.
Naast het accepteren van de essentiële geschriften van de vroege boeddhistische scholen als geldig, onderhoudt het Mahāyāna-boeddhisme grote collecties sūtra's die niet als authentiek worden erkend door de moderne Theravāda- school. De vroegste van deze sutra's noemen zichzelf niet 'Mahāyāna', maar gebruiken de termen vaipulya (uitgebreide) sutra's of gambhira (diepgaande) sutra's. [39] Deze werden ook niet erkend door sommige individuen in de vroege boeddhistische scholen. In andere gevallen waren boeddhistische gemeenschappen zoals de Mahāsāṃghika- school langs deze leerstellige lijnen verdeeld. [146] In het Mahāyāna-boeddhisme, de Mahāyāna-sūtra'skrijgen vaak meer autoriteit dan de Agama's. De eerste van deze Mahāyāna-specifieke geschriften zijn waarschijnlijk geschreven rond de 1e eeuw v.Chr. of 1e eeuw n.Chr. [178] [179] Sommige invloedrijke Mahāyāna sutra's zijn de Prajñaparamita sutra 's zoals de Aṣṭasāhasrikā Prajñāpāramitā Sūtra , de Lotus Sutra , de Pure Land sutra's , de Vimalakirti Sutra , de Golden Light Sutra , de Avatamsaka Sutra , de Sandhinirmocana Sutra en de Tathāgatagarbha sūtra's .


Volgens David Drewes bevatten Mahāyāna-soetra's naast de promotie van het bodhisattva -ideaal verschillende elementen, waaronder 'uitgebreide kosmologieën en mythische geschiedenissen, ideeën over zuivere landen en grote,' hemelse' boeddha's en bodhisattva's, beschrijvingen van krachtige nieuwe religieuze praktijken, nieuwe ideeën over de aard van de Boeddha, en een scala aan nieuwe filosofische perspectieven." [39] Deze teksten bevatten verhalen over openbaringen waarin de Boeddha Mahāyāna soetra's onderwijst aan bepaalde bodhisattva's die beloven deze soetra's te onderwijzen en te verspreiden na de dood van de Boeddha. [39]Met betrekking tot religieuze praxis schetst David Drewes de meest algemeen gepromote praktijken in Mahāyāna-soetra's die werden gezien als een middel om snel en gemakkelijk boeddhaschap te bereiken, waaronder 'het horen van de namen van bepaalde boeddha's of bodhisattva's, het handhaven van boeddhistische voorschriften en het luisteren naar, onthouden en kopiëren van soetra's. , waarvan ze beweren dat het wedergeboorte mogelijk maakt in de zuivere landen Abhirati en Sukhavati , waar het naar verluidt mogelijk is om gemakkelijk de verdiensten en kennis te verwerven die nodig zijn om een ​​Boeddha te worden in slechts één leven." [39] Een andere algemeen aanbevolen praktijk is anumodana , of zich verheugen in de goede daden van boeddha's en bodhisattva's.
===Vietnamees===
Het Vietnamese boeddhisme is sterk beïnvloed door de Chinese traditie. Het is een synthese van talrijke praktijken en ideeën. Het Vietnamese Mahāyāna ontleent praktijken aan het Vietnamese Thiền (Chan/Zen), Tịnh độ (Pure Land) en Mật Tông (Mantrayana) en zijn filosofie aan Hoa Nghiêm (Huayan) en Thiên Thai (Tiantai). Nieuwe Mahāyāna-bewegingen hebben zich ook ontwikkeld in de moderne tijd, waarvan misschien wel de meest invloedrijke Thích Nhất Hạnh 's Plum Village Tradition is geweest, die ook put uit het Theravada-boeddhisme.


De beoefening van meditatie en visualisatie van boeddha's wordt door sommige geleerden gezien als een mogelijke verklaring voor de bron van bepaalde Mahāyāna-soetra's die traditioneel worden gezien als directe visionaire openbaringen van de boeddha's in hun zuivere landen. Paul Harrison heeft ook gewezen op het belang van droomopenbaringen in bepaalde Mahāyāna-soetra's, zoals de Arya-svapna-nirdesa die 108 droomtekens opsomt en interpreteert. [180]
Hoewel het Vietnamese boeddhisme zwaar leed tijdens de oorlog in Vietnam (1955-1975) en tijdens de daaropvolgende communistische overname van het zuiden, is er een heropleving van de religie sinds de liberaliseringsperiode na 1986. Er zijn ongeveer 43 miljoen Vietnamese Mahāyāna-boeddhisten.


