|
Dharma-Lotus is een boeddhistische organisatie met 6 vestigingen in Nederland en een | retraitecentrum (Ekãyano) in Noord-Frankrijk | Bestand:Icy Email logo 2020.jpg |
|
Dhammapada, Gemengd
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Bestand:Manuscrit BnF pali 715-A.jpg
Deel van de Dhammapada uit de 1e eeuw
De Dhammapada is een van de meest geliefde en invloedrijke teksten binnen het Theravada boeddhisme. Deze verzameling van 423 verzen verdeeld over 26 onderwerpen, geschreven in het Pali en bevat de essentie van de leer van Gautama de Boeddha (Dharma).
Dhammapada, Gemengd (Pakinnaka vagga, hoofdstuk 21, vers 290-305)
- 290
- Als men door een klein geluk op te geven,
- Een groot geluk zou zien:
- Laat de wijze het kleine geluk dan opgeven,
- En het grote geluk aanschouwen.
- 291
- Wie voor zichzelf geluk wil verkrijgen
- Door bij anderen leed te veroorzaken:
- Hij gaat om met haat, en zit eraan vast:
- Vrijheid van haat zal hij niet bereiken.
- 292
- Wie weigert te doen wat nodig is
- En doet wat men dient te laten:
- Schaamteloos en nalatig,
- Zijn corrupties nemen toe.
- 293
- Wie aandachtigheid van het lichaam
- Immer grondig beoefent;
- Wie niet doet wat men dient te laten,
- En voortdurend doet wat nodig is;
- Wie aandachtig en oplettend is;
- Hun corrupties komen tot een einde.
- 294(*1)
- Vader en moeder gedood,
- En twee koningen van adel;
- Het land en haar mensen gedood:
- Vrij van zorgen gaat die brahmaan.
- 295(*2)
- Vader en moeder gedood,
- En twee geleerde koningen;
- Met de tijger als vijfde gedood:
- Vrij van zorgen gaat die brahmaan.
- 296
- Goed ontwaakt, altijd wakker zijn zij:
- De discipelen van Gotama
- Wiens aandacht, dag en nacht,
- Constant naar de Boeddha gaat.
- 297
- Goed ontwaakt, altijd wakker zijn zij:
- De discipelen van Gotama
- Wiens aandacht, dag en nacht,
- Constant naar de Dhamma gaat.
- 298
- Goed ontwaakt, altijd wakker zijn zij:
- De discipelen van Gotama
- Wiens aandacht, dag en nacht,
- Constant naar de Sangha gaat.
- 299
- Goed ontwaakt, altijd wakker zijn zij:
- De discipelen van Gotama
- Wiens aandacht, dag en nacht,
- Constant naar het lichaam gaat.
- 300
- Goed ontwaakt, altijd wakker zijn zij:
- De discipelen van Gotama
- Wiens geest zich, dag en nacht,
- Verheugt in geweldloosheid.
- 301
- Goed ontwaakt, altijd wakker zijn zij:
- De discipelen van Gotama
- Wiens geest zich, dag en nacht,
- Verheugt in mentale ontwikkeling.
- 302
- Moeilijk is het om thuisloos zijn;
- Moeilijk om je daarin te verheugen.
- Moeilijk en pijnlijk is leven in een huishouden;
- Moeilijk is het samenleven met ongelijken.
- Lijden volgt de reiziger;
- Wees daarom geen reiziger — laat lijden je niet volgen.
- 303
- Wie vol overtuiging en deugd is,
- Begiftigd met roem en rijkdom,
- Waar hij ook gaat:
- Hij wordt daar geëerd.
- 304
- De vredigen zijn van verre zichtbaar,
- Zoals de bergen van de Himalaya.
- De boosaardigen zijn hier niet te zien,
- Als een pijl in de nacht weggeschoten.
- 305
- Hij zit alleen, hij slaapt alleen,
- Hij loopt alleen, actief.
- In zijn eentje temt hij zichzelf;
- Vreugdig is hij, in het bos.