Zoals opgemerkt door Paul Williams, is een kenmerk van Mahāyāna-soetra's (vooral eerdere) 'het fenomeen van lovende zelfreferentie - de langdurige lofprijzing van de soetra zelf, de enorme verdiensten die kunnen worden verkregen door zelfs maar een vers ervan met eerbied te behandelen, en de akelige straffen die zullen oplopen in overeenstemming met karma voor degenen die de Schrift kleineren." [181] Sommige Mahāyāna-soetra's waarschuwen ook tegen de beschuldiging dat ze niet het woord van de Boeddha ( buddhavacana ) zijn, zoals de Astasāhasrikā (8.000 verzen) Prajñāpāramitā, waarin staat dat dergelijke beweringen afkomstig zijn van Mara (de kwade verleider). [182]Sommige van deze Mahāyāna sutra's waarschuwen ook degenen die Mahāyāna sutra's zouden kleineren of degenen die het prediken (dwz de dharmabhanaka ) dat deze actie kan leiden tot wedergeboorte in de hel . [183]
===Noordelijk boeddhisme===


Een ander kenmerk van sommige Mahāyāna-soetra's, vooral latere, is toenemend sektarisme en vijandigheid jegens niet-Mahāyāna-beoefenaars (soms sravaka's , "toehoorders" genoemd), die soms worden afgeschilderd als onderdeel van de ' hīnayāna ' (de 'inferieure weg') die weigeren de 'superieure weg' van het Mahāyāna te aanvaarden. [91] [103] Zoals opgemerkt door Paul Williams, vormen eerdere Mahāyāna-soetra's zoals de Ugraparipṛcchā Sūtra en de Ajitasena-sutra geen vijandigheid tegenover de toehoorders of het ideaal van arhatschap zoals latere sutra's dat doen. [103]Wat betreft het bodhisattva-pad, sommige Mahāyāna-soetra's promoten het als een universeel pad voor iedereen, terwijl anderen, zoals de Ugraparipṛcchā , het zien als iets voor een kleine elite van hardcore asceten. [103]
Indo-Tibetaans boeddhisme, Tibetaans boeddhisme of "Noordelijk" boeddhisme is afgeleid van het Indiase Vajrayana-boeddhisme dat in het middeleeuwse Tibet werd overgenomen. Hoewel het tal van tantrische boeddhistische praktijken bevat die niet in het Oost-Aziatische Mahāyāna voorkomen, beschouwt het noordelijke boeddhisme zichzelf nog steeds als onderdeel van het Mahāyāna-boeddhisme (zij het als een die ook een effectiever en duidelijker voertuig of yana bevat).
 
In het 4e-eeuwse Mahāyāna Abhidharma-werk Abhidharmasamuccaya verwijst Asaṅga naar de verzameling die de āgama's bevat als de Śrāvakapiṭaka en associeert deze met de śrāvaka's en pratyekabuddha's . [184] Asaṅga classificeert de Mahāyāna-sūtra's als behorend tot de Bodhisattvapiṭaka , die wordt aangeduid als de verzameling leringen voor bodhisattva's. [184]
 
Andere literatuur
Het Mahāyāna-boeddhisme ontwikkelde ook een enorme hoeveelheid commentaar en exegetische literatuur, waarvan vele śāstra (verhandelingen) of vrittis (commentaren) worden genoemd. Filosofische teksten werden ook geschreven in versvorm ( karikā's ), zoals in het geval van de beroemde Mūlamadhyamika-karikā (Root Verses on the Middle Way) van Nagarjuna , de fundamentele tekst van de Madhyamika - filosofie. Talrijke latere Madhyamika - filosofen zoals Candrakirti schreven commentaren op dit werk, evenals hun eigen verswerken.
 
De Mahāyāna-boeddhistische traditie steunt ook op talrijke niet-Mahayana-commentaren (śāstra), een zeer invloedrijke is de Abhidharmakosha van Vasubandhu , die is geschreven vanuit een niet-Mahayana Sarvastivada - Sautrantika - perspectief.
 
Vasubandhu is ook de auteur van verschillende Mahāyāna Yogacara - teksten over de filosofische theorie die bekend staat als vijñapati-matra (alleen bewuste constructie). De Yogacara-schoolfilosoof Asanga wordt ook gecrediteerd voor tal van zeer invloedrijke commentaren. In Oost-Azië was de Satyasiddhi śāstra ook invloedrijk.
 
Een andere invloedrijke traditie is die van de boeddhistische logica van Dignāga wiens werk zich concentreerde op epistemologie . Hij produceerde de Pramānasamuccaya , en later schreef Dharmakirti de Pramānavārttikā , die een commentaar en herwerking was van de Dignaga-tekst.
 
Later zetten Tibetaanse en Chinese boeddhisten de traditie van het schrijven van commentaren voort.
 
Classificaties
In ieder geval daterend uit de Saṃdhinirmocana Sūtra is een classificatie van het corpus van het boeddhisme in drie categorieën, gebaseerd op manieren om de aard van de werkelijkheid te begrijpen, bekend als de " Drie Draaiingen van het Dharmawiel ". Volgens deze opvatting waren er drie van dergelijke "bochten": [185]
 
In de eerste bocht onderwees de Boeddha de vier edele waarheden in Varanasi voor degenen in het śravaka- voertuig. Het wordt beschreven als geweldig en wonderbaarlijk, maar vereist interpretatie en veroorzaakt controverse. [186] De doctrines van de eerste wending worden geïllustreerd in de Dharmacakra Pravartana Sūtra . Deze ommekeer vertegenwoordigt de vroegste fase van de boeddhistische leer en de vroegste periode in de geschiedenis van het boeddhisme.
In de tweede wending onderwees de Boeddha de Mahāyāna-leringen aan de bodhisattva's, waarbij hij leerde dat alle verschijnselen geen essentie hebben, niet ontstaan, niet vergaan, oorspronkelijk in rust zijn en in wezen ophouden. Deze wending wordt ook beschreven als wonderbaarlijk en wonderbaarlijk, maar vereist interpretatie en veroorzaakt controverse. [186] De leer van de tweede wending is vastgelegd in de Prajñāpāramitā-leringen, die voor het eerst rond 100 vGT op schrift werden gesteld. In Indiase filosofische scholen wordt het geïllustreerd door de Mādhyamaka-school van Nāgārjuna .
In de derde wending onderwees de Boeddha soortgelijke leringen als in de tweede wending, maar voor iedereen in de drie voertuigen, inclusief alle śravaka's, pratyekabuddha's en bodhisattva's. Deze waren bedoeld als volledig expliciete leringen in hun volledige detail, waarvoor interpretaties niet nodig zouden zijn en er geen controverse zou ontstaan. [186] Deze leringen werden al in de 1e of 2e eeuw n.Chr. Vastgesteld door de Saṃdhinirmocana Sūtra . [187] In de Indiase filosofische scholen wordt de derde wending geïllustreerd door de Yogācāra -school van Asaṅga en Vasubandhu .
Sommige tradities van het Tibetaans boeddhisme beschouwen de leer van het esoterisch boeddhisme en Vajrayāna als de derde omwenteling van het Dharmawiel. [188] Tibetaanse leraren, met name van de Gelugpa- school, beschouwen de tweede wending als de hoogste leer, vanwege hun specifieke interpretatie van de Yogācāra-doctrine. De leringen van de Boeddhanatuur worden normaal gesproken opgenomen in de derde omwenteling van het wiel. [ citaat nodig ]
 
De verschillende Chinese boeddhistische tradities hebben verschillende schema's van leerstellige periodisering, panjiao genaamd, die ze gebruiken om de soms verbijsterende reeks teksten te ordenen.
 