Noot
Volgens de commentariële geschriften beschreef de Boeddha in vers 294 en 295 de heilige monnik Lakuntaka Bhaddiya aan een groep monniken. Deze versen zijn op het eerste gezicht nogal schokkend, maar de eigenlijke diepere betekenis verwijst naar het doden van slechte mentale staten door het bereiken van een diepe spirituele realisatie, als volgt:
- Vers 294: Moeder staat voor verlangen; vader staat voor eigendunk; twee koningen van adel zijn [1] het geloof in eeuwigheid/onsterfelijkheid en [2] het geloof in een totaal einde na de dood; het land en haar mensen staat voor de zes zintuigen en het verlangen dat men daarvoor heeft.
- Vers 295: Moeder staat voor verlangen; vader staat voor eigendunk; twee geleerde koningen zijn [1] het geloof in eeuwigheid/onsterfelijkheid en [2] het geloof in een totaal einde na de dood; de tijger staat voor twijfel. Indien men echter 'de vijf tijgers' leest in plaats van 'tijger als vijfde' verwijzen de vijf tijgers naar: [1] sensueel verlangen, [2] kwade wil, [3] luiheid en slaperigheid, [4] ongerustheid en agitatie, en [5] twijfel.
Hoofdstukken
De indeling van de Dhammapada is als volgt:
- Dhammapada, Tweelingverzen (Yamaka vagga, hoofdstuk 1, vers 1-20)
- Dhammapada, Waakzaamheid (Appamada vagga, hoofdstuk 2, vers 21-32)
- Dhammapada, De geest (Citta vagga, hoofdstuk 3, vers 33-43)
- Dhammapada, Bloemen (Pubbha vagga, hoofdstuk 4, vers 44-59)
- Dhammapada, Dwazen (Bala vagga, hoofdstuk 5, vers 60-75)
- Dhammapada, De wijzen (Pandita vagga, hoofdstuk 6, vers 76-89)
- Dhammapada, De heiligen (Arahanta vagga, hoofdstuk 7, vers 90-99)
- Dhammapada, Duizenden (Sahassa vagga, hoofdstuk 8, vers 100-115)
- Dhammapada, Kwaad (Papa vagga, hoofdstuk 9, vers 116-128)
- Dhammapada, Kwelling (Danda vagga, hoofdstuk 10, vers 129-145)
- Dhammapada, Ouderdom (Jara vagga, hoofdstuk 11, vers 146-156)
- Dhammapada, Zelf (Atta vagga, hoofdstuk 12, vers 157-166)
- Dhammapada, De wereld (Loka vagga, hoofdstuk 13, vers 167-178)
- Dhammapada, De Boeddha ( Buddha vagga, hoofdstuk 14, vers 179-196)
- Dhammapada, Geluk (Sukha vagga, hoofdstuk 15, vers 197-208)
- Dhammapada, Geliefd (Piya vagga, hoofdstuk 16, vers 209-220)
- Dhammapada, Boosheid (Kodha vagga, hoofdstuk 17, vers 221-234)
- Dhammapada, Onreinheden (Mala vagga, hoofdstuk 18, vers 235-255)
- Dhammapada, Gevestigd in de Dhamma (Dhammattha vagga, hoofdstuk 19, vers 256-272)
- Dhammapada, Het Pad (Magga vagga, hoofdstuk 20, vers 273-289)
- Dhammapada, Gemengd (Pakinnaka vagga, hoofdstuk 21, vers 290-305)
- Dhammapada, De hel (Niraya vagga, (hoofdstuk 22, vers 306-319)
- Dhammapada, De groten (Naga vagga, hoofdstuk 23, vers 320-333)
- Dhammapada, Begeerte (Tanha vagga, hoofdstuk 24, vers 334-359)
- Dhammapada, De monnik (Bhikkhu vagga, hoofdstuk 25, vers 360-382)
- Dhammapada, De brahmaan (Brahmana vagga, hoofdstuk 26, vers 383-423)
Vertaling
Vertaling vanuit het Pali: Dhammajoti