teksten
Geleerden hebben opgemerkt dat veel belangrijke Mahāyāna-ideeën nauw verbonden zijn met de vroegste teksten van het boeddhisme . Het baanbrekende werk van de Mahāyāna-filosofie, Nāgārjuna's Mūlamadhyamakakārikā , noemt de Katyāyana Sūtra (SA 301) van de kanunnik bij naam, en kan een uitgebreid commentaar op dat werk zijn. [189] Nāgārjuna systematiseerde de Mādhyamaka- school van de Mahāyāna-filosofie. Hij kan tot zijn posities zijn gekomen vanuit een verlangen om een ​​consistente exegese te bereiken van de leer van de Boeddha, zoals vastgelegd in de canon. In zijn ogen was de Boeddha niet alleen een voorloper, maar de grondlegger van het Mādhyamaka-systeem. [190] Nāgārjuna verwees ook naar een passage in de canon met betrekking tot "nirvanisch bewustzijn " in twee verschillende werken. [191]
 
Yogācāra , de andere prominente Mahāyāna-school in dialectiek met de Mādhyamaka-school, gaf een speciale betekenis aan de Lesser Discourse on Emptiness (MA 190) van de canon. [192] Een passage daar (die de verhandeling zelf benadrukt) wordt in latere Yogācāra-teksten vaak aangehaald als een ware definitie van leegte . [193] Volgens Walpola Rahula ligt de gedachte die wordt gepresenteerd in de Abhidharma-samuccaya van de Yogācāra-school onmiskenbaar dichter bij die van de Pali Nikaya's dan die van de Theravadin Abhidhamma . [194]
 
Zowel de Mādhyamika's als de Yogācārins zagen zichzelf als degenen die de boeddhistische middenweg tussen de uitersten van het nihilisme (alles als onwerkelijk) en het substantiële (bestaande substantiële entiteiten) in stand hielden. De Yogācārins bekritiseerden de Mādhyamika's omdat ze naar het nihilisme neigden, terwijl de Mādhyamika's de Yogācārins bekritiseerden omdat ze naar het substantiële neigden. [195]
 
Belangrijke Mahāyāna-teksten die de concepten van bodhicitta en Boeddha-natuur introduceren , gebruiken ook taal parallel aan passages in de canon die de Boeddha's beschrijving van " lichtgevende geest " bevatten en lijken uit dit idee te zijn voortgekomen. [196] [197]
 
Hedendaags Mahāyāna-boeddhisme
 
Kaart met de drie belangrijkste boeddhistische divisies
De belangrijkste hedendaagse tradities van Mahāyāna in Azië zijn:
 
De Oost-Aziatische Mahāyāna- tradities van China, Korea, Japan en Vietnam, ook wel bekend als "Oosters Boeddhisme". Peter Harvey schat dat er ongeveer 360 miljoen oosterse boeddhisten in Azië zijn. [198]
De Indo-Tibetaanse traditie (voornamelijk gevonden in Tibet, Mongolië, Bhutan, delen van India en Nepal), ook wel bekend als "Noordelijk Boeddhisme". Volgens Harvey "bedraagt ​​het aantal mensen dat tot het noordelijk boeddhisme behoort slechts ongeveer 18,2 miljoen." [199]
Er zijn ook enkele kleine Mahāyāna-tradities die worden beoefend door minderheidsgroepen, zoals het Newar-boeddhisme dat wordt beoefend door het Newar-volk ( Nepal ) en het Azhaliisme dat wordt beoefend door het Bai-volk ( Yunnan ).
 
Verder zijn er ook verschillende nieuwe religieuze bewegingen die zichzelf zien als Mahāyāna of sterk beïnvloed zijn door het Mahāyāna-boeddhisme. Voorbeelden hiervan zijn Hòa Hảo , Won Boeddhisme , Triratna Boeddhistische Gemeenschap en Sōka Gakkai .
 
Ten slotte worden sommige religieuze tradities, zoals Bon en Shugendo , sterk beïnvloed door het Mahāyāna-boeddhisme, hoewel ze op zich niet als 'boeddhistisch' kunnen worden beschouwd.
 
De meeste van de belangrijkste vormen van het hedendaagse Mahāyāna-boeddhisme worden ook beoefend door Aziatische immigrantenpopulaties in het Westen en ook door westerse bekeerlingen. Zie voor meer informatie over dit onderwerp: Boeddhisme in het Westen .
 
Chinees
 
Fo Guang Shan Boeddha Museum , Taiwan
Hedendaags Chinees Mahāyāna-boeddhisme (ook bekend als Han -boeddhisme) wordt beoefend door middel van vele verschillende vormen, zoals Chan , Pure land , Tiantai , Huayan en mantrapraktijken . Deze groep is de grootste populatie boeddhisten ter wereld. Er zijn tussen de 228 en 239 miljoen Mahāyāna-boeddhisten in de Volksrepubliek China (exclusief de Tibetaanse en Mongoolse boeddhisten die het Tibetaans boeddhisme beoefenen). [198]
 
Harvey geeft ook de Oost-Aziatische Mahāyāna-boeddhistische bevolking in andere landen als volgt: Taiwanese boeddhisten , 8 miljoen; Maleisische boeddhisten , 5,5 miljoen; Singaporese boeddhisten , 1,5 miljoen; Hongkong , 0,7 miljoen; Indonesische boeddhisten , 4 miljoen, de Filippijnen : 2,3 miljoen. [198] De meeste hiervan zijn Han-Chinese bevolkingsgroepen.
 
Het Chinese boeddhisme kan worden onderverdeeld in verschillende tradities ( zong ), zoals Sanlun , Faxiang , Tiantai , Huayan , Pure Land , Chan en Zhenyan . Historisch gezien behoorden de meeste tempels, instellingen en boeddhistische beoefenaars echter gewoonlijk niet tot een enkele "sekte" (zoals gebruikelijk is in het Japanse boeddhisme), maar putten ze uit de verschillende elementen van het Chinese boeddhistische denken en oefenen. Dit niet-sektarische en eclectische aspect van het Chinese boeddhisme als geheel is vanaf het historische begin tot in de moderne praktijk blijven bestaan. [200] [201] De moderne ontwikkeling van een zogenaamde ideologieHumanistisch boeddhisme ( Chinees :人間 佛教; pinyin : rénjiān fójiào, meer letterlijk "Boeddhisme voor de menselijke wereld") is ook van invloed geweest op Chinese boeddhistische leiders en instellingen. [202] Bovendien kunnen Chinese boeddhisten ook een vorm van religieus syncretisme beoefenen met andere Chinese religies , zoals het taoïsme . [203] In het moderne China zag de hervormings- en openstellingsperiode aan het einde van de 20e eeuw een bijzonder significante toename van het aantal bekeerlingen tot het Chinese boeddhisme, een groei die "buitengewoon" wordt genoemd. [204] Buiten het vasteland van China wordt ook het Chinese boeddhisme beoefendTaiwan en overal waar Chinese diasporagemeenschappen zijn.
 
Koreaans
Het Koreaanse boeddhisme bestaat grotendeels uit de Koreaanse Seon - school (dwz Zen), voornamelijk vertegenwoordigd door de Jogye-orde en de Taego-orde . Koreaanse Seon bevat ook wat Pure Land-oefeningen. [205] Het wordt voornamelijk beoefend in Zuid-Korea , met een ruwe bevolking van ongeveer 10,9 miljoen boeddhisten. [198] Er zijn ook enkele kleinere scholen, zoals de Cheontae (dwz Koreaanse Tiantai), en de esoterische Jingak- en Chinŏn-scholen.
 
Hoewel de totalitaire regering van Noord-Korea repressief en ambivalent blijft tegenover religie, wordt volgens Williams ten minste 11 procent van de bevolking als boeddhist beschouwd. [206]
 
Japans
Het Japanse boeddhisme is verdeeld in talloze tradities, waaronder verschillende sekten van het Pure Land-boeddhisme , Tendai , Nichiren-boeddhisme , Shingon en Zen . Er zijn ook verschillende Mahāyāna-georiënteerde Japanse nieuwe religies die in de naoorlogse periode zijn ontstaan . Veel van deze nieuwe religies zijn lekenbewegingen zoals Sōka Gakkai en Agon Shū . [207]
 
Een schatting van de Japanse Mahāyāna-boeddhistische bevolking wordt door Harvey gegeven op 52 miljoen en een recent onderzoek uit 2018 schat het aantal op 84 miljoen. [198] [208] Er moet ook worden opgemerkt dat veel Japanse boeddhisten ook deelnemen aan shinto -praktijken, zoals het bezoeken van heiligdommen, het verzamelen van amuletten en het bijwonen van festivals. [209]
 
Vietnamees
Het Vietnamese boeddhisme is sterk beïnvloed door de Chinese traditie. Het is een synthese van talrijke praktijken en ideeën. Het Vietnamese Mahāyāna ontleent praktijken aan het Vietnamese Thiền (Chan/Zen), Tịnh độ (Pure Land) en Mật Tông (Mantrayana) en zijn filosofie aan Hoa Nghiêm (Huayan) en Thiên Thai (Tiantai). [210] Nieuwe Mahāyāna-bewegingen hebben zich ook ontwikkeld in de moderne tijd, waarvan misschien wel de meest invloedrijke Thích Nhất Hạnh 's Plum Village Tradition is geweest , die ook put uit het Theravada-boeddhisme.
 
Hoewel het Vietnamese boeddhisme zwaar leed tijdens de oorlog in Vietnam (1955-1975) en tijdens de daaropvolgende communistische overname van het zuiden , is er een heropleving van de religie sinds de liberaliseringsperiode na 1986. Er zijn ongeveer 43 miljoen Vietnamese Mahāyāna-boeddhisten. [198]
 
Noordelijk boeddhisme
 
De 14e Dalai Lama Tenzin Gyatso met Desmond Tutu in 2004. Vanwege zijn charisma is de Dalai Lama het internationale gezicht geworden van het hedendaagse Tibetaanse boeddhisme [211]
Indo-Tibetaans boeddhisme, Tibetaans boeddhisme of "Noordelijk" boeddhisme is afgeleid van het Indiase Vajrayana-boeddhisme dat in het middeleeuwse Tibet werd overgenomen. Hoewel het tal van tantrische boeddhistische praktijken bevat die niet in het Oost-Aziatische Mahāyāna voorkomen, beschouwt het noordelijke boeddhisme zichzelf nog steeds als onderdeel van het Mahāyāna-boeddhisme (zij het als een die ook een effectiever en duidelijker voertuig of yana bevat ).


Het hedendaagse noordelijke boeddhisme wordt traditioneel voornamelijk beoefend in de Himalaya-regio's en in sommige regio's van Centraal-Azië , waaronder: [212]
Het hedendaagse noordelijke boeddhisme wordt traditioneel voornamelijk beoefend in de Himalaya-regio's en in sommige regio's van Centraal-Azië , waaronder: [212]


De Tibetaanse autonome regio (VRC): 5,4 miljoen
[[categorie: boeddhistische stromingen]]
Noord- en Noordoost-India ( Sikkhim , Ladakh , West-Bengalen , Jammu en Kasjmir ): 0,4 miljoen
Pakistan : 0,16 miljoen
Nepal : 2,9 miljoen
Bhutan : 0,49 miljoen
Mongolië : 2,7 miljoen
Binnen-Mongolië (VRC): 5 miljoen
Boerjatië , Tuva en Kalmukkië ( Russische Federatie ): 0,7 miljoen
Net als bij het oosterse boeddhisme nam de praktijk van het noordelijke boeddhisme af in Tibet, China en Mongolië tijdens de communistische overname van deze regio's (Mongolië: 1924, Tibet: 1959). Het Tibetaans boeddhisme werd nog steeds beoefend onder de Tibetaanse diasporabevolking , evenals door andere Himalaya-volkeren in Bhutan, Ladakh en Nepal. Na de jaren tachtig heeft het noordelijk boeddhisme echter een opleving gekend in zowel Tibet als Mongolië als gevolg van een liberaler overheidsbeleid ten aanzien van religieuze vrijheid. [213] Het noordelijke boeddhisme wordt nu ook in de westerse wereld beoefend door tot het westen bekeerde boeddhisten.
 
Theravāda-school
Hoofd artikel: Theravada
Rol van de Bodhisattva
In de vroege boeddhistische teksten, en zoals onderwezen door de moderne Theravada- school, wordt het doel om in een toekomstig leven een onderwijzende Boeddha te worden gezien als het doel van een kleine groep individuen die ernaar streven toekomstige generaties ten goede te komen nadat de leringen van de huidige Boeddha verloren zijn gegaan. , maar in de huidige tijd is het niet nodig dat de meeste beoefenaars dit doel nastreven. Theravada-teksten stellen echter dat dit een perfecter deugdzaam doel is. [214]
 
Paul Williams schrijft dat sommige moderne Theravada-meditatiemeesters in Thailand in de volksmond als bodhisattva's worden beschouwd. [215]
 
Cholvijarn merkt op dat prominente figuren die in verband worden gebracht met het zelfperspectief in Thailand vaak ook buiten wetenschappelijke kringen beroemd waren, onder de bredere bevolking, als boeddhistische meditatiemeesters en bronnen van wonderen en heilige amuletten . Zoals misschien enkele van de vroege kluizenaarsmonniken in het Mahāyāna-bos, of de latere boeddhistische tantrics, zijn ze door hun meditatieve prestaties machtige mensen geworden. Ze worden alom vereerd, aanbeden en beschouwd als arhats of (let op!) bodhisattva's.
 
Theravada en Hīnayāna
In de 7e eeuw beschrijft de Chinese boeddhistische monnik Xuanzang het gelijktijdige bestaan ​​van de Mahāvihara en de Abhayagiri Vihara in Sri Lanka . Hij verwijst naar de monniken van de Mahāvihara als de "Hīnayāna Sthaviras" ( Theras ), en de monniken van de Abhayagiri Vihara als de "Mahāyāna Sthaviras". [216] Xuanzang schrijft verder: [217]
 
De Mahāvihāravāsins verwerpen de Mahāyāna en beoefenen de Hīnayāna, terwijl de Abhayagirivihāravāsins zowel de Hīnayāna- als de Mahāyāna-leringen bestuderen en de Tripiṭaka propageren .
 
De moderne Theravāda-school wordt meestal beschreven als behorend tot Hīnayāna. [218] [219] [220] [221] [222] Sommige auteurs hebben betoogd dat het vanuit het Mahāyāna-perspectief niet als zodanig moet worden beschouwd. Hun visie is gebaseerd op een ander begrip van het concept van Hīnayāna. In plaats van de term te beschouwen als een verwijzing naar een boeddhistische school die de Mahāyāna-canon en -doctrines niet heeft aanvaard, zoals die met betrekking tot de rol van de bodhisattva, [219] [221] stellen deze auteurs dat de classificatie van een school als " Hīnayāna" zou cruciaal afhankelijk moeten zijn van het vasthouden aan een specifiek fenomenologisch standpunt. Ze wijzen erop dat in tegenstelling tot de nu uitgestorven Sarvastivādaschool, die het belangrijkste onderwerp was van Mahāyāna-kritiek, claimt de Theravāda niet het bestaan ​​van onafhankelijke entiteiten ( dharma's ); hierin handhaaft het de houding van het vroege boeddhisme. [223] [224] [225] Aanhangers van het Mahāyāna-boeddhisme waren het niet eens met de substantiële gedachte van de Sarvāstivādins en Sautrāntika's , en door de nadruk te leggen op de leer van leegte , beweert Kalupahana dat ze probeerden de vroege leer te behouden. [226] Ook de Theravādins weerlegden de Sarvāstivādins en Sautrāntika's (en andere scholen) op grond van het feit dat hun theorieën in strijd waren met het niet-substantieelisme van de canon. De Theravāda-argumenten worden bewaard in deKathavathu . [227]
 
Sommige hedendaagse Theravādin-figuren hebben blijk gegeven van een sympathieke houding ten opzichte van de Mahāyāna-filosofie die te vinden is in teksten zoals de Heart Sūtra (Skt. Prajñāpāramitā Hṛdaya ) en Nāgārjuna's Fundamental Stanzas on the Middle Way (Skt. Mūlamadhyamakakārikā ). [228] [229]